DOQ

Prof. dr. Berendse: “Targeting movements, moving targets en redefining targets”

“Bij de neurologische bewegingsstoornissen zijn er belangrijke ontwikkelingen gaande, waardoor we veel beter weten wat er aan de hand is” Prof dr. Berendse geeft in dit interview DOQ.nl een aantal highlights binnen zijn vakgebied. Deze heeft hij tevens gepresenteerd tijdens de EAN 2017 in Amsterdam en komen neer op ‘Targeting movements, moving targets en redefining targets.’

Prof. dr. (Henk) Berendse is neuroloog en opleider neurologie, en heeft als aandachtsgebied de neurologische bewegingsstoornissen (VUmc, Amsterdam). Daarbinnen onderzoekt hij vooral de ziekte van Parkinson. Berendse: “Ik verrichte tijdens mijn studie geneeskunde fundamenteel onderzoek naar de hersenanatomie, ik was destijds al gefascineerd door de hersenen en dat werd uiteindelijk mijn vak.”

Targeting movements
Prof. Berendse over de EAN: “Ik heb een aantal belangrijke aspecten uitgelicht in mijn verhaal, ‘Targeting movements, moving targets en redefining targets’. We zijn nog steeds bezig de behandeling van de stoornis van het bewegen verder te verbeteren. Vooral op het gebied van advanced therapies bij Parkinson zie je steeds meer vooruitgang. Een belangrijke ontwikkeling daarbij is te vinden bij de diepe hersenstimulatie, deze techniek gaat flexibeler en dynamischer worden. Tot nu toe wordt gebruik gemaakt van elektroden met een beperkt aantal stimulatiepunten. Nu krijg je elektroden die gerichter kunnen stimuleren door meerdere wisselbare contactpunten, waardoor het effect beter is te optimaliseren. Tevens wordt er gekeken naar een temporele component. Je stimuleert dan niet continu, maar alleen wanneer het echt nodig is. Een soort ‘pacemaker on demand’. Deze techniek is nog in ontwikkeling. Maar op congressen kun je al veelbelovend onderzoek vinden met kleine groepen Parkinsonpatiënten. Hersenstimulatie heeft mogelijke bijwerkingen, onder andere op cognitief vlak, dus je wil als neuroloog zo nauwkeurig mogelijk stimuleren, waardoor deze neveneffecten zo gering mogelijk zijn.”

Moving targets
Over de breedte van de bewegingsstoornissen is er meer en meer aandacht voor de niet-motorische stoornissen. Berendse: “Er is vooral meer aandacht voor cognitieve achteruitgang, stemmingsstoornissen en depressie. Deze hebben grote impact op het functioneren, en zijn vaak meer ingrijpend in het leven van patiënten en hun partners dan de motorische stoornissen. De ‘ziektelast’ is op dat vlak heel hoog, en er is lange tijd te weinig aandacht aan besteed”, meent Berendse. “De therapie blijft achter, er zijn wel wat mogelijkheden om stemmingsstoornissen onder andere met pillen te behandelen, maar we hebben niets in handen om cognitieve achteruitgang effectief aan te pakken.” Een neuroloog moet derhalve niet alleen naar de bewegingsstoornissen kijken. “In het onderzoek moeten we ook buiten de basale kernen kijken, bijvoorbeeld naar de rol van de hersenschors. Er waren tijdens de EAN mooie studies waarbij je kon zien hoe de hersenschors betrokken is. Je ziet veranderingen in hersennetwerken en de structuur van de hersenschors en de geestelijke achteruitgang die daarbij optreedt.”

Redefining targets
En tot slot de grootste uitdaging. ‘redefining targets’. Berendse: “Een enorm belangrijk doel voor de toekomst is naast het symptomatisch behandelen van bewegingsstoornissen, ook het ziekteproces zelf af te remmen (te modificeren). Bewegingsstoornissen zoals Parkinson zijn echter heel heterogeen. Geen patiënt is hetzelfde. Wij snappen die variatie nog niet, maar die individuele kenmerken zijn wel essentieel voor de behandeling. Er zijn wereldwijd, ook binnen Nederland, cohortstudies opgezet om die heterogeniteit beter te kunnen begrijpen. Je moet de groep niet als geheel willen behandelen, maar verschillende subgroepen definiëren op basis van de kliniek/hersenscans of op genetische risicoprofielen. De neuroloog zal steeds meer biomarkers gaan gebruiken om een behandeling op maat te geven. Neurologen moeten op de hoogte blijven van de mogelijkheden op dit gebied. Een bijzonder highlight tijdens de EAN was de presentatie van de eerste immunotherapie behandeling van Parkinson. Deze behandeling is gericht op het afremmen van de eiwitklontering. Het gaat weliswaar nog om een fase I-onderzoek, maar het is de eerste demonstratie die een omwenteling kan geven in de behandeling. Je moet daarin wel investeren.”

Oplossen
Berendse tot slot: “Ik ga zeker niet zeggen dat we binnen 5 tot 10 jaar een complexe ziekte als Parkinson kunnen oplossen. Het is realistischer om te zeggen dat we met de kennis die we de laatste 10 tot 15 jaar bij Parkinson hebben verworven – waarbij we eerst alleen aan het dopamine-systeem hebben gesleuteld – nu mogelijkheden gaan krijgen om ook het ziekteproces af te remmen. Ik kan nog niet voorspellen hoe effectief die remming gaat zijn, maar ik ben hoopvol dat we aan de juiste poort aan het rammelen zijn. Het dopamine-systeem is goed voor de symptomatische behandeling, maar daar ligt niet het antwoord voor het remmen van de ziekte. Je moet proberen het hele proces te stoppen, dat zie je terug tijdens congressen zoals de EAN en dat verheugt mij zeer!”

Auteur: Medisch journalist Lennard Bonapart

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij keuze voor geneesmiddel

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes, arts-docent en onderzoeker in het Amsterdam UMC.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.