DOQ

Mededingings­toezicht biedt veel ruimte voor samen­werking

Het Nederlandse zorgstelsel is deels gebaseerd op concurrentie. Toch is er ook veel ruimte voor samenwerking, bijvoorbeeld in netwerken van ziekenhuizen. “Mededingingsregels hoeven samenwerking niet in de weg te staan”, vindt Marco Varkevisser, hoogleraar Marktordening in de Gezondheidszorg bij Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) in Rotterdam.

Begin dit jaar publiceerde de ESHPM een rapport over de houdbaarheid en weerbaarheid van het Nederlandse zorgstelsel.1 Houdbaarheid gaat over het functioneren van een zorgstelsel op langere termijn, en weerbaarheid over hoe goed een zorgstelsel bestand is tegen onverwachte gebeurtenissen zoals de covid-pandemie. Het rapport is afgelopen maart aangeboden aan minister Ernst Kuipers van VWS. “Een casestudie in dat rapport gaat over de balans tussen concurrentie in de zorg en de behoefte aan meer samenwerking in bijvoorbeeld netwerken”, vertelt Marco Varkevisser. De casestudie is apart gepubliceerd.2 “Veel zorgaanbieders en -bestuurders blijken geen goed beeld te hebben van die balans. Zij denken dat heel veel niet mag van de Autoriteit Consument en Markt, terwijl die ACM de afgelopen jaren heeft laten zien dat er juist veel ruimte is voor samenwerking.”

“De mededingingsregels werden ten tijde van de coronapandemie tijdelijk losgelaten”

Hoogleraar Marktordening in de Gezondheidszorg Marco Varkevisser

Tijdelijk losgelaten

Voor het recente rapport ging de ESHPM na hoe de ACM is omgegaan met de mededingingsregels ten tijde van de coronapandemie. Varkevisser: “We zagen dat die regels toen tijdelijk zijn losgelaten. Zo hebben zorgverzekeraars enkele malen toestemming gevraagd om kosten te delen, wat de ACM inderdaad toestond. Maar in het laatste jaar van de pandemie werd daar wel bij gezegd dat de toestemming voor de laatste keer was. Vanaf dan werden de normale regels van vóór de pandemie weer gehanteerd. Ook wat betreft andere afspraken waren er tijdelijk uitzonderingen.”

“De weerbaarheid van het zorgstelsel blijkt prima”

Geen aanpassing nodig

De coronapandemie was een interessante periode voor dergelijke casestudies, betoogt Varkevisser. Een van de hoofdconclusies in het gepubliceerde artikel is dan ook dat het toezicht op concurrentie in de zorg in Nederland zo flexibel is dat we uitzonderlijke situaties het hoofd kunnen bieden. “De ACM gaat niet onnodig rigide met de regels om. De weerbaarheid van het zorgstelsel op dat punt is prima.”

De tweede hoofdconclusie gaat over de houdbaarheid van het zorgstelsel op de langere termijn. Er blijkt veel ruimte te zijn voor samenwerking tussen zorgaanbieders en ook tussen verzekeraars. “Die ruimte is groter dan veel zorgpartijen veelal denken”, aldus Varkevisser. “Voor initiatieven als De juiste zorg op de juiste plek, oftewel JZOJP, of de uitvoering van het Integraal Zorgakkoord is geen aanpassing nodig van de mededingingsregels. Er kan gewoonweg al heel veel. Dat willen we met de publicatie nogmaals benadrukken.”

“De mededingingsregels hoeven niet beperkend te zijn”

Strak gereguleerd

Tijdens de coronacrisis zijn de mededingingsregels dus tijdelijk overboord gezet. Zou het niet goed zijn om dat, met het oog op nog meer samenwerking en netwerkvorming, permanent te doen? Varkevisser hoort die vraag inderdaad vaker, maar het lijkt hem geen goed idee: “Want dat zou de deur openzetten voor sterke prijsverhogingen. Het zou ook de prikkel weghalen om via concurrentie de kwaliteit te verbeteren. De concurrentie in de zorg is heel strak gereguleerd. Het dient ook een doel, namelijk om te komen tot efficiëntie en kostenbeheersing. Het doel is tevens om partijen te stimuleren tot innovatie, onder andere via goede vormen van samenwerking. Het is wel heel valide om te discussiëren over minder marktwerking voor specifieke zorgonderdelen zoals de acute zorg of complexe ggz. Maar dat geldt zeker niet algemeen voor de hele Nederlandse gezondheidszorg. Gelukkig is er al veel samenwerking en netwerkvorming. De mededingingsregels hoeven dus niet beperkend te zijn.”

Checklist

Volgens Varkevisser is het aan zorgaanbieders om deze handschoen op te pakken en samenwerkingsvormen te blijven zoeken. Met wel in het achterhoofd wat de onderbouwing en het doel is van de samenwerking. Is de samenwerking goed voor de patiënt, en is deze vorm van samenwerking daarvoor noodzakelijk? “De ACM heeft daarvoor een checklist met criteria. Daarmee kun je vooraf toetsen of aan de regels wordt voldaan. Als dan achteraf blijkt dat een samenwerking de concurrentie toch teveel beperkt, dan zal de ACM het wel verbieden maar geen boete opleggen. Ook dat laat zien dat de mededingingsautoriteit ruimte biedt om gewenste vormen van samenwerking van de grond te krijgen.”

Referenties:

  1. Varkevisser M, Schut E, Franken F, van der Geest S. Sustainability and Resilience in the Dutch Health System. Partnership for Health System Sustainability and Resilience, March 2023.
  2. Varkevisser M, Franken F, van der Geest S, Schut, E. Competition and collaboration in health care: reconciling the irreconcilable? Lessons from The Netherlands. Eur J Health Econ, 2023;24:1019–1021.
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘Voor dak- en thuislozen zet ik graag een stapje extra’

Dak- en thuislozen vragen om meer dan een standaardconsult, ervaart huisarts Laura de Jong. Ze beschrijft hoe laagdrempelige straatzorg, volharding en kleine gebaren het verschil kunnen maken bij complexe problematiek. “Soms is één ‘fuck off’ minder al winst.”

Verder zoeken bij onverklaarde klachten

Wat doe je als alle diagnostische sporen doodlopen? Tonnie van Kessel en Charles Verhoeff vertellen hoe de artsen van stichting De Witte Raven blijven zoeken naar verklaringen voor onverklaarde klachten. “We draaien op donaties, subsidies en veel onbetaalde inzet.”

Flexibilisering is geen luxe, maar een voorwaarde

Steeds meer aios werken parttime, maar toch blijft 0,8 fte vaak de norm. Lara Teheux ziet hoe dat schuurt en pleit voor een fundamenteel ander gesprek over wat goed opleiden eigenlijk is. “We verliezen mensen omdat de werkomgeving als te weinig flexibel wordt ervaren.”

Casus: man met een laesie op het scheenbeen

Een 72-jarige man komt voor een beoordeling van meerdere plekjes op het lichaam. Een laesie op het rechter scheenbeen valt op. Volgens de man is deze donkerder geworden, maar verder heeft hij er geen klachten aan. Wat is uw diagnose?

Casus: man met anurie sinds enkele dagen

Een 58-jarige man bezoekt de SEH vanwege flankpijn beiderzijds en anurie sinds enkele dagen. Hij heeft geen koorts of mictieklachten. Echografie van de nieren toont bilaterale hydronefrose. Wat is uw diagnose?

De grenzen van goedbedoelde zorg

In de zorg mikken we hoog. We streven naar perfectie, in hoe we naar gezondheid kijken en hoe we zorg organiseren. Volgens uroloog Stefan Haensel wringt het juist daar. “Door te accepteren dat 90% van perfect genoeg kan zijn, laten we het idee los dat alles oplosbaar is.”

Onderwijs, onderzoek en zorgpraktijk bundelen de krachten

Hoe breng je innovatie écht op de werkvloer? Harmieke van Os-Medendorp en Marcelle Rittershaus-Kuijpers laten zien hoe leer- en innovatienetwerken studenten en zorgprofessionals samen laten werken aan praktische verbeteringen in de zorg.

Vul zneller ZN-formulieren in met app van jonge cardiologen

Administratieve rompslomp rond ZN-formulieren kan een stuk sneller, laat cardioloog Laurens Swart zien met de app zneller. Met enkele klikken zijn formulieren ingevuld en verzonden. “Het ZN-formulier is voor driekwart van de medicijnen een wassen neus.”

Hoe AI no-shows in het ziekenhuis terugdringt

Met AI kunnen patiënten worden herkend die hun afspraak dreigen te missen, laten Annabel Seffelaar en Siem Aarts zien. Zo kunnen zij tijdig herinnerd worden aan hun afspraak. “Elke week halen we er zeker zes of zeven patiënten uit die de afspraak totaal vergeten waren.”

Casus: vrouw die niet kan boeren

Een 23-jarige vrouw klaagt over een lang aanhoudend drukkend gevoel achter het sternum, met name na de maaltijd. Het lukt haar dan niet om te boeren. Braken zorgt meestal snel voor verlichting van de klachten. Wat is uw diagnose?