Lagere mortaliteit bij behandeling van multiresistente tuberculose en hiv

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
10 september 2020

Het gebruik van antiretrovirale therapie (ART) en zeer effectieve geneesmiddelen tegen tuberculose blijkt gerelateerd te zijn aan een afgenomen overlijdensrisico van hiv-positieve patiënten met multiresistente tuberculose. Daarom vinden de auteurs van de betreffende meta-analyse in The Lancet dat toegang tot deze therapieën dringend gewenst is. 

Bij een infectie met een stam van Mycobacterium tuberculosis die resistent is tegen in elk geval isoniazide en rifampicine, wordt gesproken van multiresistente tuberculose. Dat is een belangrijk mondiaal volksgezondheidprobleem. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat er in 2018 wereldwijd 484.000 nieuwe gevallen van multi- of rifampicine-resistente tuberculose waren.

(bron foto iStock)

Ongeveer 18 procent van de recidiverende gevallen van tuberculose is multiresistent of in hoge mate geneesmiddelresistent, gedefinieerd als de aanwezigheid van multiresistente tuberculose plus resistentie tegen in elk geval een fluoroquinolone en een van de injecteerbare geneesmiddelen (amikacine, capreomycine of kanamycine).

Hoger overlijdensrisico

Zo’n 15 procent van de volwassenen met multiresistente tuberculose overlijdt tijdens de behandeling. Slechts 56 procent voltooit de behandeling of geneest. Hiv-positieve patiënten maken wereldwijd 9 procent uit van alle patiënten met tuberculose en hebben een 1,5-10,2 keer hoger risico om tijdens de behandeling van multiresistente tuberculose te overlijden dan hiv-negatieve patiënten.

Er is weinig bekend over de mate waarin het gebruik van specifieke behandelingen dit risico zou kunnen vermi

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, , , ,
Deel dit artikel