DOQ

Opnieuw discussie over rol kleine lucht­wegen bij rokers

Onderzoek van Claire Cox naar de rol van kleine luchtwegen bij (ex‑)rokers met of zonder astma laten een andere conclusie zien dan eerdere studies naar de kleine luchtwegen. Dit opent een oude discussie over het belang van zogenaamde extrafijne formuleringen van inhalatiemedicatie bij patiënten met astma, voornamelijk voor diegenen die roken of hebben gerookt.

Onlangs verdedigde Claire Cox haar proefschrift getiteld ‘The role of small airways in (ex-)smokers with or without asthma’ aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Het is voor vele experts in dit onderzoeksveld niet leuk om te horen dat kennis die zij dachten te hebben niet zo evident, of zo zwart-wit is”, aldus Cox. Zo tonen de onderzoeken in het proefschrift onder andere aan dat er geen meerwaarde is van het gericht behandelen van de kleine luchtwegen van astmatische (ex-)rokers. “De meeste proefschriften zijn niet per se baanbrekend, maar wel altijd een kleine stap voorwaarts. Er worden nieuwe inzichten gedeeld en in het geval van mijn onderzoeken wordt een oude discussie waarvan men dacht dat die beslecht was, opnieuw geopend.”

(Foto: Robbert Brink)

“We hebben geconcludeerd dat er geen meerwaarde is van het verkleinen van de deeltjesgrootte van ICS voor (ex-)rokers”

Onderzoeker Claire Cox

Silent zone

Hiermee doelt Cox op de decennia bestaande discussies over het belang van kleine luchtwegbetrokkenheid bij luchtwegaandoeningen als astma en COPD of bij rokers. Omdat uit laag complexe metingen bleek dat de kleine luchtwegen maar heel summier bijdroegen aan de totale luchtwegweerstand werden deze in 1970 de ‘silent zone’ genoemd, waarmee men besloot dat er geen grote rol was weggelegd voor de kleine luchtwegen bij astma en COPD. Na een onderzoeksstilte van ongeveer 30 jaar bleek echter dat de kleine luchtwegen wél van belang waren bij luchtwegaandoeningen, al dan niet gerelateerd aan roken. Ondanks dat de kleine luchtwegen al lang niet meer aangeduid worden als de ‘silent zone’ en rokers niet meer uitgesloten zijn van deelname aan wetenschappelijk onderzoek was, en is, er nog genoeg onbekend over de impact van afwijkingen of fysiologische variaties aan de kleine luchtwegen bij rokers met of zonder astma. Hier heeft Cox onderzoek naar gedaan.

Geen meerwaarde van kleine deeltjes ICS bij astmatische rokers

“Astmatische (ex-)rokers hebben doorgaans een minder goede respons op behandeling met inhalatiecorticosteroïden (ICS) dan astmapatiënten die nooit hebben gerookt”, legt Cox uit. Mogelijk zouden de kleine luchtwegen onvoldoende worden bereikt door de standaardformuleringen ICS die geen extrafijne deeltjes bevatten. De hypothese was dan ook dat het gericht behandelen van de kleine luchtwegen zou leiden tot een betere respons en betere astmacontrole van astmatische (ex-)rokers. Cox: “Dit hebben we niet aan kunnen tonen. Extrakleine en niet-extrakleine deeltjes ICS bleken gelijkwaardig in het verbeteren van de functie van kleine luchtwegen. Hieruit hebben we geconcludeerd dat er geen meerwaarde is van het verkleinen van de deeltjesgrootte van ICS voor (ex-)rokers.”

Rol van kleine luchtwegen bij gezonde rokers

Andere onderzoeken van Cox focusten op longfunctieonderzoeken naar de kleine luchtwegen, zoals de waarde van de FVC gecorrigeerde FEF-metingen; een parameter te verkrijgen met spirometrie. Ook identificeerde zij factoren die samenhangen met een hogere kans op het hebben van bronchiale hyperreactiviteit met een AMP-provocatie bij gezonde proefpersonen die geen bronchiale hyperreactiviteit laten zien bij een methacholine-provocatie. Hieruit kwam onder andere roken, sputum eosinofilie, lagere CCQ-scores, een slechter functioneren van kleine luchtwegen en een lagere diffusiecapaciteit geassocieerd waren met een hogere kans op hyperreactiviteit op AMP. Deze bevindingen deden Cox en collega’s speculeren dat hyperreactiviteit op AMP bij gezonde rokers zou kunnen wijzen op een hoger risico op het ontwikkelen van COPD.

“Ik denk zelf dat preventief monitoren de toekomst heeft, ook bij bijvoorbeeld gezonde rokers”

Meer monitoring bij rokers

De onderzoeken die Cox verrichtte hebben haar meer inzicht verschaft in de rol van kleine luchtwegen bij de behandeling van astma, maar ook in het belang van goede longfunctieonderzoeken. “Mijn belangrijkste leerpunt uit dit proefschrift is wellicht dat longfunctie een heel belangrijke methode is om te zien hoe het echt met een patiënt gaat. Uiteraard dient de longfunctietest correct uitgevoerd te zijn. Ik pleit ook voor bredere implementatie van weerstandsmetingen met impuls oscillometrie. Liefst ook in de eerste lijn, omdat deze testen veel inzicht lijken te verschaffen bij het monitoren op het ontstaan van luchtwegaandoeningen. We kennen allemaal de astmapatiënt met een FEV1 van 140% voorspeld. Deze patiënt heeft een bovennormale longfunctie maar kan een klachtenpatroon hebben passend bij een matig-ernstig astma.”

Door middel van inzet van verschillende longfunctiemetingen, waaronder ook die metingen die meer inzicht verschaffen in de kleine luchtwegbetrokkenheid, in combinatie met het klinisch beeld, kunnen artsen sneller zien wanneer zij therapeutisch in dienen te grijpen, vertelt Cox. “Ik denk zelf dat preventief monitoren de toekomst heeft, ook bij bijvoorbeeld gezonde rokers. Wil je vroege interventies kunnen doen bij luchtwegaandoeningen, zal je moeten identificeren bij wie dit zin heeft en dus moeten bestuderen welke kenmerken gepaard gaan met een verhoogd risico op het ontwikkelen van luchtwegaandoeningen bij rokers. Daarnaast kun je alleen een verslechtering waarnemen als je weet wat de basis was.”

Referentie: C.A. Cox. The role of the small airways in (ex-)smokers with or without asthma. Proefschrift 2023.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: jonge patiënt met heftige oorpijn

De 9-jarige patiënt voor u heeft de hele nacht heftige oorpijn gehad rechts. Zijn gehoor is beiderzijds goed en hij heeft geen koorts. Hij is een weinig snotterig. Wat is uw diagnose?

In Search of Stories brengt levens­verhalen tot leven

Het onderzoeksproject ‘In Search of Stories’, geleid door oncoloog Hanneke van Laarhoven, brengt verhalen van ongeneeslijk zieke patiënten tot leven. “De analyse van deze verhalen biedt inzichten die met traditionele methoden vaak over het hoofd worden gezien.”

‘Het preferentiebeleid gaat binnen nu en vier jaar op de schop’

Het preferentiebeleid is volledig doorgeslagen en moet hoognodig op de schop, vindt Aad de Groot, directeur van Zorgverzekeraar DSW. “Het is lastig te berekenen, maar we vermoeden wel dat door de lage prijzen juist andere kosten kunnen toenemen.”

‘Dokters voelen zelf de paradox van samen beslissen in de spreek­kamer’

Samen beslissen kan patiënten tijdelijk veel stress en onzekerheid bezorgen, blijkt uit onderzoek van Inge Henselmans. “Wij staan helemaal achter de beweging van samen beslissen, maar vonden dat er ook oog moest zijn voor de negatieve aspecten ervan.”

‘Het ziekenhuis kan ook zonder lachgas’

Nicolaas Sperna Weiland geeft inzicht in de duurzaamheid van lachgas. “Ik denk persoonlijk dat er ook andere pijnstilling voorhanden is om kortdurend comfort te geven. Vaak met betere pijnstillende effecten en minder nadelige milieueffecten.”

Stop met jezelf onder­mijnen: vijf stappen tegen het imposter syndroom

Bang om door de mand te vallen, prestatiegericht, conflictvermijdend? Veel jonge artsen hebben last van het imposter syndroom. Moniek de Boer geeft praktische tips. “Het ontwikkelen van een gezonde werk-privé balans en het accepteren van kwetsbaarheid is cruciaal.”

Casus: patiënt met huidkleurige papel op de rug

Een 54-jarige vrouw meldt zich bij de huisarts met een huidkleurige papel op de rug. Mevrouw heeft in haar voorgeschiedenis een basaalcelcarcinoom (BCC) gehad van het gelaat. In haar familie komt geen huidkanker voor. Wat is uw diagnose?

Waarom moet ik als arts aandacht hebben voor lhbtiq+?

Zichtbaarheid en veiligheid zijn belangrijk bij het omgaan met lhbtiq+-ers in de zorg, pleit longarts Karin Pool. Ze geeft praktische tips voor zorgverleners en zorginstellingen. “Met kleine aanpassingen, bijvoorbeeld in taalgebruik, maak je al een groot verschil.”

De overgang: hormoon­therapie helpt, maar is geen wonder­middel

Gynaecoloog Dorenda van Dijken promoot hormoontherapie bij overgangsklachten, maar noemt het geen wondermiddel voor de gezondheid op langere termijn. “We kunnen als artsen zeggen dat je de overgang moet omarmen, maar ik vind dat elke vrouw dat zelf bepaalt.”

Casus: man met opgezette en verkleurde gewrichten en zwelling linkeroor

Een 52-jarige man klaagt over pijnlijke en stijve handen. De gewrichten van beide handen en vingers zijn opgezet en blauw-paars verkleurd. Verder heeft hij klachten van moeheid en malaise. Hij heeft geen koorts. Wat is uw diagnose?


0
Laat een reactie achterx