DOQ

Dexmedetomidine vermindert niet AF en delier na bypassoperatie

Dexmedetomidine-infusie, gestart bij anesthetische inductie en 24 uur postoperatief voortgezet, resulteerde niet in minder postoperatieve hartritmestoornissen of delier bij patiënten die herstelden van een cardiopulmonale bypassoperatie. De onderzoekers van de betreffende DECADE-studie, die onlangs in The Lancet verscheen, vinden dan ook dat in deze setting dexmedetomidine niet toegediend mag worden.

Bij patiënten die een cardiale en niet-cardiale operatie ondergaan, is het postoperatief optreden van AF en delier in verband gebracht met verschillende nadelige langetermijnresultaten, waaronder een toegenomen incidentie van cardiovasculaire, renale en cerebrale complicaties, verslechterd cognitief functioneren, toegenomen mortaliteit, langere opnameduur en hogere kosten. 

(bron foto pixabay)

Dexmedetomidine bij hartoperatie

AF en delier zijn veelvoorkomende complicaties van een hartoperatie. Dexmedetomidine is een kalmerend middel en zou het risico op deze complicaties verminderen. Daarom is het van groot belang om effectieve therapieën en modificeerbare factoren die de incidentie van postoperatief AF en delier kunnen verminderen, vast te stellen.

In de gerandomiseerde, placebogecontroleerde DECADE-studie uit de Verenigde Staten kregen de deelnemende patiënten een infuus met dexmedetomidine of een fysiologische zoutoplossing, gestart voorafgaand aan de chirurgische incisie met een snelheid van 0,1 μg/kg per uur, vervolgens verhoogd tot 0,2 μg/kg per uur aan het einde van de bypassoperatie en postoperatief verhoogd tot 0,4 μg/kg per uur en 24 uur gecontinueerd. Van de 3357 gescreende patiënten werden 798 patiënten gerekruteerd in de periode 2013-2018. 

AF en delier

Na de laatst geplande tussentijdse analyse werd het onderzoek conform het protocol stopgezet. Van de 798 willekeurig toegewezen patiënten werden de gegevens van 794 patiënten geanalyseerd. 

De coprimaire eindpunten was het optreden van AF en delier in de periode tussen de opname op de intensive care en postoperatieve dag 5 of ontslag uit het ziekenhuis. Bij 30% van de patiënten in de dexmedetomidine-groep was AF ontstaan, en bij 34% in de placebogroep. Dit verschil was niet significant (relatief risico 0,90; p = 0,34). De incidentie van delier was iets hoger in de dexmedetomidine- dan in de placebogroep, maar dit verschil was niet significant (17 vs. 12%; RR 1,48; 97,8%-BI 0,99-2,23). 

Ernstige adverse events

Veiligheidsresultaten waren klinisch relevante bradycardie waarvoor een behandeling was vereist, en hypotensie, myocardinfarct, beroerte, infectie op de operatieplaats, longembolie, diep-veneuze trombose en overlijden. Dergelijke ernstige adverse events traden op bij 5% van de patiënten in de dexmedetomidine-groep en bij 2% in de placebogroep. In beide groepen overleed één patiënt (< 1%).


Turan A, Duncan A, Leung S, et al. Dexmedetomidine for reduction of atrial fibrillation and delirium after cardiac surgery (DECADE): a randomised placebo-controlled trial. Lancet. 2020;396:177-185. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32682483/

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Als oorlog de zorg op de proef stelt

Bij een grootschalig conflict zullen ook Nederlandse ziekenhuizen grote aantallen gewonde militairen moeten opvangen. Traumachirurg en militair Eelco Huizinga vertelt wat dat van de zorg kan vragen. “Als zorgprofessional moet je je afvragen: wat wordt er van mij verwacht?”

Wacht niet tot de patiënt zich uitspreekt

Patiënten lijken tegenwoordig mondiger dan ooit. Maar vijftig jaar onderzoek laat een ander beeld zien. Mondigheid blijkt bovendien niet alleen iets van de patiënt: ook de zorgverlener bepaalt hoeveel ruimte een patiënt krijgt, stelt Sandra van Dulmen.

Casus: vrouw met pijn op de borst na kankerdiagnose

Een 73-jarige vrouw bezoekt de Spoedeisende Hulp vanwege misselijkheid, kortademigheid en acute pijn op de borst. Een paar dagen ervoor kreeg zij te horen dat zij waarschijnlijk uitgezaaide alvleesklierkanker heeft. Wat is uw diagnose?

Gebrek aan samenwerking remt inzet van AI in de zorg

Veel AI-toepassingen voor de zorg bereiken de werkvloer niet. Sara Ben Hmido onderzocht welke barrières implementatie in de weg staan en legt uit waarom samenwerking vanaf het begin cruciaal is. “Als AI-ontwikkelaar moet je vanaf het begin optrekken met zorgverleners.”

Casus: vrouw met symptomatisch galsteenlijden zonder cholecystitis

Een 41-jarige vrouw bezoekt de SEH vanwege buikpijn. Echografie van het abdomen toont een dunwandige galblaas gevuld met concrementen en verwijde galwegen. De radioloog concludeert dat er sprake is van choledocholithiasis zonder cholecystitis. Wat is uw beleid?

Voorkom aangeleerde hulpe­­loosheid: laat zorgprofessionals zelf met oplos­­singen komen

Als zorgprofessionals herhaaldelijk ervaren dat hun inbreng niets verandert, kunnen ze stoppen met meedenken. Kjeld Aij legt uit hoe kleine verbeteringen en meer invloed op de werkvloer aangeleerde hulpeloosheid kunnen voorkomen. “Er is bijna altijd enige invloed, hoe klein ook.”

Op het spoor van een intoxicatie

Volgens SEH-arts en toxicoloog Femke Gresnigt ontbreekt een intoxicatie nog te vaak in de differentiaaldiagnose. “Soms denken we daar pas aan als andere oorzaken zijn uitgesloten. Dan kan er al kostbare tijd verloren zijn gegaan.”

Casus: progressieve kortademigheid na embolisatie van een varicocele

Een 36-jarige man presenteert zich op de SEH met toenemende kortademigheid, hoesten, algehele malaise en koorts. Negen dagen ervoor heeft hij een endovasculaire embolisatie met cyanoacrylaat ondergaan vanwege een symptomatische varicocele. Wat is uw diagnose?

Meer halen uit bestaande medicijnen

Een verminderde nierfunctie betekende lange tijd dat pemetrexed geen behandeloptie was. Rob ter Heine en Nikki Bleijs-de Rouw onderzochten hoe dit toch veilig kan worden ingezet en lieten zien hoeveel winst te behalen valt met onderzoek naar bestaande geneesmiddelen.

Resistente schimmels: het ondergeschoven kindje in het gezondheidsdebat

Resistente schimmels vormen een groeiend maar nog onderbelicht gezondheidsrisico, waarschuwt Paul Verweij. Een internationale aanpak is hierbij nodig. “Tot vijf jaar geleden kenden wij Candida auris niet eens, nu verspreidt deze zich wereldwijd.”