DOQ

Aios Ghossein: ‘Houd bij COVID-19-studies rekening met genderverschillen’

Is iemands sekse medebepalend voor het effect dat medicatie tegen COVID-19 heeft? In wetenschappelijke studies tijdens de eerste coronagolf is deze vraag niet voldoende aan de orde gekomen, zo concluderen onderzoekers van het Maastricht UMC+. “We moeten elkaar alert houden op het belang van genderverschillen in klinische studies”, adviseert cardioloog i.o. Chahinda Ghossein. “Dus ook bij een nieuwe ziekte als corona.”

Een gevoel en observatie van cardioloog i.o. Chahinda Ghossein in juni waren de aanzet tot een literatuuranalyse en leidden aan het eind van 2020 tot een publicatie in een dochterblad van The Lancet: The ‘sex gap’ in COVID-19 trials: a scoping review. Hoe verliep dit proces?

Cardioloog i.o Chahinda Ghossein

Hiaat

Ghossein: “Ik ben niet alleen arts, maar verricht ook onderzoek. Mijn onderzoekslijn heeft betrekking op genderverschillen bij cardiovasculaire problematiek. Vanuit die achtergrond begon mij iets op te vallen tijdens mijn stage op de intensive care van het Maastricht UMC+, waar ik tijdens de eerste coronagolf actief was in het kader van de opleiding tot cardioloog. Bij het lezen van de literatuur constateerde ik hetzelfde hiaat in soortgelijke onderzoeken uit andere medische disciplines. Ik had de indruk dat in coronazorg niet werd gekeken of de patiënt man of vrouw was. Ik dacht: daar moeten we aandacht voor vragen.”

“Er zijn vanuit infectieuze aandoeningen verschillen gevonden in de cellulaire en cytokine gemedieerde reacties. Zou dit ook een rol spelen bij COVID-19?”

Afweerreactie

Binnen het cardiovasculair onderzoek is in de afgelopen jaren meer aandacht ontstaan voor verschillen tussen de geslachten. Het is inmiddels duidelijk dat het mannenhart anders is dan het vrouwenhart en dat dit gepaard gaat met specifieke risicofactoren en behandelingen. Ghossein: “Je zou denken dat dit thema ook belangrijk is bij corona. Denk bijvoorbeeld aan immunologische verschillen tussen de seksen. Bij een infectieuze aandoening word je mogelijk niet alleen ziek van de infectie zelf, maar ook door de eigen afweerreactie op het endotheel. Er zijn vanuit infectieuze aandoeningen verschillen gevonden in de cellulaire en cytokine gemedieerde reacties. Zou dit ook een rol spelen bij COVID-19?”

Meer mannen

Na haar eerste indrukken van corona-onderzoeken besloot Ghossein in juni samen met internist-intensivist-epidemioloog Bas van Bussel dertig studies systematisch door te nemen. “We hebben onderzoeksdata van ruim 6100 patiënten bekeken. Opvallend is dat geen enkele klinische studie op voorhand onderscheid heeft gemaakt tussen mannen en vrouwen en maar één studie achteraf heeft gekeken naar een eventuele bijdrage van geslacht aan de uitkomst. Laatstgenoemd scenario is second best, je zou van tevoren willen weten hoeveel mannen en vrouwen je nodig hebt om de onderzoeksuitkomsten te kunnen inschatten met een bepaalde waarde. Opvallend was verder de oververtegenwoordiging van mannen: slechts 41 procent van de patiënten was vrouw. In een kwart van de studies zijn twee keer zoveel mannen als vrouwen geïncludeerd.”

Aanbevelingen

De onderzoekers doen twee aanbevelingen naar aanleiding van deze bevindingen. Ghossein: “Wij zijn van mening dat 29 studies nu voor de second best-optie zouden moeten kiezen en een retrospectief onderzoek naar sekseverschillen moeten doen. Een tweede advies is dat er bij nieuwe onderzoeken vooraf rekening wordt gehouden met controle op sekseverschillen en met interactie tussen sekseverschillen en medicatie.”

Chloroquine

Tijdens de eerste coronagolf was nog weinig bekend over welke middelen het best kunnen worden ingezet bij coronapatiënten. “Het was vrij reactief allemaal”, zegt Ghossein. “We behandelden iedereen hetzelfde, maakten vooral gebruik van antivirale medicijnen en anti-malaria-middelen die we kenden van andere ziektes. Chloroquine bijvoorbeeld. Maar uit trials bleek dat de middelen geen effect hadden op de ziekte-uitkomst.”

“Als je de onderzoeksgegevens vertaalt naar de gemiddelde mens, de gemiddelde patiënt, zie je netto geen effect. Maar de gemiddelde mens bestaat niet”

Onderzoeken is weten

Zou dat anders zijn uitgevallen als in de onderzoeken rekening was gehouden met sekseverschillen? “Dat kun je niet beantwoorden als je het niet onderzoekt”, zegt Ghossein. “In theorie kan een middel bij de ene groep een positief effect hebben en bij de andere groep schade opleveren. Als je de onderzoeksgegevens vervolgens vertaalt naar de gemiddelde mens, de gemiddelde patiënt, zie je netto geen effect. Maar de gemiddelde mens bestaat niet.”

“Ik denk dat onderzoekers elkaar bij klinische studies voortdurend alert moeten houden op genderverschillen”

Spiegel voorhouden

Wat is Ghosseins boodschap aan collega’s die onderzoek verrichten naar de gevolgen van COVID-19-behandeling? “Op basis van onze studie houden we anderen en onszelf een spiegel voor: in de huidige wijze van onderzoek hebben we onvoldoende oog voor sekseverschillen. Terwijl de geneeskunde de ambitie heeft de transitie naar een meer geïndividualiseerde gezondheidszorg te verwezenlijken en af te stappen van one size fits all, blijken we nog niet zo ver te zijn als we willen. Althans, niet bij een nieuwe ziekte als corona. Het lijkt ons logisch om bij geïndividualiseerde gezondheidszorg in elk geval rekening te houden met de sekse van de patiënt. Ik denk dat onderzoekers elkaar bij klinische studies voortdurend alert moeten houden op genderverschillen.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”