DOQ

Waarom sommige cellen in dikkedarmtumoren maar niet reageren

Fout op fout op fout. In de celdeling van dikkedarmtumoren blijven fouten optreden in de verdeling van chromosomen. Hierdoor verschillen de tumorcellen sterk van elkaar. Dat blijkt uit onderzoek van het Hubrecht Instituut en het UMC Utrecht. Dit inzicht is belangrijk omdat de verschillende tumorcellen anders kunnen reageren op een behandeling.

Een verhoogde kans op fouten tijdens het verdelen van de chromosomen in de celdeling heet chromosoominstabiliteit. Aan de ene kant heeft dit invloed op de behandeling. Door die verschillen doodt de behandeling sommige tumorcellen wel, maar andere niet. Dit verklaart weer waarom een tumor soms vrijwel weg lijkt, maar toch terugkomt. Ook kan dit inzicht een aanknopingspunt zijn voor nieuwe behandelingen. Want uit eerdere studies blijkt dat het vergroten van de chromosoominstabiliteit in cellen die al instabiel zijn, de kans vergroot dat die cel doodgaat. Van dat mechanisme is wellicht gebruik te maken. De onderzoekers onderzochten de chromosoomverdeling door levende mini-orgaantjes, gemaakt van dikkedarmtumoren, onder de microscoop te leggen en live te kijken naar de celdelingen. Deze mini-orgaantjes, zogenoemde organoïden, zijn in de toekomst te gebruiken om de relatie tussen chromosoominstabiliteit, tolerantie van cellen voor fouten in de chromosoomverdeling en de reactie op medicijnen te bestuderen. Met als uiteindelijk doel om de behandeling van kanker te verbeteren door deze patiënt- en tumor-specifiek maken.

Fouten tijdens celdeling

Gezonde menselijke cellen bevatten 23 paar chromosomen, dus 46 chromosomen in totaal. Samen vormen die chromosomen het menselijk genoom, het totale DNA dat zich bevindt in elke cel. Tijdens een celdeling moeten de chromosomen correct gekopieerd en vervolgens netjes worden verdeeld over de dochtercellen. Als er fouten optreden tijdens de verdeling van de chromosomen, kan dit leiden tot aneuploïdie: een verkeerd aantal chromosomen in de cel, waarbij de ene dochtercel er te veel heeft en de andere te weinig. Die fouten in de chromosoomverdeling noemen we chromosoominstabiliteit.

Aneuploïdie is een kenmerk van kanker in het algemeen, en zo ook van dikkedarmkanker. Het was tot nu toe echter onduidelijk of tumoren bij mensen ook chromosomaal instabiel zijn: blijven ze fouten maken in de chromosoomverdeling? Dat zou zorgen voor veel verschillen in het DNA van de tumorcellen. Die verschillen zorgen ervoor dat tumoren verschillend kunnen reageren op een behandeling. Sommige tumorcellen kun je ermee aanpakken, andere misschien niet. Dit vergroot de kans dat de kanker na behandeling terugkomt.

Kijken naar kankercellen

Volgens de onderzoekers kun je chromosoominstabiliteit het beste meten door tijdens de celdeling te kijken naar het proces van chromosoomverdeling. “Als je alleen kijkt naar het aantal chromosomen op een bepaald moment, zoals we tot nu toe deden, mis je waardevolle informatie, bijvoorbeeld over of er steeds fouten worden gemaakt worden in de chromosoomverdeling in de tumor”, zegt Ana Bolhaqueiro, een van de onderzoekers betrokken bij de studie. Omdat het niet mogelijk is om een levende menselijke tumor onder de microscoop te bekijken, gebruikten ze organoïden.  Door de organoïden onder de microscoop te bekijken, zagen de onderzoekers live de verdeling van de chromosomen bij de celdeling. Hierdoor konden ze voor elke celdeling analyseren of de chromosoomverdeling goed verliep, of niet.

Tumoren maken fouten

De onderzoekers bestudeerden tumororganoïden uit gekweekt uit tumorcellen van elf patiënten met dikkedarmkanker. Ze ontdekten dat het overgrote deel van de tumororganoïden veel meer fouten maakt in de chromosoomverdeling dan organoïden van een gezonde dikke darm. Ook zagen ze dat het ene deel van een tumor veel meer fouten kan maken dan een ander deel. Bovendien bleek dat er in tumoren met een hogere mate van chromosoominstabiliteit in het DNA meestal meer variatie voorkwam tussen de verschillende cellen. Ook werd duidelijk dat niet alle tumoren even goed bestand zijn tegen fouten tijdens de celdeling: sommige tumorcellen blijven leven na zo’n fout, terwijl andere tumorcellen overlijden.

Deze eigenschappen van tumorcellen zouden hun reactie op behandeling kunnen beïnvloeden. Organoïden kunnen in de toekomst gebruikt worden om de relatie tussen chromosomale instabiliteit, tolerantie voor fouten in de chromosoomverdeling en de reactie op medicijnen te bestuderen. Daarmee kunnen we in de toekomst de behandeling van kanker verbeteren en afstemmen op de patiënt én op de tumoren.

Bron: UMCUtrecht
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”