‘Zorgprofessional, verbeter gezondheidsvaardigheden van mensen met lage SES’

mm
Jenneke van de Streek
Redactioneel,
15 januari 2021

Verschillende onderzoeken tonen aan dat de mensen met een lagere sociaaleconomische status (SES) vaker een beroep doen op de acute zorg, omdat de zorg voor hen te complex is. Zorgorganisaties en zorgprofessionals stemmen de zorg nog te weinig af op deze mensen met vaak meerdere problemen. Het expertisecentrum voor gezondheidsverschillen Pharos geeft praktische handvatten om de aansluiting te verbeteren. Het project Krachtige Basiszorg is een succesvol voorbeeld. 

Tessa Jansen, onderzoeker bij Nivel, trof eind 2020 in haar onderzoek naar de zorgconsumptie op de huisartsenpost een duidelijke samenhang tussen het gebruik van de huisartsenpost en de sociaaleconomische status van een buurt. Bij iedere trap lager in de rangorde van de buurtstatus deden inwoners vaker een beroep op de huisartsenpost. Een vergelijkbaar verschil zag ze bij groepen met verschillende inkomens. Jansen wijst op de beperkte opleiding en gezondheidsvaardigheden als verklaring voor de hogere zorgconsumptie. Omdat aan het opleidingsniveau lastig iets te veranderen is, pleit zij voor versterking van de gezondheidsvaardigheden van sociaaleconomisch kwetsbare mensen, en voor een betere aansluiting van de zorg op hun vaardigheden. 

Huisarts Vincent Puite

Kloof overbruggen 

Rond dezelfde tijd publiceerden NIvel-onderzoeker Monique Heijmans en Jany Rademakers, hoofd onderzoeksafdeling Gezondheidszorg, het artikel Gezondheidsvaardigheden en de mismatch tussen de patiënt en zorgomgeving. Zij stellen evenals Jansen een tweesporenbeleid voor om de kloof te overbruggen: vergroten van de vaardigheden van mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden zelf en vergroten van inzicht en vaardigheden van zorgprofessionals, zodat zij de zorg beter kunnen afstemmen op mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Zij geven voor het tweede spoor vooral aanbevelingen op organisatieniveau.  

“Zorgprofessionals realiseren zich niet dat een groot deel van de informatie voor een grote groep mensen, 29 procent, onbegrijpelijk is, of zelfs niet te vinden” 

Digitaal in plaats van bellen 

Programmamanager persoonsgerichte zorg bij Pharos Majorie de Been

De zorg is inderdaad niet ingericht op mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden, reageert Majorie de Been, programmamanager persoonsgerichte zorg bij Pharos, expertisecentrum voor gezondheidsverschillen. “Professionals in de zorg realiseren zich niet dat een groot deel van de informatie voor een grote groep mensen, 29 procent, onbegrijpelijk is, of zelfs niet te vinden.

Van deze mensen is 2,5 miljoen bovendien laaggeletterd. De toenemende digitalisering maakt het voor deze groepen nog moeilijker”, zegt Been. Het gevolg kan zijn dat deze mensen gezondheidsklachten te laat signaleren en te laat naar de huisarts gaan. “Vroeger kon een patiënt de zorgverzekeraar bellen om te vragen of zorg onder de verzekering valt. Nu moet hij die vraag digitaal stellen – het is zelfs heel lastig om nog een telefoonnummer te vinden. Iemand die niet handig met de computer is, en bang is dat de zorg hem eigen risico kost, gaat zorg mijden. Het gezondheidsprobleem wordt acuut en de patiënt klopt aan bij de spoedeisende hulp.” 

Begripssnelheid  

De patiënt als mens centraal zetten en niet de aandoening, meer tijd, empathie en communicatieve vaardigheden waarbij de professional rekening houdt met de begripssnelheid van de patiënt en met de sociaaleconomische omstandigheden, is volgens De Been essentieel voor het overbruggen van de kloof. Pharos heeft daarvoor praktische handvatten voor zorgverleners. De Been verwijst naar webpagina’s als Begrijp je lichaam, Huisarts-migrant en de online tool Persoonsgerichte zorg in de eerste lijn. Een patiëntenhandboek over ziekten zoals diabetes, geeft praktische eenvoudige voorlichting in woord en beeld en de e-learning Effectief communiceren voor laaggeletterden voor zorgprofessionals wordt in opleidingen toegepast. 

“De terugvraagmethode wordt nog onvoldoende toegepast. Dat vinden zorgprofessionals zelf ook” 

Terugvraagmethode 

Dé gouden tip van De Been is de terugvraagmethode aan het einde van het consult waarbij de patiënt navertelt wat hij van de uitleg van de zorgverlener heeft begrepen. “Deze methode die wetenschappelijk is onderbouwd, voorkomt dat de patiënt de spreekkamer verlaat zonder de informatie te begrijpen, maakt het mogelijk om adviezen aan te passen en geeft de professional feedback over zijn uitleg.” De methode wordt volgens De Been nog onvoldoende toegepast. “Dat vinden zorgprofessionals zelf ook.” 

Scherpe tweedeling  

De Been ziet wel positieve ontwikkelingen. “De afgelopen twee jaar is op beleidsniveau de aandacht voor verschillen in gezondheidsvaardigheden en sociaaleconomische omstandigheden enorm toegenomen. Maar dat moet zich nog wel vertalen naar de praktijk. En, hoe schrijnend ook, de coronacrisis lijkt een vliegwiel te zijn. Steeds meer beleidsmakers en professionals zien een scherpe tweedeling. Laten we die kans pakken.” 

“Ik kan een patiënt die steeds met hoofdpijn bij mij komt naar de neuroloog verwijzen. Maar als hij stress heeft door problemen in de woonomgeving, kan de woningbouwvereniging hem beter helpen” 

Uit het eigen domein stappen 

Vincent Puite, huisarts in Haarlem-Schalkwijk doet met een aantal Haarlemse huisartspraktijken in postcodegebieden met een lage sociaaleconomische status mee aan het project Krachtige Basiszorg. Krachtige basiszorg is een integrale aanpak gericht op bewoners met hoge gezondheidsrisico’s en problemen in meerdere leefdomeinen. Daarbij kijken alle professionals op het gebied van zorg, sociaal welzijn en preventie in de wijk volgens het 4-domeinen-model naar de lichamelijke, sociale, maatschappelijke en psychische problematiek van de patiënt. Ze proberen te achterhalen op welk domein de grootste problematiek speelt en verwijzen de patiënt naar de best passende hulpverlener. Puite: “Huisartsen zijn doorgaans medisch georiënteerd. Deze gespreksmanier helpt ons om uit het eigen domein te stappen en de problemen op te lossen waar het hoort. Ik kan een patiënt die twintig keer met hoofdpijn bij mij komt naar de neuroloog verwijzen, maar als hij of zij stress heeft door problemen in zijn woonomgeving, kan iemand van de woningbouwvereniging hem beter helpen.” 

“Ik heb de schroom overboord gegooid om opleiding of financiële situatie bespreekbaar te maken” 

Zonder schroom  

Een aantal keren per jaar wordt in themaweken, zoals de Week van de laaggeletterdheid en de Week van het geld, consequent door alle hulpverleners aandacht besteed aan dat onderwerp. “Wij vragen dan op de man af hoe het zit met de opleiding of financiële situatie. Ik heb de schroom overboord gegooid om dit bespreekbaar te maken en probeer vooral uit nieuwsgierigheid de patiënt bijvoorbeeld over zijn jeugd te laten vertellen. Ik leer dan de patiënt beter kennen en de patiënt krijgt meer vertrouwen in mij.” 

“Inschatten van het niveau van de patiënt is heel belangrijk. Soms lijkt de patiënt de uitleg te hebben begrepen, maar blijft toch met klachten terugkomen” 

Lange termijn 

Puite werkt nu een klein jaar op deze manier. Het maakt onder meer duidelijk bij welke persoon een consult van 10 minuten niet genoeg is, ander taal nodig is en folders geen zin hebben. Puite: “Inschatten van het niveau van de patiënt is heel belangrijk. Soms lijkt uit de reacties dat iemand de uitleg heeft begrepen, maar blijft de patiënt met klachten terugkomen. Dan blijkt dat hij toch niets heeft begrepen. Deze werkwijze heeft ons allemaal inzicht gegeven. Al halen we er zo 10 patiënten uit, deze mensen kunnen we op lange termijn beter helpen.” 


Referenties: Jansen T, Mind the Safety Net, Socioeconomic inequalities in out-of-hours primary care use; proefschrift Universiteit van Amsterdam, november 2020 
Heijmans M, Rademakers J;  Gezondheidsvaardigheden en de mismatch tussen de patiënt en zorgomgeving; Oefenen.nl: 2020, 16.  

, , , ,
Deel dit artikel