DOQ

‘Behandeldoelen maagverkleining niet alleen onrealistisch maar ook misleidend’

De resultaten van een maagverkleiningsoperatie bij patiënten met ernstig overgewicht worden doorgaans beoordeeld op basis van behandeldoelen die meer op een ideaalbeeld zijn gebaseerd dan op realistisch haalbare uitkomsten. Dit concludeert maag-darm chirurg Arnold van de Laar in zijn proefschrift over bariatrische chirurgie. In de vijftig jaar waarin dit specialisme zich ontwikkelde tot een volwaardige, veilige en effectieve behandeling van ernstige obesitas, werden deze traditionele behandeldoelen echter nooit getoetst.


Maag-darm chirurg Arnold van de Laar constateert dat de behandeldoelen niet alleen onrealistisch zijn, maar ook oneerlijk en misleidend. Uit zijn studie blijkt dat bij meer dan driekwart van de patiënten enige mate van obesitas blijft bestaan. Wel blijkt dat het overgrote deel van de patiënten ook na lange tijd nog 20 tot 30 procent lichter is dan voor de operatie, wat een uitstekende gezondheidswinst betekent. Om teleurstelling, demotivatie en zelfs onnodige heroperaties te voorkomen, is het van groot belang om vooraf de patiënten eerlijk uit te leggen wat zij van een operatie wél kunnen verwachten en wat niet, aldus de promovendus. 

Bron: Pixabay

De belangrijkste conclusies

  • De populaire uitkomstmaat percentage excess weight loss (%EWL) kan leiden tot verkeerde conclusies over uitkomsten van bariatrische en metabole chirurgie en zou daarom niet meer mogen worden gebruikt.
  • Geen enkel statisch criterium voor postoperatief gewichtsverlies, zoals 20% total weight loss, 50% excess weight loss, of 35kg/m2body mass index, is geschikt voor het opsporen van patiënten met tegenvallende resultaten na bariatrische chirurgie.
  • De uitgangs- body mass index voorspelt noch het gewichtsverlies na een maagomleiding operatie, noch de postoperatieve verbetering van diabetes mellitus type 2.
  • Resultaten van gewichtsverlies na bariatrische chirurgie worden het minst beïnvloed door verschillen in uitgangs- body mass index, als zij worden uitgedrukt als percentage alterable weight loss (%AWL).
  • Door de correlaties met leeftijd en geslacht zijn de nadir gewichtsverlies resultaten na een maagomleiding operatie van mannelijke patiënten jonger dan 40 jaar gemiddeld vergelijkbaar met die van vrouwelijke patiënten ouder dan 40 jaar.
  • Het persoonlijke stabiele lichaamsgewicht vóór de primaire bariatrische operatie moet als uitgangsgewicht worden gebruikt voor het berekenen van postoperatief gewichtsverlies, in plaats van het toevallige gewicht op de dag van de operatie; ook bij revisie chirurgie.
  • Gewichtstoename na het aanvankelijke gewichtsverlies na bariatrische chirurgie moet worden berekend ten opzichte van het preoperatieve uitgangsgewicht, niet ten opzichte van het laagste postoperatief behaalde gewicht.
  • Uitkomsten na bariatrische chirurgie ondersteunen de hypothese van een lichaamsgewicht homeostase met een persoonlijk richtgewicht dat onafhankelijk blijft van de bariatrische operatie.
  • Bariatrische uitkomsten bij ernstig overgewicht voorspellen de minimale levensvatbare body mass index bij ernstig ondergewicht.
  • Percentielgrafieken voor gewichtsverlies (vergelijkbaar met de groeicurven voor kinderen), gebaseerd op percentage alterable weight loss (%AWL) verdienen de voorkeur voor het beoordelen van gewichtsverlies, gewichtstoename en tegenvallende resultaten na bariatrische chirurgie, boven bestaande methoden.
  • Langdurige follow-up na een maagomleiding operatie, inclusief bloedonderzoek, is essentieel, aangezien deficiënties vooral na de eerste twee postoperatieve jaren ontstaan.
  • De grote spreiding in de uitgangs- body mass index onder bariatrische patiënten en, onafhankelijk daarvan, de grote spreiding in hun postoperatieve gewichtsverlies ondersteunen beide de hypothese dat obesitas niet één type ziekte is.

Bekijk hier het proefschrift van maag-darm chirurg Arnold van de Laar: Analyses of weight loss after bariatric surgery

Bron: Amsterdam UMC

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”