DOQ

Online vragenlijst huidaandoeningen bij downsyndroom

Komen huidaandoeningen relatief meer voor bij mensen met het downsyndroom? En hoe beïnvloeden huidaandoeningen dan hun kwaliteit van leven? Op deze en meer vragen hoopt Käthe Noz, dermatoloog gespecialiseerd in downsyndroom, via een online vragenlijst antwoord te krijgen.

Dat Käthe Noz als dermatoloog speciale belangstelling heeft voor huidaandoeningen bij mensen met downsyndroom is niet vreemd: in deze medische niche komen haar werk en privé samen. “Mijn dochter, inmiddels jongvolwassen, heeft downsyndroom. Omdat de Stichting Downsyndroom ons als ouders de eerste jaren goed op weg had geholpen, vroeg ik op een gegeven moment of ik iets voor hun kon betekenen. ‘Jazeker, wij krijgen veel vragen over huidproblemen bij mensen met downsyndroom’, luidde het antwoord, ‘mogen we die vragen naar jou doorsturen?’. Zo ben ik me in dit specifieke deel van het vak gaan verdiepen. Zodoende kwam ik al gauw bekend te staan als de dermatoloog die veel afweet van huidproblemen bij downsyndroom.  En zo werd ik later ook gevraagd mee te werken aan de Nederlandse multidisciplinaire richtlijn over de begeleiding van kinderen met downsyndroom.”

Dermatoloog dr. Käthe Noz

Niet in de schijnwerpers

Wat Noz, werkzaam in het Admiraal de Ruyterziekenhuis, snel merkte, was dat in de medische leerboeken weinig te vinden is over specifieke huidproblemen bij het downsyndroom. “Acute zaken als aangeboren hartproblemen, een verhoogd risico op RSV-infecties, en de verstoorde immuniteit bij downsyndroom staan wegens hun potentieel levensbedreigende karakter natuurlijk ook in de dagelijkse praktijk veel meer in de schijnwerpers. Huidproblemen krijgen minder aandacht, ook al doordat deze zich doorgaans pas manifesteren op de tienerleeftijd. Net wanneer de kinderen uit beeld raken van de in downsyndroom gespecialiseerde kinderartsen van de downsyndroomteams. Wat ook niet helpt, is het feit dat mensen met downsyndroom zelf niet geneigd zijn aan te geven dat zij ergens last van hebben. Tenminste, niet door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Ik heb daar en daar jeuk, of pijn.’ Wel kan dit hun gedrag in negatieve zin veranderen. Je moet als behandelaar dan weten dat een somatische aandoening de oorzaak daarvan kan zijn.”

“De toenemende aandacht voor het onderwerp heeft geleid tot meer meldingen in de wetenschappelijke literatuur, maar we weten niet wat en hoeveel we nog missen”

Nog weinig bekend

Mede doordat zij haar interesse met enthousiasme uitdraagt binnen de medische wereld, heeft Noz inmiddels meer inzicht gekregen in dermatologische aandoeningen bij mensen met downsyndroom. “De veelvoorkomende aandoening hidradenitis suppurativa bijvoorbeeld, vertoont een afwijkend patroon en veroorzaakt ook veel last. Alopecia areata komt op jongere leeftijd voor, en doorgaans uitgebreider dan bij mensen zonder downsyndroom.” Desondanks is er nog weinig bekend over de exacte incidentie van diverse huid- en haarproblemen bij mensen met downsyndroom. Net als over het exacte beloop ervan en de invloed die de aandoeningen hebben op de kwaliteit van leven van mensen met het downsyndroom. “De toenemende aandacht voor het onderwerp heeft de laatste jaren wel geleid tot meer meldingen in de wetenschappelijke literatuur, maar we weten niet wat en hoeveel we nog missen.”

“We behandelen deze aandoeningen bij mensen met downsyndroom nu op de reguliere manier. Terwijl bijvoorbeeld bekend is dat hun immuunsysteem anders werkt”

Online onderzoek

Om die reden is Noz, samen met Tilburg University, vorig jaar een online onderzoek gestart. “Doel hiervan is beter inzicht te krijgen in de prevalentie in Nederland van huid-, haar- en nagelafwijkingen bij mensen met downsyndroom en de mate waarin deze aandoeningen hun kwaliteit van leven beïnvloeden. Als we dat weten, kunnen we vervolgens op zoek gaan naar de optimale behandeling voor de meest voorkomende aandoeningen en/of aandoeningen met de grootste negatieve impact op de kwaliteit van leven. Want ook daarover weten we nu nog weinig. We behandelen deze aandoeningen bij mensen met downsyndroom nu op de reguliere manier. Terwijl bijvoorbeeld bekend is dat hun immuunsysteem anders werkt.”
Werken immuunsupressiva en biologicals bij hen dan even goed? “Zodra we weten dat bepaalde huidproblemen vaak voorkomen bij mensen met downsyndroom is er een basis voor nader onderzoek naar de optimale behandeling van die specifieke beelden.”

“Na één jaar zijn er toch al een kleine 300 vragenlijsten ingevuld”

Ook zonder huidproblemen

De online vragenlijst is vorig jaar gelanceerd op Wereld Downsyndroomdag, op 21 maart, een datum die speels verwijst naar de oorzaak van het syndroom: trisomie 21. Noz: “De bedoeling was om dit met enig tamtam te doen tijdens het jaarlijkse downsyndroomsymposium op 21 maart. Helaas, wegens COVID-19 was er geen symposium, dus de lancering is relatief stil verlopen. Maar na één jaar zijn er toch al een kleine 300 vragenlijsten ingevuld, vooral namens mensen met downsyndroom die huid-, haar- of nagelproblemen ervaren. We hopen dat er in het tweede jaar ook meldingen komen over mensen met downsyndroom zonder dermatologische aandoeningen. Want alleen zo krijgen we een betrouwbaar inzicht in de prevalentie van de verschillende dermatologische aandoeningen bij mensen met downsyndroom.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.