DOQ

Zes-favoriete-woordenmodel biedt brede blik op kinderen met een beperking

Dankzij het zes-favoriete-woordenmodel kan een arts breder kijken naar hoe kinderen met een beperking functioneren, maar ook naar wat zij nodig hebben om zich te ontwikkelen en hun toekomst. “Juist dat is binnen de kindergeneeskunde van belang”, zegt Jan Willem Gorter, de ontwikkelaar van het model en hoogleraar en hoofd kinderrevalidatiegeneeskunde van het UMC Utrecht. “Kinderen worden volwassen, dus daar moet je als kinderarts al vroeg mee aan de slag.”

“Na mijn afstuderen als kinderrevalidatiearts ontstond het zes-favoriete-woordenmodel eigenlijk als vanzelf, organisch”, vertelt Gorter. “Het model is gebaseerd op onder meer kennis en ervaring van de Canadese kinderarts Rosenbaum. Die keek naar kinderen met ontwikkelingsproblemen en welke factoren van belang zijn voor hun functioneren en welzijn. Ook liepen er binnen het Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht bij het UMC Utrecht en in De Hoogstraat Revalidatie al onderzoekslijnen naar de thema’s fitheid (fitness), gezinsfunctioneren (family) en het dagelijks leven (function).”

Hoofd kinderrevalidatiegeneeskunde prof. dr. Jan Willem Gorter

Pijlers

Dat was voer voor een wetenschappelijk artikel in Child: Care, Health and Development (2011), waarin Gorter nog drie pijlers toevoegde: friends, fun en future. Samen vormen ze het zes-favoriete-woordenmodel.

“De focus ligt niet meer op problemen, maar op kansen en mogelijkheden”

Mijlpaal

De opkomst van de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) van de WHO in 2001 droeg ook bij aan het ontstaan van het zes-favoriete-woordenmodel. Gorter: “ICF was een mijlpaal in de geneeskunde: het maakte het belang duidelijk van het écht onderkennen van de gevolgen van een ziekte of aandoening, en de noodzaak om verder te kijken dan het gezondheidsprobleem dat je wilt oplossen. Het zes-favoriete-woordenmodel maakt het ICF-model toegankelijk en is een springplank om breder te kijken naar hoe kinderen functioneren, maar ook naar wat zij nodig hebben om zich te ontwikkelen en hun toekomst. Juist dat is binnen de kindergeneeskunde van belang: kinderen worden volwassen, dus daar moet je als kinderarts al vroeg mee aan de slag.”
Ouders zijn enthousiast over het model, weet de hoogleraar. “Zij en hun kind voelen zich meer in hun kracht gezet, en dat is ook een doel van het model. De focus ligt niet meer op problemen en wat niet kan, maar op kansen en mogelijkheden.”

Creatiever

In de spreekkamer voert Gorter dankzij het model totaal andere gesprekken. “Ik vraag niet meer hoe het met de klachten gaat, maar naar hoe het thuis nu gaat, wat het kind leuk vindt, waar het goed in is. Dat heeft impact op de hele toonzetting. Het helpt ouders bovendien bij het ontschuldigen; veel ouders van een kind met een beperking voelen zich schuldig en afhankelijk. Door goed te luisteren, voelen zij zich meer een gelijkwaardige partner in het nemen van beslissingen, zijn ze meer betrokken bij de behandeling van hun kind en zien ze gezamenlijke doelen met de zorgverleners. Het maakt jezelf, maar ook de ouders. creatiever in nadenken over wat helpend zou zijn.”

“Begeleid het kind vanaf twaalf tot veertien jaar naar de overgang naar volwassenengeneeskunde”

Maatschappelijke kwesties

Soms is dat op medisch vlak, maar vaak ook gaat het over het functioneren in het dagelijks gezinsleven, op school of in de maatschappij. Gorter: “Ik vind het echt een taak van kinderartsen en kinderrevalidatieartsen om ook daarbij te helpen. Neem bijvoorbeeld het F-woord fitness, waarin beweging maar ook rust centraal staat. Daarbij merk je dat ouders vaak wel wíllen dat hun kind beweegt, maar dat het maatschappelijk of financieel gezien lastig is om mee te kunnen doen. Het kind mag bijvoorbeeld niet bij een sportclub of krijgt geen sportprothese vergoed. Door het zes-favoriete-woordenmodel krijg je dit soort zaken in beeld en kun je een rol spelen in zoeken naar een oplossing.”

Ook voor huisartsen

Het model is ook toepasbaar voor huisartsen, bijvoorbeeld wanneer kinderen achttien jaar worden en overgaan naar de volwassenen geneeskunde. Dan komt de eerste lijn er vaak meer aan te pas. “Die transitie is voor kinderen met chronische aandoeningen die volwassen worden best lastig. Ineens is de zorg veel gefragmenteerder, missen ze coördinatie en moeten ze zelf verantwoordelijkheid dragen. Door als huisarts het model ook toe te passen, borduur je voort op thema’s die de patiënt al zijn hele leven in het kinderziekenhuis monitorde. Als kinderarts kun je ook bijdragen aan de transitie met het F-woord future: begeleid ze tijdig, dus al vanaf twaalf tot veertien jaar, naar de overgang naar volwassenengeneeskunde.”

“Het model is ook goed toepasbaar bij epilepsie of emotionele ontwikkelingsproblemen”

Universeel toepasbaar

Het model is in eerste instantie ontwikkeld voor kinderen bij wie tijdens of na de geboorte ontwikkelingsproblemen ontstaan, zoals cerebrale parese, spina bifida of andere aangeboren afwijkingen. “Maar we merkten in de praktijk al snel dat het model heel universeel is. Het is ook goed toepasbaar bij bijvoorbeeld epilepsie of emotionele ontwikkelingsproblemen. Denk aan autisme of gedragsproblematiek. Het is eigenlijk een bruikbaar en geschikt model gebleken voor alle kinderen en zelfs volwassenen met een beperking.” Dat blijkt, want wereldwijd is er een grote uptake van het model. “Zelfs in low income-landen, misschien juist omdat daar de medische middelen of behandelmethodes soms beperkt zijn. Het gedachtegoed van het model maakt dat zorgverleners en ouders desondanks de kwaliteit van leven van kinderen helpt verbeteren”, aldus Gorter.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.