Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
MS-onderzoeker Kamermans: ‘Onderzoek naar astrocyten bij MS kan leiden tot inzicht in ziekteproces’
Astrocyten, de steuncellen in de hersenen, hebben modulerende rollen bij MS: ze kunnen het ziekteproces remmen maar ook stimuleren. Dat schrijft Alwin Kamermans, MS-onderzoeker bij het Amsterdam UMC. Volgens Kamermans kan meer inzicht in de functie van deze cellen ons dichter bij mogelijke MS-therapieën brengen. “Het is belangrijk om beter te begrijpen wat de verschillende spelers zijn bij MS.”
Multiple sclerose betekent letterlijk ‘meerdere littekens’, een naam die refereert aan de laesies die ontstaan in de hersenen door de afbraak van myeline rond de axonen. Dat isolerende membraan zorgt voor een efficiënt verloop van de signaaloverdracht langs de zenuwuiteinden. Deze demyelinisatie is een van de belangrijkste oorzaken van de symptomen van MS. Het grootste deel van de beschikbare medicatie voor de behandeling van MS is gericht op onderdrukken van de ontstekingen in de hersenen die demyelinisatie als gevolg hebben. Die ontstekingen vinden met name plaats in de beginfase van de ziekte. Later in het ziekteproces krijgt MS een meer progressieve vorm. Daarvoor zijn nog weinig therapieën beschikbaar.
Functie van steuncellen
Alwin Kamermans deed fundamenteel onderzoek naar astrocyten, de steuncellen die 70 procent van de hersenen in beslag nemen. Deze cellen liggen tussen de bloedvaten en de neuronen en bieden niet alleen fysieke steun, maar hebben vele andere functies. Zo voorzien ze neuronen van energie, regelen ze de neuronale activiteit en de ontwikkeling van de hersenen. Uit onderzoek van Kamermans en zijn collega’s blijkt dat astrocyten tijdens neuro-inflammatie een dubbele functie hebben: ze produceren factoren die de hersenen beschermen, maar kunnen ook een bijdrage leveren aan de ontsteking.
“Astrocyten tijdens neuro-inflammatie produceren factoren die de hersenen beschermen, maar kunnen ook bijdragen aan de ontsteking”
Energiereceptor
Volgens Kamermans vindt een interactie plaats tussen astrocyten en ontstekingscellen: rond de bloedvaten vormen ze uitlopers die een directe interactie aangaan met T-cellen die de hersenen infiltreren. “We weten nog niet wat dat betekent: het zou kunnen dat de astrocyten zo de T-cellen de toegang tot de hersenen weigeren, of dat ze met de interactie de cellen activeren.” Die precieze functie van de astrocyten bij MS was voer voor verder onderzoek van Kamermans en zijn collega’s. Dat geeft aanknopingspunten voor eventuele nieuwe therapieën. “We zien dat astrocyten bij MS-patiënten een specifieke receptor aan het oppervlak laten zien”, zegt Kamermans. “Als we die receptor stimuleren, produceren ze stoffen die de immuuncellen inhiberen.”
Opruimen of niet?
Maar het mediëren van immuuncellen biedt meer aanknopingspunten voor mogelijke MS-therapieën. Astrocyten spelen een rol bij het moduleren van de immuuncellen die de myelineresten weghalen na demyelinisatie. “Normaal gezien remmen astrocyten de cellen die myeline opruimen”, zegt Kamermans. “Je wil natuurlijk niet dat het intacte myeline wordt afgebroken.” Maar bij MS-patiënten kan het juist lonen om die cellen een extra zetje te geven. “Er kan herstel van de myelinescheden plaatsvinden, maar daarvoor moeten de resten eerst weg zijn”, zegt Kamermans. “Door het weghalen van die rem bij de astrocyten kunnen immuuncellen dus makkelijker opruimen. We denken dat er dan makkelijker herstel kan plaatsvinden.” Bovendien zijn de astrocyten de cellen die bij MS het littekenweefsel aanmaken. “Als je dit remt door de astrocyten te remmen, kun je in theorie zorgen voor minder MS-laesies.” Maar voor men inhiberende of stimulerende stoffen kan toedienen bij MS-patiënten is meer onderzoek nodig: de receptor die Kamermans en zijn collega’s vonden, is bijvoorbeeld ook betrokken bij het energiemetabolisme. “MS-patiënten hebben vaak al weinig energie. We willen niet dat hun energieniveau nog lager wordt.”
“MS-patiënten hebben vaak al weinig energie. We willen niet dat hun energieniveau nog lager wordt”
Brug te ver
Aan de ene kant roept het onderzoek van Kamermans en zijn collega’s meer vragen op dan dat het antwoorden verschaft. Zijn die astrocyten nu wel of geen ‘goede’ cellen? Moeten we ze juist remmen of stimuleren, en hoe zorgt dat voor minder ziektelast bij MS-patiënten? Dat is voor nu nog een brug te ver, zegt Kamermans. “Dit onderzoek is gedaan in het lab. We moeten eerst de stap zetten naar geschikte diermodellen voor MS, om het effect te bestuderen op de hele pathologie. Daarna weten we pas of het zinnig is om deze processen te targeten.” Het belangrijkst van zijn onderzoek is dat we beter begrijpen wat de verschillende spelers zijn bij MS, zegt Kamermans. “Het is lastig dat dit onderzoek niet direct medisch toepasbaar is. Maar als we de ziekteprocessen achter MS in kaart kunnen brengen, kunnen we daarna beter besluiten waar we het proces kunnen moduleren.”