DOQ

Lagere mortaliteit bij behandeling van multiresistente tuberculose en hiv

Het gebruik van antiretrovirale therapie (ART) en zeer effectieve geneesmiddelen tegen tuberculose blijkt gerelateerd te zijn aan een afgenomen overlijdensrisico van hiv-positieve patiënten met multiresistente tuberculose. Daarom vinden de auteurs van de betreffende meta-analyse in The Lancet dat toegang tot deze therapieën dringend gewenst is. 

Bij een infectie met een stam van Mycobacterium tuberculosis die resistent is tegen in elk geval isoniazide en rifampicine, wordt gesproken van multiresistente tuberculose. Dat is een belangrijk mondiaal volksgezondheidprobleem. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat er in 2018 wereldwijd 484.000 nieuwe gevallen van multi- of rifampicine-resistente tuberculose waren.

(bron foto iStock)

Ongeveer 18 procent van de recidiverende gevallen van tuberculose is multiresistent of in hoge mate geneesmiddelresistent, gedefinieerd als de aanwezigheid van multiresistente tuberculose plus resistentie tegen in elk geval een fluoroquinolone en een van de injecteerbare geneesmiddelen (amikacine, capreomycine of kanamycine).

Hoger overlijdensrisico

Zo’n 15 procent van de volwassenen met multiresistente tuberculose overlijdt tijdens de behandeling. Slechts 56 procent voltooit de behandeling of geneest. Hiv-positieve patiënten maken wereldwijd 9 procent uit van alle patiënten met tuberculose en hebben een 1,5-10,2 keer hoger risico om tijdens de behandeling van multiresistente tuberculose te overlijden dan hiv-negatieve patiënten.

Er is weinig bekend over de mate waarin het gebruik van specifieke behandelingen dit risico zou kunnen verminderen. Meerdere studies wijzen erop dat het niet-gebruik van ART en een grotere mate van immunosuppressie gepaard gaan met slechtere behandelresultaten bij patiënten met resistente tuberculose. Daarentegen hebben andere studies en een systematische review daarvan geen voordeel gevonden van ART op behandelresultaten bij multiresistente tuberculose. Dit waren over het algemeen kleine single-center studies of studies die niet waren opgezet om het verband tussen ART-gebruik en de mortaliteit bij belangrijke subgroepen van patiënten te evalueren.

Medicatie verlaagt mortaliteit

In deze meta-analyse is geëvalueerd wat de invloed is van medicatiegebruik op het overlijdensrisico bij hiv-positieve volwassenen met bevestigde of veronderstelde multiresistente tuberculose. Van de 11.920 geïncludeerde patiënten met multiresistente tuberculose waren 2997 personen (25 procent) hiv-positief en kregen ART, 886 personen (7 procent) waren hiv-positief en kregen geen ART en 1749 personen (15 procent) hadden uitgebreide resistente tuberculose.

Bij gebruik van hiv-negatieve patiënten als referentie waren de aangepaste odds ratio (aOR)-cijfers voor overlijden:

  • aOR 2,4 voor alle hiv-patiënten;
  • aOR 1,8 voor hiv-positieve patiënten die ART kregen; en
  • aOR 4,2 voor hiv-positieve patiënten die geen ART kregen of bij wie het gebruik daarvan onbekend was.

Bij hiv-patiënten ging het gebruik van minstens één geneesmiddel uit WHO-groep A, specifiek het gebruik van moxifloxacine, levofloxacine, bedaquiline of linezolid, gepaard met een significant afgenomen overlijdensrisico.

Bisson GP, Bastos M, Campbell JR, et al. Mortality in adults with multidrug-resistant tuberculosis and HIV by antiretroviral therapy and tuberculosis drug use: an individual patient data meta-analysis. Lancet. 2020;396:402-411. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32771107/

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?