DOQ

Genen in kaart voor persoonlijk medicijnonderzoek naar juiste dosering antidepressiva

Het Radboudumc start een onderzoek naar de persoonlijke dosering van antidepressiva voor patiënten met een ernstige depressie. Deze dosering wordt gebaseerd op de erfelijke aanleg om medicijnen in de lever af te breken. Een persoonlijk behandelplan op basis van de genen moet leiden tot een snellere behandeling met minder bijwerkingen.

Tricyclische antidepressiva nemen een belangrijke plaats in bij de behandeling van ernstige depressie. Deze middelen worden vaak ingezet als reguliere antidepressiva (zogenaamde SSRI’s) niet aanslaan. Een juiste dosering is noodzakelijk voor een goede behandeling. Als de dosering te laag is, is het antidepressivum niet of minder goed werkzaam. Als de dosering te hoog is, is de kans op bijwerkingen groter.

Variaties in de CYP-genen

Momenteel kost het veel tijd om patiënten in te stellen op de juiste dosering. Deze is namelijk niet voor iedereen hetzelfde. Dat komt doordat grote verschillen bestaan in de snelheid waarmee de lever het medicijn afbreekt. Deze verschillen zijn erfelijk bepaald, zegt onderzoeksleider en psychiater dr. Joost Janzing: “Wij willen vooraf kunnen bepalen hoeveel medicijn iemand nodig heeft. We doen dit door variaties in de CYP-genen te bepalen. Deze genen coderen voor de enzymen die in de lever het medicijn afbreken. Hoe meer activiteit van deze genen, hoe meer enzym, des te sneller het medicijn wordt afgebroken.”

Sneller herstel

Met behulp van de uitslag van de genetische test kan direct de juiste dosering worden voorgeschreven. Doseren op basis van de test wordt vergeleken met doseren op de gebruikelijke wijze. De onderzoekers verwachten dat patiënten sneller herstellen en minder bijwerkingen ervaren bij gebruik van de genetische test. Tijdens het onderzoek worden de deelnemers intensief gevolgd waarbij wekelijks de werking en de bijwerkingen worden gemeten.

In kaart

Het vooraf bepalen van iemands genetische informatie om medicijnen beter te kunnen doseren, is relatief nieuw. Door de opmars van deze farmacogenetica kunnen behandelingen steeds meer op de persoon worden toegesneden. De bepaling van de CYP-genen voor de dosering van antidepressiva is een van de eerste toepassingen in de praktijk, zegt Janzing: “De meerwaarde van het vooraf checken van de genen is op theoretische gronden aannemelijk. In deze studie willen we de effecten van de test in de klinische praktijk in kaart brengen.”

Besparingen

Er zijn jaarlijks ongeveer 50.000 patiënten met een ernstige depressie voor wie behandeling met tricyclische antidepressiva relevant is. De onderzoekers schatten in dat de inzet van farmacogenetica 12 miljoen euro aan gezondheidskosten en 63 miljoen aan maatschappelijke kosten kan besparen. Het onderzoek is met subsidie van ZonMw opgezet in het Radboudumc en wordt uitgevoerd bij patiënten van het Radboudumc, Pro Persona (de locaties Nijmegen, Arnhem, Ede en Tiel), Vincent van Gogh (Noord-Limburg), Reinier van Arkel (’s Hertogenbosch) en Erasmus MC (Rotterdam).

Bron: Radboudumc

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”