DOQ

Zó voorkom je onnodig gebruik van opioïden

Ons land telt 200.000 langdurige gebruikers van opioïden. Zij nemen langer dan 90 dagen deze pijnstillers in. Daarmee stijgt hun kans op gewenning, afhankelijkheid, verslaving en bijwerkingen. Apotheker Eward Melis van de Sint Maartenskliniek is van mening dat de hele zorgketen kan bijdragen aan daling van het aantal chronische gebruikers. “In de NHG-Richtlijn Pijn vind je afbouwschema’s.”

Obstipatie, duizeligheid en ademhalingsdepressie. Het zijn veelvoorkomende bijwerkingen van opioïden, waarvan oxycodon, morfine en fentanyl de meest gebruikte zijn in Nederland. “Vooral ouderen zijn gevoelig voor bijwerkingen”, weet Eward Melis. “Inname vergroot ook het valrisico. Soms gebruiken ouderen een opiaat tegen rugpijn, worden daardoor duizelig, breken een knie of heup en zijn dan nog verder van huis.”

“Chronisch gebruik impliceert de kans op problemen, maar heeft op den duur weinig effect op de pijn. Dan is de balans doorgeslagen naar de negatieve kant”

Apotheker Eward Melis

‘Apotheker pijn’

Melis noemt zichzelf ‘apotheker pijn’. Hij verdiept zich in de werking van pijnstillende medicatie en schreef met artsen en andere apothekers een handreiking voor de afbouw van opioïdengebruik. Die is opgenomen in de NHG-Standaard Pijn. “Hoe groot zijn de stappen die je kunt zetten? Om de hoeveel tijd minder je de dosering? Het is een praktisch handvat voor de huisarts. Dit is een belangrijk thema, want chronisch gebruik impliceert dus de kans op problemen, maar heeft op den duur weinig effect op de pijn. Dan is de balans doorgeslagen naar de negatieve kant.”

“Schrijf beperkt voor, geef een recept voor maximaal een week”

Eindig probleem

Hoe zorgen onder meer huisartsen en apothekers ervoor dat het gebruik van opioïden wordt beperkt tot het strikt noodzakelijke? Hoe kunnen ze onterecht gebruik voorkomen en terecht gebruik snel en verantwoord afbouwen? “Er zijn twee uitgangspunten”, zegt Melis. “Eén: schrijf beperkt voor. Geef een recept voor maximaal een week. En twee: als je een herhaalrecept overweegt, ga dan samen met de patiënt na of het nut nog opweegt tegen de bijwerkingen. Heeft de patiënt er veel baat bij, omdat het pijnstillend effect groot is? Dan is het misschien gerechtvaardigd een herhaalrecept voor een week uit te schrijven. Besef daarbij wel dat een probleem eindig moet zijn. Kort na een pijnlijke operatie heeft de patiënt veel pijn en is een opiaat op zijn plaats. Je weet in dit geval ook dat de pijn overgaat en een opioïde spoedig niet meer nodig is. Anders ligt het bij de patiënt met vage (chronische) pijn in de onderrug waarvan de oorzaak onduidelijk is. Je kunt dan wel een opiaat voorschrijven, maar we weten dat opioïden bij chronische pijn niet effectief zijn.”

In mijn optiek staan patiënten meer open voor afbouwen dan artsen vaak aannemen”

Eerste lijn

Onderzoek uitgevoerd in de Sint Maartenskliniek laat zien dat er winst is te boeken. Melis: “Samen met collega’s heb ik in 2021 een studie verricht bij postoperatieve orthopediepatiënten. Een half jaar na de ingreep bleek ongeveer 13% nog opioïden te gebruiken. Weliswaar waren sommigen van hen al vóór de operatie langdurige opioïdegebruiker, dat laat onverlet dat een flink aantal deze status ontwikkelde na de ingreep. Normaal gesproken is de postoperatieve pijn dan voorbij, maar toch gebruikten ze nog opioïden. Dan vraag ik me af: hoe is dat gekomen? In de meeste ziekenhuizen is het tegenwoordig gebruikelijk heel beperkt opioïden mee te geven bij ontslag uit het ziekenhuis. In de Sint Maartenskliniek bijvoorbeeld, krijgen mensen de middelen voor maximaal een paar dagen mee naar huis. Dus wat is er gebeurd na ontslag uit het ziekenhuis? Wie heeft de middelen voorgeschreven en hoe is de patiënt begeleid? Als de patiënt ondanks de opioïden nog steeds pijn heeft, kun je je in elk geval afvragen: wat is het effect van die pillen nog en is het niet tijd om af te bouwen? Ons onderzoek leverde nóg een frappant resultaat op. Zes maanden na de operatie vroegen we de patiënten: zou je willen afbouwen? Vrijwel iedereen antwoordde bevestigend. De meesten voelen zich blijkbaar niet goed bij langdurig gebruik. In mijn optiek staan patiënten meer open voor afbouwen dan artsen vaak aannemen.”

Wijs de patiënt met pijn de weg naar mindfulness, ontspanningsoefeningen of cognitieve gedragstherapie”

Driehoek patiënt-huisarts-apotheker

Melis koppelt deze woorden aan een pleidooi voor begeleiding van de patiënt. “Voor een goede, verantwoorde afbouw is de driehoek patiënt-huisarts-apotheker nodig. Vervolgens is dé succesfactor dat een zorgprofessional de patiënt begeleidt. Vraag de patiënt regelmatig telefonisch of tijdens een consult hoe het gaat. Ondersteun en motiveer, want afbouwen kan vanwege de pijn best lastig zijn. In de NHG-richtlijn staan niet-medicamenteuze interventies: wijs de patiënt met pijn bijvoorbeeld de weg naar mindfulness, ontspanningsoefeningen of cognitieve gedragstherapie.”

Referentie: NHG-Richtlijn Pijn

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”


0
Laat een reactie achterx