DOQ

Aios cardiologie Woudstra: ‘Toepassing stent bij atherosclerose zal steeds patiënt-individueler worden’

De interventiecardiologie heeft de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt in diagnostiek en behandeling. De recente promotie van aios cardiologie Pier Woudstra, ‘Coronairy artery disease and new stent technology’ voegde daar nieuwe kennis aan toe over de pathofysiologie van atherosclerose, maar vooral ook over de stenttechnologie die wordt toegepast om het probleem te verhelpen.

Aios cardiologie Pier Woudstra

“De toepassing van stents, een metalen steunsysteem, was al een grote verbetering ten opzichte van het traditionele dotteren met alleen een ballon”, vertelt aios cardiologie Pier Woudstra (AUMC, locatie AMC). “Een volgende stap werd gemaakt met medicijnafgevende coronaire stents. De medicijnen voorkómen de snelle vorming van littekenweefsel, waardoor nieuwe vernauwingen optreden in de stent. Een belangrijk nadeel van deze medicijnen bleek trombose in de stent door langzame overgroei van het metaal ten gevolge van het medicijn.”

“De huidige generatie metalen permanente stents is dermate goed dat het ook in de toekomst een geduchte concurrent zal blijven”

Endotheliale voorlopercellen

Een nieuwe stap in de ontwikkeling was de zogenoemde COMBO-stent: de combinatie van een biologisch afbreekbare coating die een medicijn afgeeft dat restenose moet voorkomen met een laag die endotheliale voorlopercellen aantrekt. “Daarmee zijn we nog niet zover dat we stenttrombose en restenose volledig kunnen voorkomen, maar we zijn wel op de goede weg. Een deel van de verbetering van deze stent zit in de laag die endotheliale voorlopercellen aantrekt. Hierdoor ontstaat een snelle overgroei van de stent met herstel van de normale binnenbekleding van het bloedvat. De huidige generatie resorbeerbare stents biedt hiervoor nog geen klinisch toepasbaar alternatief. Uit onderzoek blijkt dat nu nog té vaak stenttrombose optreedt, waarop is besloten dit type stents niet meer te gebruiken in afwachting van verdere ontwikkelingen”, zegt Woudstra. “De huidige generatie metalen permanente stents is dermate goed dat het ook in de toekomst een geduchte concurrent zal blijven. Echter, bijvoorbeeld de diabetische populatie blijft een uitdaging, met een significant hoger percentage restenose.”

Vervolgonderzoek is gericht op verdere verbetering van de stents en van de medicijnen. Hierbij is sprake van goede samenwerking tussen de industrie en de academische centra, stelt Woudstra. “We zijn er door die samenwerking in geslaagd om op onafhankelijke wijze gedegen onderzoek te doen naar nieuw ontwikkelde stents”, zegt hij.

“De stents zijn nog vrij universeel. Dit betekent dat we nog niet voor alle patiënten de resultaten bereiken die we wensen”

Complexe stappen

Eenvoudig is het zeker niet. “Het stenten van een laesie in een bloedvat is millimeterwerk dat grotendeels met tweedimensionale beeldvorming moet geschieden”, zegt Woudstra. “De stent moet voldoende steun bieden aan het bloedvat, maar ook zo laag mogelijk in metaaldikte zijn. Het metaal moet bovendien opgevouwen kunnen worden om via een ballon te kunnen worden ingebracht. Het medicijn moet kunnen worden opgebracht op een polymeer dat oplosbaar is. En het middel moet bovendien gedurende de juiste periode en in de meest geschikte dosering worden afgegeven in het bloedvat. Allemaal complexe stappen dus. En geen patiënt of laesie is hetzelfde”, vervolgt hij. “De stents zijn nog vrij universeel. Dit betekent dat we nog niet voor alle patiënten de resultaten bereiken die we wensen, zonder een exact beeld te hebben van wat dit precies veroorzaakt.”

Exacte plaatsing

Goed nieuws in de ontwikkeling is dat de beeldvormende technieken de laatste decennia steeds geavanceerder zijn geworden. “Het is met licht en met echografie steeds beter mogelijk geworden om een beeld te krijgen van de binnenkant van het bloedvat”, zegt hij. “Dat is een goede basis om de juiste grootte van de stent te bepalen en tot exacte plaatsing te komen. Wel is nog steeds winst te boeken in het vooraf goed in kaart brengen van de karakteristieken van de vernauwing in het bloedvat.”

“Er is nog steeds winst te boeken in het vooraf goed in kaart brengen van de karakteristieken van de vernauwing in het bloedvat”

Verbetering

Zou dit op termijn kunnen leiden tot een zover gepersonaliseerde behandeling dat iedere patiënt een stent krijgt met medicijnen die precies op zijn individuele situatie zijn toegesneden? “Daarvan zijn we nog ver verwijderd, maar het zou wel het ideaal zijn”, zegt Woudstra. “Bij het gros van de patiënten bereiken we nu al goede resultaten, maar juist op dit punt is zeker nog verbetering mogelijk.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij keuze voor geneesmiddel

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes, arts-docent en onderzoeker in het Amsterdam UMC.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.