Prof. dr. Te Pas: ‘Beter ademhaling van prematuren stimuleren dan overnemen’

  • Redactioneel 
  • mm
  • Frank van Wijck
  • 27 maart 2019

In de transitie, de eerste minuten na de geboorte, verandert fysiologisch heel veel bij een neonaat: hij moet gaan ademhalen en de bloedomloop verandert. “We weten nog onvoldoende hoe we met die transitie moeten omgaan”, stelt neonatoloog en hoogleraar kindergeneeskunde Arjan te Pas (LUMC).

Het onderzoek naar de transitie bij neonaten, de eerste minuten na de geboorte, is lange tijd een beetje achtergebleven, zegt neonatoloog en hoogleraar kindergeneeskunde prof. dr. Arjan te Pas (LUMC). “Begrijpelijk, want prematuren verblijven maar zo’n tien minuten op de verloskamer, maar die eerste tien minuten zijn wel heel belangrijk. Pas de laatste tien jaar is dat onderzoek echt goed op gang gekomen”, zegt hij. “Hierdoor kijken we nu bijvoorbeeld anders naar beademing. Prematuren werden geïntubeerd en beademd vanwege de gedachte dat ze het anders niet zouden redden. Maar te veel of te weinig beademing en zuurstoftoediening kan tot long- en hersenschade leiden. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een alternatief in de vorm van maskerventilatie.” Daarbij onderzoeken ze ook hoe ze het best kunnen omgaan met de beademingsdrukken. Te Pas: “In het begin van de geboorte is de long gevuld met vocht, wat betekent dat een andere beademingsdruk nodig is dan in de volgende fase. Misschien is het dus het best bij verschillende fases van de geboorte verschillende drukken toe te dienen.”

Kinderarts prof. dr. Arjan te Pas

Beademing en gesloten stembanden

Gaandeweg kwamen de onderzoekers erachter dat ze in hun onderzoek naar het effect van beademing en zuurstoftoediening de stembanden over het hoofd hadden gezien. Te Pas legt uit: “Voor de geboorte zijn die grotendeels gesloten om het vocht dat in de longen wordt geproduceerd daar te houden, dat is immers nodig voor de groei en ontwikkeling van de longen. Na de geboorte zijn de stembanden bij tevroeggeborenen nog vaak gesloten en gaan alleen bij spontane ademhaling open. Bij gesloten stembanden is het dan lastig de longen te beademen met maskerbeademing. We kunnen dan beter spontane ademhaling stimuleren en ondersteunen in plaats van de ademhaling over te nemen met beademing. De meest praktische methode hiervoor is de tactiele: wrijven over de voetzool of de rug. Dit geeft een reflex aan de hersenen die leidt tot de ademstimulans.”

Cafeïne aan prematuren

Een andere methode is de prematuur de adenosine antagonist cafeïne toedienen. Normaal gebeurt dit op de afdeling, maar het team van Te Pas heeft aangetoond dat cafeïne bij geboorte de ademhaling stimuleert. “Eigenlijk zou er voor de opvang van prematuren een aparte richtlijn moeten komen, de reden waarom ze problemen bij geboorte hebben, zijn vaak compleet anders dan die bij voldragen pasgeborenen”, zegt Te Pas.

Onderzoek naar wachten met afnavelen

Een tweede onderzoeksvraag waarmee Te Pas zich bezighoudt, heeft betrekking op het afnavelen. Prematuren worden snel afgenaveld, zodat de baby direct op de reanimatietafel kan worden gereanimeerd of gestabiliseerd. Te Pas: “Op basis van dierexperimenteel onderzoek weten we echter dat bij een problematische transitie de pasgeborene op een natuurlijke manier stabiel blijft als met afnavelen wordt gewacht tot de longen luchthoudend zijn. Het linkerdeel van het hart wordt dan op het moment van afnavelen beter van bloed voorzien en er ontstaat geen verstoring in de hemodynamiek. We hebben een speciale tafel ontwikkeld waarop het kind alle zorg direct naast de moeder kan krijgen, aan de navelstreng. Omdat we nu willen aantonen dat dit voordelen heeft, willen we hier onderzoek naar doen met participatie van alle tien de neonatale centra in ons land. Dit betekende dat een start-up moest worden opgericht, Concord Neonatal, om die tafel te produceren, want het ziekenhuis heeft natuurlijk niet de middelen of de mogelijkheden om dit zelf te doen. Het centrum in Rotterdam en Amsterdam beschikken al over die tafel, In Leiden en Rotterdam zijn we al prematuren aan het includeren.”