DOQ

‘De vraag is of de Nederlandse aanpak niet te voorzichtig is’

Het bevolkingsonderzoek darmkanker werpt aan de ene kant haar vruchten af in een afname van de incidentie. Aan de andere kant zijn er zorgen: de opkomst bij de eerste oproep voor het bevolkingsonderzoek darmkanker is sinds 2018 met ruim 10% is gedaald. Een signaal voor het RIVM om te onderzoeken of er andere redenen zijn om niet deel te nemen, dan tot nu bekend zijn.

Iris Lansdorp is senior onderzoeker van modellering van onder meer darmkanker bij de afdeling Maatschappelijke gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij heeft zowel meegewerkt aan een populatieonderzoek naar de incidentie van darmkanker als aan het Landelijk evaluatierapport van het bevolkingsonderzoek darmkanker 2018-2021. Het eerste onderzoek bracht goed nieuws.1 In de periode na de start van het bevolkingsonderzoek nam de incidentie van darmkanker, en dan vooral de gevorderde slecht behandelbare vormen, af. “Onze verwachting is dat met het bevolkingsonderzoek 2500 sterfgevallen aan darmkanker per jaar kunnen worden voorkomen. Sterftereductie kunnen we nu nog niet onderzoeken, maar met wat we nu zien, lijkt het de goede kant op te gaan.”

“De trend is dat de deelname aan bevolkingsonderzoek lager is bij lagere leeftijden”

Senior onderzoeker prof. dr. Iris Lansdorp

Dalende deelname

Het Landelijk evaluatierapport van het bevolkingsonderzoek darmkanker 2018-2021 liet echter een dalende trend zien in de deelname aan het bevolkingsonderzoek. In 2018 was de opkomst van mannen bij de eerste oproep 70% en van vrouwen 75%.2 Sinds 2018 is dit percentage bij mannen gedaald naar 62, 59 en 58% in 2019, 2020 en 2021. Bij vrouwen daalde de deelname naar 68%. De reden is onbekend, aldus het rapport.3

Ook Lansdorp kan alleen gissen naar de oorzaak van de dalende deelname. “2019 is het eerste jaar dat alleen 55-jarigen een oproep kregen voor een eerste screeningsonderzoek. Daarvoor zat er altijd een nog wat oudere leeftijdsgroep bij. En de trend is dat de deelname aan bevolkingsonderzoek lager is bij lagere leeftijden.” Maar ook in andere leeftijdsgroepen is een heel lichte, nog net niet significante daling zichtbaar. Lansdorp ziet vooral het dalende vertrouwen in de overheid als mogelijke oorzaak. “De daling is ook niet uniek voor darmkanker, ook de bevolkingsonderzoeken naar  baarmoederhalskanker en borstkanker hebben ermee te maken. Mensen zijn kritischer op dingen die door de overheid zijn geïnitieerd. Bovendien krijgt screening in het algemeen kritische berichten in de media.” Andere argumenten, zoals het vervelend vinden om ontlasting op te sturen, of niet willen weten dat je ziek bent, spelen volgens haar niet anders dan in voorgaande jaren. Wat nog wel kan meespelen is dat de (media)aandacht voor het bevolkingsonderzoek is afgenomen. “Rond de lancering was er veel aandacht en ook daarna via monitors met resultaten. Nu het bevolkingsonderzoek zich in een steady-state bevindt, hoor je er niets meer over.” 

“We hebben de dalende deelnamegraad in het vizier”

Iris Seriese, Manager Bevolkingsonderzoek darmkanker bij het RIVM

Kritische grens

Volgens het evaluatierapport ligt het percentage mannen dat meedoet aan de eerste ronde nu onder de grens van 65% die de Europese richtlijn adviseert. Lansdorp ziet daar nog geen enkel probleem. “Dat percentage is een wenselijke grens voor kosteneffectiviteit. Maar screening is in vergelijking tot behandeling zo goedkoop, dat ondanks de daling van de deelname, het toch nog steeds kosteneffectief is. De werkelijk kritische grens is 45% en daar zitten we nog ver boven.” Vergeleken met andere landen hebben we nog steeds een hoge deelnamegraad, reageert Iris Seriese, namens het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM. “De deelnamecijfers monitoren we altijd nauwgezet en de dalende deelnamegraad hebben we in het vizier. Uiteraard kijken we of er nog andere oorzaken kunnen zijn, dan al bij ons of vanuit de literatuur bekend.”

“We mogen wel eerlijk zeggen dat we het bevolkingsonderzoek een goed idee vinden”

Iris Lansdorp, senior onderzoeker

Te voorzichtig

Het doel van het RIVM was nooit dat iedereen meedoet aan het bevolkingsonderzoek, maar dat mensen een bewuste keuze maken op basis van informatie over de te verwachten voor- en nadelen, vervolgt Lansdorp. “We willen in Nederland informeren, niet manipuleren.” Zij vraagt zich echter af of de Nederlandse aanpak niet te voorzichtig is. “Omliggende landen hebben campagnes om mensen te overtuigen. Als onze boodschap zo genuanceerd is, terwijl er van critici veel tegengeluiden komen, dan weegt voor mensen de informatie voor en tegen deelname niet tegen elkaar op.  We hoeven niet te willen overtuigen, maar mogen wel eerlijk zeggen hoe we er zelf tegenaan kijken en dat we het bevolkingsonderzoek een goed idee vinden.”

Seriese laat weten dat er geen plannen zijn om van de geïnformeerde keuze af te wijken. Wel is haar bekend dat mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden minder vaak deelnemen aan de bevolkingsonderzoeken. “Terwijl er in deze groep veel gezondheidswinst te behalen is. Daarom werken we in opdracht van het ministerie van VWS aan een project om de toegankelijkheid van de bevolkingsonderzoeken naar kanker te vergroten voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden.”

Referenties:
1. Breekveldt ECH, Lansdorp-Vogelaar I, Toes-Zoutendijk E. et al. Colorectal cancer incidence, mortality, tumour characteristics, and treatment before and after introduction of the faecal immunochemical testing-based screening programme in the Netherlands: a population-based study. Lancet Gastroenterol Hepatol. 2022 Jan;7(1):60-68.
2. Monitor bevolkingsonderzoek darmkankerscreening 2018; IKNL.
3. Van Iersel C, Toes-Zoutendijk E, De Jonge L, et al. Landelijke evaluatie van het bevolkingsonderzoek darmkanker 2018 tot 2021; Landelijke Evaluatie team voor Colorectaal kanker bevolkingsonderzoek (LECO) in opdracht van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 2023, januari pagina 15.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”

‘Niet behandelen is ook een optie’

Existentieel behandelen gaat ervan uit dat een patiënt pas een weloverwogen beslissing kan maken als hij álle gevolgen kent. Tatjana Seute onderzoekt hoe dit het beste ingezet kan worden in de praktijk. “Het is belangrijk dat je als arts weet wie je tegenover je hebt.”


0
Laat een reactie achterx