DOQ

Hartritmestoornissen beter voorspellen met rekentool

Hoe hoog is het risico dat patiënten met aritmogene cardiomyopathie (ARVC) binnen 1, 2 of 5 jaar een hartritmestoornis ontwikkelen? Dit is te voorspellen met de ARVC Risk Calculator, een rekenmodel ontwikkeld door dr. Anneline te Riele, onderzoeker en cardioloog in opleiding in het UMC Utrecht. Behandelinterventies, gebaseerd op dit rekenmodel, kunnen vervolgens een mogelijk dodelijke uitkomst voorkomen.   

Plotse hartdood bij jongeren, vooral jonge sporters; het fascineerde Te Riele al tijdens haar studie geneeskunde, en later tijdens haar opleiding tot cardioloog. “De paradox van ogenschijnlijk gezonde mensen die midden in het leven staan, en dan door zo’n dodelijke gebeurtenis worden weggerukt, dat blijft voor mij bijna niet te bevatten.”

Cardioloog i.o. dr. Anneline te Riele

Vroegtijdig opsporen erfelijke hartspierziekten

Te Riele doet met subsidie van de Hartstichting onderzoek naar het vroegtijdig opsporen van erfelijke hartspierziekten. Die komen relatief vaak voor. Eén op de 250 mensen heeft een erfelijke hartspierziekte of een aanleg daarvoor. “Elke drie dagen overlijdt er iemand in Nederland onder de veertig jaar aan plotse hartdood. Bij jongeren is de erfelijke hartspierziekte aritmogene cardiomyopathie daarbij een veel voorkomende oorzaak. Dat is de hartspierziekte met het hoogste risico op ritmestoornissen.”

Risico’s voorspellen

Als je zou kunnen voorspellen welke mensen met aanleg voor ARVC daadwerkelijk risico lopen op een ritmestoornis, zou je dat risico hierop bij hen vervolgens kunnen verkleinen. Bijvoorbeeld door preventief in te zetten op behandel- of leefstijlinterventies. Dat is precies waar Te Riele zich in haar onderzoek op richt. Het UMC Utrecht doet dat niet alleen, benadrukt ze, haar team werkt samen met onderzoeksteams uit zes verschillende landen. En het onderzoek heeft al veel opgeleverd. Zoals het rekenmodel, een rekentool waarmee de behandelaar per patiënt het persoonlijke risico kan inschatten op een levensbedreigende hartritmestoornis. “Dat rekenmodel is nu 2,5 jaar in gebruik, en is voor iedereen online beschikbaar. Men weet het goed te vinden, de website wordt zo’n vijfhonderd keer per maand bezocht.”

“We kunnen in 77 procent van de gevallen accuraat onderscheiden welke patiënten een hoog of juist een laag risico hebben op een ritmestoornis”

Goede prestatie

Met de rekentool kan de behandelaar het 1-, 2- en 5-jaars risico op een levensbedreigende hartritmestoornis berekenen bij mensen met een erfelijke aanleg voor ARVC. Die berekening biedt geen honderd procent zekerheid, benadrukt Te Riele. “Dat zeg ik ook altijd tegen patiënten. Het model werkt met percentages. Maar we kunnen in 77 procent van de gevallen accuraat onderscheiden welke patiënten een hoog of juist een laag risico hebben op een ritmestoornis. Voor dit soort modellen is dat een goede prestatie.”

“Het is verstandig als cardioloog en patiënt samen het model invullen. Een patiënt alleen weet niet hoe hij de uitslag van een hartfilmpje dient te interpreteren”

Zeven risicofactoren

Het rekenmodel baseert zich op de uitkomsten van zeven verschillende risicofactoren die bij patiënten met de erfelijke hartspierziekte ARVC een rol spelen: leeftijd, geslacht, een eerdere ritmestoornis van de patiënt, eerdere wegrakingen, het aantal overslagen van het hart in 24 uur, een afwijkend hartfilmpje en de pompkracht van het hart. “Dat zijn factoren die relatief eenvoudig te bepalen zijn, en die ook onderdeel uitmaken van het standaardonderzoek van de cardioloog. Het is ook verstandig als cardioloog en de persoon at risk samen het model invullen. Een patiënt alleen weet niet hoe hij de uitslag van een hartfilmpje dient te interpreteren.”

Basis voor gesprek

De uitkomst van het rekenmodel vormt vervolgens de basis voor het gesprek dat Te Riele heeft met de persoon at risk, bijvoorbeeld over de te volgen preventieve behandelkeuze. “Heeft een patiënt bijvoorbeeld een ICD nodig? Dat is vaak de eerste behandeloptie bij mensen met een erfelijke hartziekte en verhoogd risico op een hartritmestoornis. En met het model in de hand kan ik mensen ook adviseren wel of geen medicijnen te gebruiken, of al dan niet te stoppen met sporten. Dat laatste is ingewikkeld, zeker bij jonge mensen, maar we weten dat sport het risico op een ritmestoornis kan verhogen.”

“We hebben berekend dat we door het model één op de vijf ICD-implantaties kunnen voorkomen bij mensen die het niet nodig hebben”

Onnodige zorg voorkomen

Juist omdat het rekenmodel per patiënt het persoonlijk risico op een hartritmestoornis kan berekenen, draagt dat bij aan de juiste zorg voor de juiste patiënt, vervolgt Te Riele. “One size fits all, dat werkt hier niet. En het hoeft ook niet, want het kan best dat de ene patiënt op basis van de rekentool geen ICD nodig heeft en gewoon kan blijven sporten, terwijl een andere patiënt ingrijpende keuzes moet maken om een ritmestoornis te voorkomen.” Daar komt bij dat de tool ook bijdraagt aan het voorkomen van onnodige zorg. “We hebben berekend dat we door het model één op de vijf ICD-implantaties kunnen voorkomen bij mensen die het niet nodig hebben. We voorkomen daarmee dat patiënten onnodig belast worden, én we besparen veel onnodige zorgkosten.”

Rekentool voor andere erfelijke hartspierziekten

Ondertussen vindt de rekentool zijn weg naar de cardiologische behandelcentra en heeft het ook een plek gekregen in de cardiologierichtlijnen. Maar daarmee is het werk voor Te Riele nog niet af. “We doen nu onderzoek of we een vergelijkbare tool kunnen inzetten voor andere erfelijke hartspierziekten. Als dat zo is, kunnen we ook voor die ziekten onze behandeling verder optimaliseren en onnodige zorgkosten voorkomen.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oude vrouw met gepig­men­teerde huid­afwij­king op de boven­arm

Een 79-jarige vrouw bezoekt de dermatoloog voor beoordeling van een gepigmenteerde huidafwijking op de linker bovenarm. In de kinderjaren is zij ernstig door de zon verbrand. Haar moeder kreeg op 89-jarige leeftijd een melanoom. Wat is uw diagnose?

Het belang van goede ethiek­onder­steuning bij morele twijfels over eutha­nasie­verzoeken

Medisch ethici kunnen artsen helpen om morele stress te verlichten en hen ondersteunen bij een zorgvuldige afweging van complexe euthanasieverzoeken. Soms missen zij echter de competenties om die rol goed in te vullen, stelt medisch ethicus Suzanne Metselaar van Amsterdam UMC.

DRUP-studie laat zien wat off-label doelgerichte thera­pie kan opleveren

Voor patiënten met uitgezaaide kanker zonder reguliere behandelopties kan een specifieke DNA-afwijking soms toch nieuwe kansen bieden, vertelt Karlijn Verkerk. “We hebben inmiddels gezien dat off-labelgebruik echt tot veranderingen in de klinische praktijk kan leiden.”

‘Artsen denken al snel dat een vrouw zich aanstelt’

Monique Steegers ziet dat pijnklachten van vrouwen nog te vaak worden weggewuifd of verkeerd geïnterpreteerd door artsen. Volgens haar leidt dat niet alleen tot vertraagde diagnoses, maar ook tot meer chronische pijn en onnodig leed. “We móeten dit veranderen.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.