DOQ

Subtypering diabetes type 2 in opkomst

“Even wat positiviteit recht in je bakkes!”, met deze woorden begint huisarts Sebastiaan van Beek zijn presentatie van een casus op LinkedIn.1 Positief is deze beschrijving van de enorme gezondheidsverbetering van een diabetespatiënt zeker. In amper drie maanden tijd daalt het HbA1c van 121 naar 46 en normaliseert de niet-nuchtere bloedglucosewaarde van 30 naar 5,8.

Wat is hier aan de hand? De betreffende patiënt gooide radicaal het roer om en ging zwemmen, gestructureerd eten en flink wandelen. Voor DOQ.nl reageert Jaap Kroon, stafarts diabetes bij eerstelijnszorgorganisatie PoZoB in Veldhoven, op deze casus: “Ik vroeg me meteen af of ik deze enorme verbetering kan verklaren vanuit de oorzaak van diabetes type 2. Ik verwacht dat deze patiënt een te hoge BMI en buikomvang had. Bij deze mensen is insulineresistentie meestal een van de belangrijkste factoren die een rol spelen. Als je dan abrupt je overmatige intake van koolhydraten, bijvoorbeeld via frisdranken, sterk vermindert, dan kun je zo’n sterke daling van je glucosegehalte in het bloed halen.”

“De discussie gaat er vooral over of je de patiënten bij diagnose in vijf groepen moet indelen of dat een indeling in de twee belangrijkste volstaat”

Stafarts diabetes Jaap Kroon

Subtypes

Kroon maakt zich sterk voor subtypering van diabetes, niet elke patiënt heeft de ziekte immers om dezelfde reden. Klassiek is het verschil tussen diabetes type 1 en type 2. In 2018 publiceerde een groep Scandinavische onderzoekers hun analyse van een cohort nieuw gediagnosticeerde patiënten.2

Ze ontdekten vijf clusters in deze groep:

  1. Ernstige auto-immuun diabetes
    Mensen met type 1 diabetes of latente auto-immuun diabetes in adult (LADA). (Ongeveer 6% van de mensen met de diagnose diabetes type 2 valt bij nader inzien toch in dit cluster).
  2. Ernstige insuline-afhankelijke diabetes
    Mensen met een hoog HbA1c, verstoorde insuline secretie, matige insuline resistentie en de hoogste incidentie van retinopathie.
  3. Ernstige insulineresistente diabetes
    Mensen gekenmerkt door obesitas, ernstige insulineresistentie en de hoogste incidentie van nefropathie.
  4. Milde obesitas-gerelateerde diabetes
    Obese patiënten die op relatief jonge leeftijd diabetes krijgen.
  5. Milde leeftijd-gerelateerde diabetes
    Gekenmerkt door de hogere leeftijd bij diagnose.

Deze Scandinavische indeling krijgt sinds de publicatie veel aandacht. Kroon: “Ook onderzoekers in andere landen vinden deze clusters in hun patiëntenpopulatie terug. De discussie gaat er vooral over of je de patiënten bij diagnose inderdaad in vijf groepen moet indelen of dat een indeling in de twee belangrijkste volstaat: diabetes met insulinedeficiëntie of insulineresistentie.”

Diagnostisch schema

Kroon en zijn collega’s werken aan een diagnostisch schema dat helpt bij het differentiëren tussen de belangrijkste groepen. “We stellen voor om dit te doen op basis van een combinatie van gegevens: de nuchtere insuline/C-peptide en glucosewaarde, het HbA1c, de BMI, de buikomvang en bij mensen met een BMI <25/27 de bepaling van antistoffen die op diabetes type 1 wijzen. Met deze gegevens kun je een aardige inschatting maken van wat er aan de hand is, welke factoren een oorzakelijke rol spelen en wat je vervolgens voor de patiënt kunt doen.”

“Gewicht verlies je vooral met gezonde voeding met minder calorieën dan je nodig hebt. Op gewicht blijven bereik je door voldoende te bewegen”

Insulinedeficiëntie

Mensen die in de categorie insulinedeficiëntie vallen, hebben vaak van begin af aan baat bij insulinetherapie. “Zowel artsen als patiënten zien insuline nog als laatste redmiddel, maar met de nieuwe indeling kun je inzichtelijk maken dat er een tekort aan insuline is en dat insulinetherapie dus de beste keuze is.”
Terug naar de casus. Kroon vermoedt dat de patiënt in de groep met insulineresistente mensen valt. Voor alle mensen met diabetes geldt dat een goede leefstijl helpt, maar de insulineresistente groep heeft er het meeste baat bij. “Een enkele patiënt lukt het om zelfstandig de leefstijl te verbeteren, maar de meeste mensen hebben hier hulp bij nodig, bijvoorbeeld via een leefstijlprogramma.” Kroon heeft hierbij nog enkele tips die volgen uit wetenschappelijk onderzoek: “Gewicht verlies je vooral met gezonde voeding met minder calorieën dan je nodig hebt. Op gewicht blijven bereik je door voldoende te bewegen. Van de mensen die 15 kg afvallen, raakt 90% de diabetes kwijt. Van hen die op gewicht blijven, krijgt vrijwel niemand de ziekte terug.”

Referenties:

  1. www.linkedin.com/posts/sebastiaan-van-beek-99181b224_huisartsen-praktijkondersteuners-diabetes-activity-7039987625692135425-NbL3/
  2. Ahlqvist E, Storm P, Käräjämäki A, et al. Novel subgroups of adult-onset diabetes and their association with outcomes: a data-driven cluster analysis of six variables. Lancet Diabetes Endocrinol. 2018 May;6(5):361-369. 
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”