DOQ

Ziekenhuisapotheker dr. Koch: ‘Meting bloedspiegels helpt mogelijk tegen bijwerkingen risperidon bij kinderen’

Instellen van de juiste bloedconcentratie van het antipsychoticum risperidon bij kinderen met autisme voorkomt mogelijk bijwerkingen zoals gewichtstoename. Dit blijkt uit onderzoek van het Erasmus MC. In vervolgonderzoek wil ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog dr. Birgit Koch (samen met kinder- en jeugdpsychiater dr. Bram Dierckx en arts-onderzoeker Sanne Kloosterboer) kijken of meting van de bloedspiegels inderdaad helpt om bijwerkingen van risperidon tegen te gaan, zonder dat dit ten koste gaat van de effectiviteit. “Als we dit inderdaad aantonen, dan kunnen we als apothekers een beter verhaal uitdragen richting de psychiaters en onderbouwen waarom geïndividualiseerd doseren bij antipsychotica belangrijk is. 

Ongeveer 1 op de 100 kinderen en adolescenten gebruiken een antipsychoticum voor een scala aan mentale stoornissen, zoals ernstige gedragsstoornissen, schizofrenie en bipolaire stoornis. Een andere belangrijke indicatie is prikkelbaarheid als gevolg van een autismespectrumstoornis. Bij deze indicaties is veel ervaring opgedaan met risperidon, dat hiertegen een effectief middel is gebleken.  

Ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog dr. Birgit Koch

Metabool syndroom 

Maar er zijn zorgen over bijwerkingen van risperidon. De belangrijkste bijwerking is gewichtstoename, vooral bij kinderen en jeugdigen, vertelt dr. Birgit Koch, die behalve ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog bij het Erasmus MC ook universitair hoofddocent bij de Rotterdamse universiteit is. “Gezondheidsrisico’s op de langere termijn, waaronder metabool syndroom en diabetes, liggen hierdoor op de loer”, licht ze toe. “Andere vaak voorkomende bijwerkingen van risperidon zijn bijvoorbeeld extrapiramidale symptomen en sedatie. Ook verlenging van het Qt-interval kan voorkomen, al is dit zelden klinisch relevant.” 

“Vanaf een spiegel van 25 µg/l blijkt gewichtstoename te kunnen optreden. Soms tot wel 10 kilo extra” 

Bijwerkingen voorspellen 

Uit eerder onderzoek van het Erasmus MC samen met een aantal ggz-instellingen in Nederland – waarbij 42 kinderen en jeugdigen zijn gevolgd en met behulp van een vingerprik bloed werd afgenomen – bleek dat er een grenswaarde voor risperidon in het bloed is waarbij de kans op gewichtstoename is verhoogd. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het British Journal of Clinical Pharmacology (BJCP).

Koch: “We ontdekten dat kinderen vanaf een bepaalde concentratie meer effect hebben van risperidon, maar dat er ook een bovenwaarde is, waarboven er een 5,5-maal grotere kans is op bijwerkingen zoals gewichtstoename. Dit is voor elk kind anders en dat kun je met ons model dus individualiseren en voorspellen. Voor één kind binnen onze groep hebben we in ons artikel in BJCP laten zien dat het boven 15 µg/l de ABC-score op autisme verbetert. Vanaf een spiegel van 25 µg/l blijkt gewichtstoename te kunnen optreden. Soms tot wel 10 kilo extra.” Het lijkt daarom zinvol om de bloedconcentratie van risperidon binnen deze grenzen te houden om zo bijwerkingen tegen te gaan, zonder dat de effectiviteit verloren gaat. Vervolgonderzoek moet hierover meer helderheid scheppen.  

Gerandomiseerd onderzoek 

Het eerder genoemde onderzoek was observationeel (retrospectief) van aard, maar om echt goede uitspraken te kunnen doen over het nut van bloedspiegelbepaling bij risperidon, oftewel ‘therapeutic drug monitoring’ (TDM), is gerandomiseerd (prospectief) onderzoek nodig. En dat is wat Koch de komende jaren wil gaan doen, samen met kinder- en jeugdpsychiater Bram Dierickx en arts-onderzoeker Sanne Kloosterboer, die ook meewerkten aan het observationele onderzoek. Ze richten hun pijlen op risperidon, omdat dit het meest gebruikte antipsychoticum is bij kinderen met autisme en het dus makkelijker is om data te verzamelen. Ook andere, veel minder bij kinderen gebruikte antipsychotica, aripiprazol en pipamperon, worden in de toekomst wellicht nog onderzocht, geeft Koch aan.  

“Een andere vraag die we ook in het onderzoek willen meenemen, is of strak sturen op de spiegels niet leidt tot gebrek aan effectiviteit” 

Bijsturen van dosering 

Koch: “We willen 140 kinderen met autisme die risperidon gebruiken includeren, afkomstig uit verschillende ziekenhuizen in Nederland. De kinderen worden verdeeld over twee onderzoeks-armen van elk 70 personen. Bij de ene groep worden de bloedspiegels gemeten, maar de dosering blijft gelijk. Bij de andere groep worden ook de bloedspiegels gemeten, waarbij wel aanpassing van de dosering plaatsvindt op geleide van de spiegels. Aan het eind van het onderzoek willen we dan kunnen vaststellen of het meten van spiegels en het bijsturen van de dosering daadwerkelijk leidt tot minder bijwerkingen. Een andere vraag die we ook in het onderzoek willen meenemen, is of strak sturen op de spiegels niet leidt tot gebrek aan effectiviteit.” 

Hobbels 

Voor de uitvoering zijn er nog wel wat hobbels te nemen, geeft Koch aan. “We hebben genoeg subsidie gekregen om te starten, maar we zouden het onderzoek ook verder willen uitbreiden door onder meer samenwerking met de universiteit van Würzburg uit Duitsland. We gaan daarom extra financiering aanvragen via ZonMw. Verder is het een uitdaging om bloed te verzamelen bij kinderen met autisme, een ingewikkelde populatie vanwege de psychiatrische problematiek. Met een vingerprikje kunnen ouders dat doen. De bloeddruppels kunnen ze op een kaartje aanbrengen, waarna de gedroogde bloeddruppels naar het laboratorium van het Erasmus MC gaan voor analyse.” 

 “Veel zorgverleners weten niet dat er zoveel bijwerkingen kunnen optreden bij antipsychotica” 

Beter verhaal 

De ambitie van Koch is om binnen vijf jaar met de resultaten te komen. “Er gaat iemand op promoveren. We hopen dan te hebben aangetoond dat TDM bij risperidon leidt tot minder bijwerkingen. En we willen dan ook te weten zijn gekomen of het aanhouden van een maximumspiegel niet de effectiviteit beïnvloedt.”  

Met de resultaten van de studie beoogt Koch te bereiken dat binnen de psychiatrie en de apothekerswereld meer oog komt voor de bijwerkingen van antipsychotica, met name bij kinderen. “De kans op bijwerkingen moet je niet onderschatten. Veel zorgverleners weten niet dat er zoveel bijwerkingen kunnen optreden bij antipsychotica. Kunnen we inderdaad aantonen dat TDM helpt om bijwerkingen te voorkomen, zonder dat de effectiviteit in het gedrang komt, dan kunnen we als apothekers een beter verhaal uitdragen richting de psychiaters en onderbouwen waarom geïndividualiseerd doseren bij antipsychotica belangrijk is.” 


Referentie: Kloosterboer SM, de Winter BCM, Reichart CG, Kouijzer MEJ, de Kroon MMJ, van Daalen E, Ester WA, Rieken R, Dieleman GC, van Altena D, Bartelds B, van Schaik RHN, Nasserinejad K, Hillegers MHJ, van Gelder T, Dierckx B, Koch BCP. Risperidone plasma concentrations are associated with side effects and effectiveness in children and adolescents with autism spectrum disorder. Br J Clin Pharmacol. 2020 Jul 9. doi: 10.1111/bcp.14465. Epub ahead of print. PMID: 32643213. 
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32643213/  

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?

Zorgen voor en over AI bij zorgverleners

De beloftes van AI in de gezondheidszorg zijn groot. Maar AI kent ook nadelen en potentiële gevaren. Met haar theaterstuk ‘Zorgen voor AI’ wil Roanne van Voorst de discussie hierover stimuleren op de werkvloer. “In de praktijk valt de bespaarde tijd meestal tegen.”

Gelijke behandeling betekent niet altijd hetzelfde behandelen

Kinderarts Charlie Obihara schreef samen met zijn vrouw, psycholoog Dorian Maarse, het boek ‘Naar een inclusieve opleiding in de zorg’. “Als de opleiding niet meebeweegt met een steeds diverser wordende samenleving, loop je het risico dat je zorg tekortschiet.”

Aanvrager echo doet vaak geen lichamelijk onderzoek

In meer dan de helft van de gevallen hebben aanvragers van echografie vooraf geen lichamelijk onderzoek verricht. Andreea Pavel: “Wanneer het beschreven lichamelijk onderzoek bij meerdere polibezoeken identiek is, vraag je je af of het wel écht heeft plaatsgevonden.”