DOQ

Zwangere vrouw draagt jeugdtrauma over op baby

Dat psychische problemen in families worden doorgegeven, is bekend. Maar dat moeders die zelf in hun jeugd ernstig getraumatiseerd zijn dit al tijdens de zwangerschap op biologisch niveau op het kind over kunnen overdragen, is nieuw. Psychiater Carlinde Broeks vond in haar onderzoek aanwijzingen dat trauma in de jeugd van de moeder het stresssysteem van het kind beïnvloedt.

“De verschillende mechanismes waardoor psychische problemen tijdens de zwangerschap transgenerationeel kunnen worden overgedragen, moeten we veel beter ontrafelen.” Carlinde Broeks benadrukt dat haar onderzoek nog heel fundamenteel van aard is, en er nog geen harde conclusies mogelijk zijn. “We hebben nu een klein stukje van de puzzel gelegd, waar tot nu nog maar enkele stukjes van gelegd zijn.”

“Zij hebben de intentie om het anders te doen dan hun eigen ouders”

Psychiater Carlinde Broeks

Jeugdtrauma

In haar praktijk als psychiater in de divisie NPI van de GGZ-instelling Arkin in Amsterdam ziet en behandelt Broeks patiënten met persoonlijkheidsstoornissen, waaronder ook zwangere vrouwen. “70 tot 80% van deze vrouwen hebben jeugdervaringen met fysieke of emotionele mishandeling, verwaarlozing of seksueel misbruik. Zij hebben de intentie om het anders te doen dan hun eigen ouders en zeggen: ‘Ik heb niet het beste voorbeeld van een ouder gehad, maar dat ga ik niet herhalen.’” De ervaring leert echter dat hun kinderen toch vaker psychische problemen ontwikkelen en er sprake is van transgenerationele overdracht. “Hoe dat komt? Het is een combinatie van genetische factoren, sociaaleconomische omstandigheden en opvoedeffecten. Wat mogelijk ook bijdraagt is dat baby’s voor de geboorte al worden blootgesteld aan stress, als gevolg van psychische klachten bij de moeder tijdens de zwangerschap. Dat zou ze gevoeliger kunnen maken voor verstoring van het stresssysteem, en daarmee de kans kunnen vergroten op kwetsbaarheid, of een verminderde weerbaarheid later in het leven.”

Biologisch niveau

Broeks gaat in haar promotieonderzoek op zoek naar wat zich op biologisch niveau bij moeder en kind gedurende en kort na de zwangerschap afspeelt. Zij doet dat samen met Mijke Lambregtse-van den Berg, kinder-, jeugd- en volwassenenpsychiater in het Erasmus MC. Daar wordt sinds enkele jaren een onderzoeksmethode gebruikt om cortisol te meten in de haren van de moeder en de baby vlak na de geboorte. Het cortisolgehalte in de haren geeft weer hoeveel blootstelling aan cortisol er is geweest in de weken tot maanden daarvoor.
In een eerste onderzoek met deze methode was al gevonden dat cortisol bij kinderen van moeders met ernstige psychische klachten tijdens de zwangerschap anders was afgesteld dan wanneer zich geen klachten voordeden.1; 2 Broeks bouwt daarop voort. “Omdat we weten dat traumatische jeugdervaringen een groot risico met zich meebrengen op het ontstaan van psychiatrische klachten later in het leven, waren we nieuwsgierig of ook traumatische ervaringen in de jeugd van de moeder van invloed zouden zijn op de ‘afstelling’ van cortisol bij baby’s.”

“Naar epigenetische overdracht naar baby’s is nooit onderzoek gedaan”

Epigenetische overdracht

Haar onderzoekspopulatie bestond daarom uit vrouwen die voor de zwangerschap al eens een depressie of angststoornis hadden gehad. Binnen deze groep werd gekeken wat de invloed was van negatieve jeugdervaringen van de moeder, van depressie en angst tijdens de zwangerschap, en van het doormaken van recente grote gebeurtenissen, zoals de dood van een familielid of een scheiding, op de cortisolwaarden in de haren van de moeder en haar baby.
De cortisolwaarden konden vooral in verband worden gebracht met de negatieve jeugdervaringen van moeder, en niet met de andere factoren. “Wij zagen bij alle vrouwen met vroegkinderlijk trauma, of ze nu wel of niet acute actuele psychische problemen hadden, een verlaging van het cortisol in de haren van het kind”, zegt Broeks over de uitkomsten. Een interessante bevinding, vindt ze, want de overdracht van iets wat lang geleden gebeurd is, zou wijzen op een epigenetisch mechanisme waarbij de gencode wel hetzelfde blijft, maar het gen anders werkt. “Dat er bij volwassenen epigenetische effecten spelen, wisten we, maar naar epigenetische overdracht naar baby’s is nooit onderzoek gedaan.” Dit zou kunnen betekenen dat het stresssyteem van moeders zich al vroeg in het leven heeft aangepast en dat deze veranderingen weer aan de kinderen worden doorgegeven.

“Bij vroeg signaleren zijn problemen goed te behandelen met gesprekken, psychotherapie en medicijnen”

Signaleren en behandelen

In de praktijk van de gynaecoloog heeft 15 tot 20% van de zwangere vrouwen ‘relevante’ psychische problemen, schat Broeks. “Dus elke gynaecoloog of verloskundige ziet dagelijks meerdere zwangeren met psychische klachten, en toch worden die problemen niet altijd herkend. Als artsen zich goed realiseren dat trauma’s worden doorgeven in families en dat dit bij kinderen een relevant risico op psychische problemen geeft, is dat reden om het gesprek niet uit de weg te gaan. Bij vroeg signaleren zijn problemen goed te behandelen met gesprekken, psychotherapie en medicijnen.” Zij wijst daar ook op de mogelijkheden van POP-poli’s, voor psychiatrie, obstetrie en pediatrie.
Bovendien is bij vrouwen met persoonlijkheidsproblemen tijdens de zwangerschap bovengemiddeld veel sprake van een onveilige hechting tussen moeder en kind. “De ouder-kindrelatie ontstaat al tijdens de zwangerschap. In de zwangerschap kun je dus al werken aan te verwachte problemen daarmee, zoals bij een vrouw met een laag zelfbeeld die zich niet kan voorstellen dat een kind van haar kan houden of als er sprake is van emotieregulatieproblemen, waardoor emoties van het kind niet goed worden herkend. Dit kun je al tijdens de zwangerschap signaleren en aanpakken.”

Referenties:

  1. Broeks CW, Molenaar N, Brouwer M et al. Intergenerational impact of childhood trauma on hair cortisol concentrations in mothers and their young infants. Compr Psychoneuroendocrinol 2023 Jan 20;14:100167
  2. Broeks CW., Kok R,  Choenni V, et al. Salivary cortisol reactivity in 6-month-old infants of mothers with severe psychiatric disorders: findings from the face-to-Face Still-Face paradigm. Comprehensive Psychoneuroendocrinol., 7 (2021), Article 100078
  3. Broeks CW, Choenni V, Kok R, et al. An exploratory study of perinatal hair cortisol concentrations in mother-infant dyads with severe psychiatric disorders versus healthy controls. BJPSycho Open 2021 Jan 7; 7(1)e28
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Hoe AI no-shows in het ziekenhuis terugdringt

Met AI kunnen patiënten worden herkend die hun afspraak dreigen te missen, laten Annabel Seffelaar en Siem Aarts zien. Zo kunnen zij tijdig herinnerd worden aan hun afspraak. “Elke week halen we er zeker zes of zeven patiënten uit die de afspraak totaal vergeten waren.”

Meer aandacht nodig voor de basisarts

In de zorg zijn veel openstaande vacatures en de werkdruk stijgt. Een van de oorzaken: het tekort aan basisartsen. De Jonge Specialist probeert het tij te keren. Maar het is een complex vraagstuk, vertellen bestuursleden Phebe Berben en Leene Vermeulen.

Casus: vrouw die niet kan boeren

Een 23-jarige vrouw klaag over een lang aanhoudend drukkend gevoel achter het sternum, met name na de maaltijd. Het lukt haar dan niet om te boeren. Braken zorgt meestal snel voor verlichting van de klachten. Wat is uw diagnose?

Waarom praten over wat écht telt eerder moet beginnen

In de palliatieve fase ervaren patiënten met gevorderde kanker vaak minder keuzevrijheid dan artsen denken, blijkt uit promotieonderzoek van Daisy Ermers. Gesprekken over wat voor patiënten echt belangrijk is, komen vaak laat op gang.

Weg met de dokter: de positieve werking van natuur op gezondheid

Contact met de natuur kan stress verminderen en het welzijn verbeteren, vertelt huisarts Pim van den Dungen. Een ervaring die hij graag wil delen met andere zorgverleners. Ook in de spreekkamer ziet hij kansen voor natuur in de zorg.

Casus: man met verlies van intimiteit na prostaat­kanker­behandeling

Een 58-jarige man komt bij de medisch seksuoloog vanwege verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling. Sildenafil heeft een matig effect gehad en de voorgeschreven vacuümpomp gebruikt hij niet. Wat is het meest aangewezen beleid?

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”