DOQ

ZBC’s ook voor KNO in opkomst

Er komen steeds meer focusklinieken en zelfstandige behandelcentra (ZBC). Met name voor laagcomplexe medisch-specialistische zorg in bijvoorbeeld de dermatologie of orthopedie. Ook KNO-arts Mark Aarts werkt in een ZBC, al is dat voor het KNO-specialisme nog niet heel gebruikelijk. Hij ziet wel toenemende interesse bij KNO-artsen om zelf iets te starten.

KNO-zorg lijkt bij uitstek geschikt voor een ZBC. Toch zijn die er voor KNO nog maar beperkt. Wellicht komt dat doordat er in het verleden weinig noodzaak voor was, denkt Mark Aarts. “De zorg kan prima in een ziekenhuis geleverd worden. Een ziekenhuis is ook een fijne organisatie. Veel zaken worden goed voor je geregeld, processen lopen goed en je kunt je voornamelijk richten op je werk. Maar de zorgvraag wordt groter. Ook bestaande ZBC-klinieken in Nederland gaan zich richten op KNO-zorg. Daarnaast willen meer KNO-artsen iets doen naast hun werk in het ziekenhuis. Want dat geeft mogelijkheden om de zorg naar eigen inzicht in te richten en innovaties snel vorm te geven.”

“We wilden goede KNO-zorg leveren met behoud van regionale regie op deze zorg, zonder concurrerend te zijn met het ziekenhuis”

KNO-arts Mark Aarts

Geen ruimte in ziekenhuis

KNO Medisch Centrum in Waardenburg (KNOMC) is inmiddels bijna twee jaar open. Dit ZBC is een initiatief van KNO-artsen uit het ziekenhuis in ’s Hertogenbosch. Aanleiding was de toenemende zorgvraag, terwijl er vanwege de nullijn voor ziekenhuizen geen ruimte is voor uitbreiding van de vakgroep. “Daarom zijn we in goed overleg met het ziekenhuis naar een andere locatie gaan zoeken. We wilden goede KNO-zorg kunnen leveren met behoud van regionale regie op deze zorg, zonder concurrerend te zijn met het ziekenhuis.”
Aarts en zijn collega’s werken ook nog in het ziekenhuis; KNOMC staat daar los van. Er zijn geen patiënten ‘overgeplaatst’ naar het ZBC en patiënten worden er niet naar doorverwezen. “We moeten dus zelf werken aan naamsbekendheid en patiënten werven. Dat doen we onder andere met een eigen website, advertenties en via contacten met bijvoorbeeld audiciens.”

“We proberen medewerkers bij ons te houden door goede arbeidsvoorwaarden, een leuke werksfeer met veel verantwoordelijkheid en af en toe iets extra’s”

In eigen tijd

Aarts vindt het niet lastig om het werk in het ziekenhuis en het ZBC gescheiden te houden, maar het vraagt wel inspanning om twee werkplekken te hebben. “Het werk in het ZBC doen we in eigen tijd: op vrije dagen, in extra uren en in avonden. Dat vraagt veel extra energie. Niet alleen voor de zorg, maar ook voor alle processen daaromheen. Ik kan me voorstellen dat dat voor een KNO-arts een drempel kan zijn om zelf op te zetten. We hebben in ons ZBC wel ruimte om collega-KNO-artsen te vragen om bij te springen. Wat betreft personeel hebben we tot op heden gelukkig geen last van de krapte op de arbeidsmarkt. We proberen medewerkers bij ons te houden door goede arbeidsvoorwaarden, een leuke werksfeer met veel verantwoordelijkheid en af en toe net iets extra’s.” De kwaliteit van zorg in KNOMC wordt getoetst via audits van Zelfstandige Klinieken Nederland. Afgelopen oktober heeft KNOMC het ZKN-kwaliteitscertificaat behaald.

“In onze slaapstraat krijgen mensen zonder wachttijd een slaaponderzoek en hebben binnen een week de uitslag”

Niet gebonden

Als groot pluspunt van het werken in een ZBC noemt Aarts dat hij niet is gebonden aan de structuur, kaders en beperkingen van het ziekenhuis. “We hebben bijvoorbeeld een slaapstraat, waar mensen zonder wachttijd een slaaponderzoek krijgen en binnen een week de uitslag hebben. We zijn niet afhankelijk van bijvoorbeeld een functieafdeling die ook wachttijden heeft. Ook mensen met gehoorproblemen kunnen snel bij ons terecht voor een gehoortest en aansluitend een adviesgesprek. Eventueel kunnen we meteen een hoortoestel aanpassen.”
Als ander voorbeeld noemt Aarts de zorg voor mensen met oorsuizen. De behandeling daarvan kan mede gebeuren door een psycholoog, maar dat is in een ziekenhuis meestal niet snel te regelen. “Bij ons kunnen mensen direct na ons onderzoek op indicatie een intake hebben bij een psycholoog. We werken daarvoor samen met een enthousiaste psychologenpraktijk. Zo kunnen we zorgprocessen efficiënter opzetten. Patiënten waarderen het bijzonder dat zij snel geholpen kunnen worden.”

“De toekomst van de zorg is hoog-complexe zorg in ziekenhuizen en goed planbare zorg in ZBC’s en focusklinieken”

Aansluiting zoeken

Het starten van een ZBC vraagt een businessplan, goed overleg met het ziekenhuisbestuur en overeenstemming binnen de vakgroep over de opzet. Bij het maken van plannen is het volgens Aarts handig om te overleggen of aansluiting te zoeken met een bestaand ZBC. “Ook wij staan open voor samenwerking. Een ZBC vraagt wel een flinke investering in tijd en geld, en bereidheid om risico te lopen. Wij hebben er ongeveer drie jaar over gedaan om het concept uit te werken en een locatie te vinden.” Aarts vindt de combinatie van zijn twee werkplekken erg prettig. Het opstarten van een ZBC is veel werk, maar geeft ook veel energie. “Ik denk dat dit de toekomst is van de zorg: hoog-complexe zorg in ziekenhuizen en goed planbare zorg in ZBC’s en focusklinieken.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oude vrouw met gepig­men­teerde huid­afwij­king op de boven­arm

Een 79-jarige vrouw bezoekt de dermatoloog voor beoordeling van een gepigmenteerde huidafwijking op de linker bovenarm. In de kinderjaren is zij ernstig door de zon verbrand. Haar moeder kreeg op 89-jarige leeftijd een melanoom. Wat is uw diagnose?

Het belang van goede ethiek­onder­steuning bij morele twijfels over eutha­nasie­verzoeken

Medisch ethici kunnen artsen helpen om morele stress te verlichten en hen ondersteunen bij een zorgvuldige afweging van complexe euthanasieverzoeken. Soms missen zij echter de competenties om die rol goed in te vullen, stelt medisch ethicus Suzanne Metselaar van Amsterdam UMC.

DRUP-studie laat zien wat off-label doelgerichte thera­pie kan opleveren

Voor patiënten met uitgezaaide kanker zonder reguliere behandelopties kan een specifieke DNA-afwijking soms toch nieuwe kansen bieden, vertelt Karlijn Verkerk. “We hebben inmiddels gezien dat off-labelgebruik echt tot veranderingen in de klinische praktijk kan leiden.”

‘Artsen denken al snel dat een vrouw zich aanstelt’

Monique Steegers ziet dat pijnklachten van vrouwen nog te vaak worden weggewuifd of verkeerd geïnterpreteerd door artsen. Volgens haar leidt dat niet alleen tot vertraagde diagnoses, maar ook tot meer chronische pijn en onnodig leed. “We móeten dit veranderen.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.