DOQ

Zorgen voor en over AI bij zorgverleners

De beloftes van kunstmatige intelligentie (AI) in de gezondheidszorg zijn groot. Maar AI kent ook nadelen en potentiële gevaren. Met haar theaterstuk Zorgen voor AI wil toekomstantropoloog Roanne van Voorst, Universiteit van Amsterdam, de discussie hierover stimuleren op de werkvloer.

In de gezondheidszorg neemt het gebruik van AI-tools in rap tempo toe. Zoals programma’s die in een handomdraai een gestructureerd consultverslag maken, op een longfoto een tumor herkennen of zorgverleners adviseren over de optimale behandeling van endocarditis. Van Voorst: “Als toekomstantropoloog onderzoek ik grote sociale transformaties en de invloed die deze hebben op mensen. De digitalisering van de zorg is zo’n transformatie. Daarbij stelde ik mij de vraag of, en zo ja hoe, het werken met AI in de zorg de beslissingen van zorgverleners beïnvloedt. Daarnaast wil ik graag de uitkomsten van mijn onderzoek zichtbaar maken aan de mensen over wie het gaat.”

(Foto: Roeltje van de Sande Bakhuijzen)

“Het theaterstuk is gebaseerd op uitspraken van zorgverleners”

Toekomstantropoloog Roanne van Voorst

Enthousiasme én zorgen

Dat bij elkaar genomen leidde tot het theaterstuk Zorgen voor AI. “Het stuk is gebaseerd op uitspraken van zorgverleners met wie wij in acht verschillende landen hebben gesproken over AI in de zorg”, licht Van Voorst toe. “Daarbij kwamen naast veel enthousiasme over de mogelijkheden van AI, ook veel zorgen naar voren. Die informatie heb ik met het gezelschap Company New Heroes verwerkt in een theaterstuk. Het afgelopen jaar is dit in diverse theaters en op medische conferenties opgevoerd voor zorgverleners, waaronder ook veel zorgverleners die wij gesproken hadden. Ze hoorden nu hun eigen quotes langskomen in het theater.”

Hindernissen

Zoals gezegd, naast enthousiasme zijn er ook zorgen over AI bij zorgverleners. “Een van de dingen die naar voren kwam uit ons onderzoek is de onzekerheid die bestaat over de verantwoordelijkheid bij het werken met AI-tools. Juridisch gezien is de gebruiker altijd de eindverantwoordelijke. De wet eist dat er sprake is van een ‘human in the loop’. Dat impliceert dat de gebruiker de AI-tool controleert en ingrijpt als de AI-tool een fout maakt. Maar hoe pakt dat in de praktijk uit? Daarover gaat het theaterstuk. In ons onderzoek meldden de zorgverleners twee belangrijke hindernissen bij de genoemde eis: tijdgebrek en gebrek aan kennis en inzicht in de werking van de AI-tool.”

“Eventueel vrijgekomen tijd wordt meteen opgevuld met extra patiënten”

Tijdbesparing valt tegen

“Om met het eerste te beginnen: AI wordt vaak ingevoerd met de belofte dat het de zorgverlener tijd bespaart”, gaat Van Voorst verder. “Maar in de praktijk valt dat meestal tegen. De bespaarde tijd wordt opgeslokt door extra taken of handelingen die vaak nodig zijn doordat de AI-tool toch net niet helemaal aansluit bij het bestaande zorgproces. Externe partijen ontwikkelen regelmatig AI-tools zonder voldoende inzicht te hebben in het totale zorgproces. Daarnaast wordt eventueel vrijgekomen tijd meteen opgevuld met extra patiënten.”

Niet realistisch

Dan het gebrek aan kennis en inzicht in de werking van de AI-tools. Van Voorst: “We hoorden zorgverleners zeggen dat ze het niet realistisch vinden dat zij de AI-tool moeten controleren. ‘Ik ben zorgverlener, geen informatica-expert.’ Bij het gebruik van een AI-tool zou een zorgverlener zich idealiter eerst moeten verdiepen in hoe de AI-tool precies werkt; op basis van welke parameters en welke afwegingen komt het algoritme tot een uitkomst? Zorgverleners vinden het lastig om te vertellen dat ze eigenlijk niet snappen wat de AI-tool doet.”

“Hoe meer je gaat leunen op een AI-tool, des te groter is de kans dat je eigen competenties afnemen”

Eigen competenties

Daar doorheen speelt nog iets anders, aldus Van Voorst. “Om een AI-tool goed te snappen – en waar nodig te corrigeren – is het nodig dat je zelf voldoende competent bent om in de gegeven situatie de beste beslissing te nemen. Maar hoe meer je gaat leunen op een AI-tool, des te groter is de kans dat je eigen competenties afnemen. We zien dit terug in het feit dat vooral de wat oudere rotten in het vak op basis van hun jarenlange ervaring gemakkelijker zien waar een AI-tool de fout ingaat dan jonge zorgverleners. Die laatste missen nog het zogeheten ‘niet-pluisgevoel’.”

Discussie op de werkvloer

In het theaterstuk Zorgen voor AI komen deze dillema’s aan de orde. “Ons doel is hiermee de discussie op de werkvloer op gang te brengen”, vertelt Van Voorst. “Natuurlijk kan AI veel goeds brengen in de gezondheidszorg. Daarnaast moeten zorgverleners wel de ruimte krijgen om hun angsten en zorgen aan te kaarten bij hun collega’s en hun leidinggevenden.

Ik denk dat er voor een verantwoorde invoering van AI in de zorg twee zaken belangrijk zijn. Ten eerste moeten de opleidingen meer aandacht gaan besteden aan AI, inclusief de mogelijke risico’s en valkuilen ervan. Ten tweede is het belangrijk de mensen die uiteindelijk met een AI-tool aan de slag gaan meer te betrekken bij het ontwikkelen van die tool. Waar hebben zij het meeste behoefte aan en hoe sluit de tool het beste aan bij de bestaande zorgprocessen?”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?