DOQ

MijnKliniek: specia­listische vaatzorg tussen 1e en 2e lijn

Behandel laagcomplexe vaatpatiënten niet in het ziekenhuis, maar op locatie bij de huisarts. Dat is de opzet van MijnKliniek in de regio Den Haag-Rotterdam. “Van alle patiënten die wij zien, verwijzen we nog maar 10% door naar het ziekenhuis. We vangen dus 90% van de verwijzingen van de huisarts op”, vertelt initiatiefnemer Paula de Ruiter. Zij is physician assistant (PA), gespecialiseerd in hart- en vaatziekten.

Ruim vijf jaar geleden begon De Ruiter met MijnKliniek, als antwoord op de grote vraagstukken in de zorg: de kosten lopen op, personeel wordt schaarser en de toestroom van patiënten neemt toe. “De verwachting is bijvoorbeeld dat hart- en vaatziekten de komende 20 jaar met 70% zullen toenemen. Daar kunnen we iets aan doen door laagcomplexe zorg anders te organiseren, namelijk met een sterke laag tussen huisarts en ziekenhuis. Dat maakt de zorg veel efficiënter.”

“Door laagcomplexe zorg anders te organiseren, met een sterke laag tussen huisarts en ziekenhuis, kunnen we veel efficiënter omgaan met personeel, tijd en budgetten”

Paula de Ruiter, initiatiefnemer van MijnKliniek

Breder doel

Met MijnKliniek heeft De Ruiter zo’n tussenlaag ingericht voor specialistische vaatzorg. Niet alleen als buffer tussen eerste en tweede lijn, maar ook met een breder doel: “Op deze manier kan de samenwerking tussen verschillende partijen rond de patiënt worden gecombineerd. Bijvoorbeeld partijen in het sociale domein die vanuit gemeenten betrokken zijn bij het welzijn van de patiënt. Die partijen kunnen hierin feilloos aansluiten.”

“We zijn gewoon met ons initiatief begonnen, op zaterdagochtenden bij een huisarts in Den Haag”

Steeds meer extramuraal

Voorheen werkte De Ruiter op verschillende afdelingen in een algemeen ziekenhuis. Later deed ze de masteropleiding tot physician assistant (PA) en specialiseerde zij zich in hart- en vaatziekten. Ze ervaarde destijds al dat zorg steeds meer extramuraal wordt geleverd. “Ik realiseerde me ook dat veranderingen nauwelijks mogelijk zijn binnen de bestaande zorgstructuur. We zijn gewoon met ons initiatief begonnen, op zaterdagochtenden bij een huisarts in Den Haag. Daar waren onder anderen enkele vaatchirurgen bij betrokken, die ook zagen dat we laagcomplexe zorg voor mensen met hart- en vaatziekten zo veel beter kunnen invullen. In het ziekenhuis kunnen zij zich dan meer richten op acute en complexe patiënten. En de druk op de ziekenhuiszorg neemt af.”

“Bij ons staat de patiënt binnen een half uur weer buiten met een volledig behandelplan”

Binnen een half uur

MijnKliniek heeft inmiddels zeven locaties bij huisartsen in het gebied tussen Wassenaar en Rotterdam. Het zorgaanbod betreft etalagebenen, aneurysma, veneuze aandoeningen, diabetes en vaatlijden, en preventief vaatonderzoek. De Ruiter legt uit: “Patiënten komen bij ons binnen via een verwijzing van de huisarts vanwege vermoeden van een vaatprobleem. Wij doen het onderzoek op locatie bij een huisarts, dus dicht bij de patiënt. In een ziekenhuis kan dit traject langere tijd duren, maar bij ons staat de patiënt binnen een half uur weer buiten met een volledig behandelplan. Dus ook voor de patiënt is dit veel efficiënter. Wij verzorgen voor de meeste patiënten zelf de behandeling en follow up. We sturen alleen patiënten door naar het ziekenhuis als de behandeling echt daar moet gebeuren. Dat betreft ongeveer 10% van de mensen die wij zien. We hebben dus een belangrijke filterfunctie.”

Lagere drempel en meer tijd

Patiënten zijn erg tevreden over deze werkwijze, ervaart De Ruiter. “De drempel is lager en er is meer tijd voor de patiënt. Wijzelf kunnen de zorg aan alle patiënten goed leveren, juist omdat we efficiënt werken en zorgtrajecten snel afhandelen. Voor deze groep patiënten werkt dit heel goed.” Als knelpunt noemt De Ruiter dat zij nog geen contracten kan afsluiten met zorgverzekeraars. De vergoeding is daarom 70%, de overige 30% neemt MijnKliniek voor haar rekening. Daarnaast wordt goede samenwerking soms belemmerd door het beleid van ziekenhuizen: “Samenwerking met individuele specialisten is geen probleem, maar vanuit het ziekenhuis kan de vrees bestaan voor verlies van inkomsten doordat er minder patiënten komen. Maar aan de andere kant kunnen ziekenhuizen in de toekomst niet alle zorg blijven leveren. Dus hoe dan ook, deze zorg gaat op den duur buiten het ziekenhuis plaatsvinden.”

“Wat wij doen is mogelijk voor 70% van de ziekenhuiszorg”

Ook andere gebieden

De Ruiter zou graag zien dat beter wordt gekeken naar mogelijkheden voor dit soort samenwerkingen. Want dat heeft voordelen voor de zorg en voor patiënten. “Ook huisartsen waarderen dit. Zij willen graag met ons samenwerken. Deze zorg is ook geschikt voor bijvoorbeeld interne geneeskunde, neurologische patiënten en wondzorg. “Wat wij doen is mogelijk voor 70% van de ziekenhuiszorg. Ik kan me goed voorstellen dat we op termijn voor verschillende gebieden een nieuwe laag in de zorg inrichten. Dan kunnen we veel efficiënter omgaan met personeel, tijd en budgetten.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”

Casus: jonge vrouw met toenemende buikpijn

Een 27-jarige vrouw bezoekt de Spoedeisende Hulp vanwege sinds 24 uur toenemende buikpijn. De pijn begon centraal in de buik, maar is inmiddels verplaatst naar rechtsonder. Wat is uw beleid?

‘Voor dak- en thuislozen zet ik graag een stapje extra’

Dak- en thuislozen vragen om meer dan een standaardconsult, ervaart huisarts Laura de Jong. Ze beschrijft hoe laagdrempelige straatzorg, volharding en kleine gebaren het verschil kunnen maken bij complexe problematiek. “Soms is één ‘fuck off’ minder al winst.”

Verder zoeken bij onverklaarde klachten

Wat doe je als alle diagnostische sporen doodlopen? Tonnie van Kessel en Charles Verhoeff vertellen hoe de artsen van stichting De Witte Raven blijven zoeken naar verklaringen voor onverklaarde klachten. “We draaien op donaties, subsidies en veel onbetaalde inzet.”