DOQ

Spoedzorg­keten: de com­mu­nicatie kan beter

In het ziekenhuis wordt alles gedaan om patiënten met een ernstige infectie of sepsis te redden. Maar hoe vergaat het de patiënt voordat deze op de eerste hulp komt? SEH-arts en promovendus Gideon Latten laat zien dat er in de spoedketen, van huisarts via ambulance tot SEH, informatie verloren gaat, dat het tellen van de ademfrequentie lastig is en dat huisartsen bijzonder goed inschatten wie ze moeten verwijzen.

“Mensen worden niet ziek op het moment dat ze het ziekenhuis binnenkomen en toch richt het onderzoek naar ernstige infecties en sepsis zich vooral op de zorg in het ziekenhuis”, zegt Gideon Latten, SEH-arts van het Zuyderland ziekenhuis in Heerlen. “We wilden weten wat er aan het bezoek aan de SEH voorafging.”

“Zorgverleners schrijven niet altijd iets over de urgentie in de status en ze zijn het niet altijd met elkaar eens”

SEH-arts Gideon Latten

Meningsverschillen

Bij maar 5% van alle patiënten die met een mogelijke sepsis op de SEH komen, vinden Latten en collega’s een vermelding van urgentie of sepsis in alle drie de statussen; die van de huisarts, de ambulanceverpleegkundige en de arts op de SEH. Latten: “Zorgverleners schrijven niet altijd iets over de urgentie in de status. En nog vervelender: ze zijn het niet altijd met elkaar eens.”
Het verschil van mening tussen hulpverleners is verklaarbaar, zo illustreert de SEH-arts aan de hand van een voorbeeld. “Een patiënt met koorts krijgt van de huisarts of in de ambulance paracetamol waardoor de temperatuur daalt. Op de SEH meten we vervolgens eenmalig de temperatuur en is de conclusie dat de patiënt geen koorts heeft. Dat is niet terecht, de koorts is immers eerder in het zorgtraject wel degelijk gemeten en dus had de patiënt koorts.”

“Het viel op dat een kleine afwijking van de werkelijke ademfrequentie al tot een andere sepsis-score leidt”

Ademfrequentie meten

De koorts kan door paracetamol dalen. Maar hoe zit het met de rest van de vitale functies?  De artsen volgden patiënten met de diagnose sepsis gedurende het verblijf op de SEH en zagen de diagnose, op basis van vitale waarden, fluctueren. Dan weer wel, dan weer geen sepsis. Hoe kan dit, vroeg Latten zich af. Worden vitale functies bijvoorbeeld niet goed gemeten?
De onderzoekers lieten 448 zorgverleners de ademfrequentie bepalen aan de hand van enkele filmpjes waarop een proefpersoon met verschillende frequenties ademt. Een kwart van de zorgverleners kwam tot verkeerde waarden. “Het viel op dat een kleine afwijking van de werkelijke ademfrequentie al tot een andere sepsis-score leidt. We pleiten er daarom voor de ademfrequentie met bijvoorbeeld een timer of klokje te meten.”*

“De huisarts schat op de HAP goed in wie spoedzorg in het ziekenhuis nodig heeft en wie niet”

Inschatting huisarts

Uit het onderzoek van Latten blijkt dat in 80% van de gevallen de huisarts de patiënt met de verdenking op een ernstige infectie, al dan niet per ambulance (60%), naar de SEH stuurt. De patiënt is dan al drie dagen ziek en een derde van hen kreeg al antibiotica. “Ik zou niet graag in de schoenen van de huisarts staan, want deze verwijst naar de SEH op basis van weinig gegevens: een paar vitale waarden, het verhaal van de patiënt en een niet-pluisgevoel”, zegt Latten.
Op de HAP in Heerlen en Maastricht keken Latten en zijn collega’s naar de zorg voor 108 patiënten die zich met koorts meldden. De dienstdoende huisarts stuurde 40% van deze patiënten naar de SEH. Het ziekenhuis nam 90% van de verwezen patiënten op. Van de 60% van patiënten die de huisarts niet doorstuurde, kwam binnen een week 1 op de 7 alsnog in het ziekenhuis terecht. “Bij deze laatste groep mensen zagen we geen sterfte”, zegt hij. “De huisarts schat op de HAP dus goed in wie spoedzorg in het ziekenhuis nodig heeft en wie niet.”

Keten verbeteren

Latten’s onderzoek komt voort uit een samenwerking tussen SEH-artsen, huisartsen en acute internisten in de regio Zuid-Limburg. De onderzoekers zijn nog niet klaar met hun werk. Latten: “We inventariseerden wat er gebeurt in de acute zorgketen, nu willen we weten waarom het gebeurt en hoe we de keten kunnen verbeteren. Dat is belangrijk gelet op de aanstaande reorganisatie van de Nederlandse acute zorg keten.”

* video’s ademhalingsfrequentie: Zelf ervaren of je de ademfrequentie goed telt? De filmpjes zijn via deze link te vinden.

Referentie: Latten, GHP. Infection and sepsis in the Dutch acute care chain. 2022; proefschrift Universiteit Maastricht.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.