Zorgondernemers, optimaliseer uw investeringsaftrek

mm
Frits Stünkel
Redactioneel,
8 augustus 2018

De investeringsaftrek verlaagt de fiscale winst, waardoor artsen, apothekers en andere zorgprofessionals die tevens ondernemer zijn, minder belasting betalen. Wanneer zij investeren in bedrijfsmiddelen, kunnen zij u onder voorwaarden gebruikmaken van dit belastingvoordeel. Van helder accountancy in de zorg legt in dit artikel uit hoe dit werkt.

Bij de investeringsaftrek gaat het om meerdere fiscale aftrekposten. Dit zijn:

  • Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
  • Milieu-investeringsaftrek en VAMIL (MIA)
  • Energie-investeringsaftrek (EIA)

In het algemeen geldt voor deze aftrekposten dat zorgondernemers belastingplichtig moeten zijn voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Daarnaast kunnen zij niet alle aftrekposten combineren en hebben zij voor sommige investeringen geen recht op investeringsaftrek. Verder gelden per aftrekpost specifieke voorwaarden en bedragen. De voorwaarden voor de investeringsaftrek zijn complex. Het verdient de aanbeveling dat ondernemende zorgprofs zich hier goed in verdiepen en zich eventueel laten adviseren door een belastingadviseur of accountant.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een aftrekpost die wordt gebruikt voor bedrijfsmiddelen in het algemeen. Dan gaat het bijvoorbeeld om computers, inventaris of instrumentarium.

Voor de KIA geldt een minimum investeringsbedrag per bedrijfsmiddel. Als het investeringsbedrag te laag is, dan komt het bedrijfsmiddel niet in aanmerking voor deze aftrekpost. Het minimum investeringsbedrag bedraagt € 450 per bedrijfsmiddel.

Verder hangt de hoogte van de aftrek af van de totale investering van de onderneming in het betreffende boekjaar. Komen de investeringen boven een bepaald bedrag uit, dan kan de KIA afnemen of zelfs verloren gaan. Hiervoor geldt de navolgende tabel:

Zoals te zien in de onderstaande tabel, kan de KIA in 2018 pas worden toegepast bij een minimale investering van € 2.300. Is het geïnvesteerde bedrag lager dan € 2.300, dan bedraagt de KIA € 0. Ditzelfde gebeurt wanneer het geïnvesteerde bedrag groter is dan € 314.673. Bij een geïnvesteerd bedrag tussen de € 2.300 en € 314.673 bedraagt de KIA maximaal € 15.863.

Ondernemende zorgprofs kunnen de KIA dus optimaliseren. Het kan namelijk lonen om investeringen te spreiden over meerdere jaren. Het zou mogelijk zijn om een bedrijfsmiddel in eerste instantie te huren of financial te leasen. In een volgend boekjaar kan de zorgondernemer het huur- of financial-leasecontract omzetten in koop en opnieuw gebruikmaken van bovenstaande tabel. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) neemt af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt.


Let op!

Als de praktijk onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband, dan moet de zorgondernemer alle individuele investeringen bij elkaar optellen. De hoogte van de aftrek is dan gebaseerd op de totale investering van het samenwerkingsverband en niet op de investering van elke onderneming afzonderlijk. Dit geldt voor alledrie de regelingen.


Milieu-investeringsaftrek en VAMIL

De milieu-investeringsaftrek (MIA) en VAMIL zijn twee verschillende regelingen die vaak worden gecombineerd. Beide worden gebruikt voor investeringen in bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan. Deze lijst wordt elk jaar bijgewerkt en is op te vragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Deze regelingen leveren op verschillende manieren belastingvoordeel op. Zo brengt de zorgondernemer met de MIA een percentage van het investeringsbedrag in mindering op de fiscale winst. En met de VAMIL schrijft de zorgondernemer op een willekeurig moment af op een investering.

Voor de MIA geldt een minimum investeringsbedrag per bedrijfsmiddel. Als het investeringsbedrag te laag is, dan komt het bedrijfsmiddel niet in aanmerking voor deze aftrekpost. Het minimum investeringsbedrag bedraagt € 2.500 per bedrijfsmiddel.

Daarnaast moet men rekening houden met meer voorwaarden. Zo mag het bedrijfsmiddel niet eerder gebruikt zijn en is deze aftrekpost niet te combineren met de energie-investeringsaftrek.


Let op!

De zorgondernemer moet er rekening mee houden dat deze de investering op tijd moet melden bij de RVO wanneer hij of zij gebruik wil maken van de MIA en/of de VAMIL. Dit dient te geschieden binnen drie maandenna het aangaan van de verplichting!


Energie-investeringsaftrek

De energie-investeringsaftrek (EIA) is een aftrekpost die wordt gebruikt voor investeringen in bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan. Deze lijst wordt elk jaar bijgewerkt en kunt u opvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Voor de EIA geldt óók een minimum investeringsbedrag per bedrijfsmiddel. Als het investeringsbedrag te laag is, komt het bedrijfsmiddel niet in aanmerking voor deze aftrekpost. Het minimum investeringsbedrag bedraagt € 2.500 per bedrijfsmiddel.

Ook hier geldt dat het bedrijfsmiddel niet eerder mag zijn gebruikt en dat de zorgondernemer deze aftrekpost niet kan combineren met de milieu-investeringsaftrek.

Van helder accountancy, belastingadvies en consultancy voor de zorg heeft de uiterste zorg besteed aan de totstandkoming van deze uitgave. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaardt Van helder geen enkele aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houdt zij zich aanbevolen.

 

, , ,
Deel dit artikel