DOQ

‘Maak seksuali­teit bij prostaat­kanker bespreekbaar’

Er komt steeds meer aandacht voor seksuele gezondheid bij prostaatkanker. Recent verscheen hierover een internationale richtlijn van Movember en binnenkort is de nieuwe Nederlandse richtlijn Prostaatkanker gereed met voor het eerst een aparte module over seksuele gezondheid. Radiotherapeut prof. dr. Luca Incrocci (Erasmus MC, Rotterdam) is bij beide richtlijnen betrokken. “Het zou mooi zijn als seksualiteit zo breed mogelijk bespreekbaar wordt.”

Aan de Movember-richtlijn is vanaf 2017 gewerkt. Incrocci heeft als enige Europese radiotherapeut deelgenomen aan de internationale werkgroep. “We wilden een evidence based richtlijn. Movember had een Amerikaanse epidemioloog ingehuurd, die uit de literatuur zo veel mogelijk artikelen heeft verzameld. De werkgroep heeft die beoordeeld en in totaal 47 aanbevelingen opgesteld. Naast de volledige richtlijn hebben we er een wetenschappelijk artikel over gepubliceerd.”1

“Helaas hebben veel medisch specialisten nog weinig kennis over seksuele aspecten bij kanker”

Radiotherapeut prof. dr. Luca Incrocci

Minder bekende punten

Incrocci vindt de breedte van de internationale richtlijn een sterk punt. Erectiestoornissen zijn een bekend probleem bij prostaatkanker, maar de richtlijn behandelt ook minder bekende problemen. Bijvoorbeeld het feit dat de penis krom kan worden na een operatie vanwege prostaatkanker, en korter kan worden na bestraling. En na een operatie kan urineverlies optreden tijdens de seks. Incrocci: “Urologen en oncologen horen daar misschien wel eens iets over, maar de richtlijn behandelt specifiek literatuur inclusief de sterkte van de evidence. De hoeveelheid literatuur is soms beperkt, waardoor we alleen een expert opinion kunnen geven. We hopen dat de richtlijn ook aanleiding is voor nieuwe studies zodat er meer evidence komt.”

“Maak het onderwerp bespreekbaar en betrek daar ook de partner bij”

Bewustwording

De strekking van de richtlijn: besteed aandacht aan seksuele aspecten bij de behandeling van prostaatkanker. Hoe moeilijk dat soms ook is in sommige landen of culturen. Maak het onderwerp bespreekbaar en betrek daar ook de partner bij. “Het gaat voor een groot deel over bewustwording. Helaas hebben veel medisch specialisten nog weinig kennis over seksuele aspecten bij kanker. En andersom hebben veel seksuologen geen kennis over kanker. We hopen dat de richtlijn ook voor hen informatief is”, aldus Incrocci.

“Ik zie gelukkig wel iets meer bewustwording over de effecten van kanker op seksueel functioneren, bijvoorbeeld in studieprotocollen, op symposia en oncologiecongressen”

Weinig aandacht in opleidingen

Incrocci pleit voor meer aandacht voor het onderwerp in de medisch-specialistische opleidingen. Seksuele aspecten komen volgens hem alleen beperkt aan de orde in de urologie en gynaecologie. “Ook medisch studenten leren er weinig tot niets over. En zonder relevante kennis kún je als internist-oncoloog, radiotherapeut of oncologisch chirurg gewoonweg niet over seksualiteit praten met de patiënt. Ik zie gelukkig wel iets meer bewustwording over de effecten van kanker op seksueel functioneren, bijvoorbeeld in studieprotocollen, op symposia of in sessies op oncologiecongressen. Ik word zelf regelmatig uitgenodigd om er iets over te vertellen.”

Een stap verder

Incrocci benadrukt dat collega-artsen niet zelf alles over het onderwerp hoeven te weten. Als in de gesprekken met de patiënt blijkt dat er problemen zijn op seksueel gebied, kan de behandelaar doorverwijzen naar een deskundige. “Zorg ervoor dat de patiënt een stap verder komt. Betrek een seksuoloog of een psycholoog bij de behandeling. Helaas blijft het onderwerp vaak onbesproken. Want de behandelaar weet er weinig over en de patiënt vindt het moeilijk om het ter sprake te brengen. Gelukkig hebben veel jongere oncologen minder moeite om seksualiteit te bespreken. Ik merk dat ook bij mijn arts-assistenten radiotherapie. Maar er is nog een lange weg te gaan. Ik zie daarin een rol voor verpleegkundig specialisten en oncologieverpleegkundigen. Zij hebben meer tijd voor patiënten en het contact is laagdrempeliger.”

“Sta open te staan voor de patiënt en ga niet voor hem denken”

Zo breed mogelijk

Incrocci adviseert om open te staan voor de patiënt en niet voor de patiënt te gaan denken. Hij weet dat met name patiënten onder 60 jaar na een operatie of bestraling behoefte hebben aan een gesprek over seksuele aspecten. “Maar ook een 80-plusser kan nog seks hebben. De behoefte aan seks zal minder zijn, maar misschien heeft die patiënt een jongere partner. Dan kunnen er bovendien vragen zijn over vruchtbaarheid. Een operatie leidt bij alle patiënten tot onvruchtbaarheid, en bestraling bij circa 60%. Het kan verstandig zijn om vooraf zaad in te vriezen. Daarnaast is aandacht nodig voor homostellen en transgenders. Daarover is nog erg weinig bekend. Er spelen ook psychologische aspecten zoals faalangst en angst voor terugkeer van de kanker of voor de dood. Ook dat heeft invloed op seksualiteit. Het zou mooi zijn als seksualiteit zo breed mogelijk bespreekbaar wordt.”

Referentie: (1) Wittmann D, Mehta A, McCaughan E, et al. Guidelines for Sexual Health Care for Prostate Cancer Patients: Recommendations of an International Panel. J Sex Med 2022;19(11):1655-1669.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: jonge patiënt met heftige oorpijn

De 9-jarige patiënt voor u heeft de hele nacht heftige oorpijn gehad rechts. Zijn gehoor is beiderzijds goed en hij heeft geen koorts. Hij is een weinig snotterig. Wat is uw diagnose?

In Search of Stories brengt levens­verhalen tot leven

Het onderzoeksproject ‘In Search of Stories’, geleid door oncoloog Hanneke van Laarhoven, brengt verhalen van ongeneeslijk zieke patiënten tot leven. “De analyse van deze verhalen biedt inzichten die met traditionele methoden vaak over het hoofd worden gezien.”

‘Het preferentiebeleid gaat binnen nu en vier jaar op de schop’

Het preferentiebeleid is volledig doorgeslagen en moet hoognodig op de schop, vindt Aad de Groot, directeur van Zorgverzekeraar DSW. “Het is lastig te berekenen, maar we vermoeden wel dat door de lage prijzen juist andere kosten kunnen toenemen.”

‘Dokters voelen zelf de paradox van samen beslissen in de spreek­kamer’

Samen beslissen kan patiënten tijdelijk veel stress en onzekerheid bezorgen, blijkt uit onderzoek van Inge Henselmans. “Wij staan helemaal achter de beweging van samen beslissen, maar vonden dat er ook oog moest zijn voor de negatieve aspecten ervan.”

‘Het ziekenhuis kan ook zonder lachgas’

Nicolaas Sperna Weiland geeft inzicht in de duurzaamheid van lachgas. “Ik denk persoonlijk dat er ook andere pijnstilling voorhanden is om kortdurend comfort te geven. Vaak met betere pijnstillende effecten en minder nadelige milieueffecten.”

Stop met jezelf onder­mijnen: vijf stappen tegen het imposter syndroom

Bang om door de mand te vallen, prestatiegericht, conflictvermijdend? Veel jonge artsen hebben last van het imposter syndroom. Moniek de Boer geeft praktische tips. “Het ontwikkelen van een gezonde werk-privé balans en het accepteren van kwetsbaarheid is cruciaal.”

Casus: patiënt met huidkleurige papel op de rug

Een 54-jarige vrouw meldt zich bij de huisarts met een huidkleurige papel op de rug. Mevrouw heeft in haar voorgeschiedenis een basaalcelcarcinoom (BCC) gehad van het gelaat. In haar familie komt geen huidkanker voor. Wat is uw diagnose?

Waarom moet ik als arts aandacht hebben voor lhbtiq+?

Zichtbaarheid en veiligheid zijn belangrijk bij het omgaan met lhbtiq+-ers in de zorg, pleit longarts Karin Pool. Ze geeft praktische tips voor zorgverleners en zorginstellingen. “Met kleine aanpassingen, bijvoorbeeld in taalgebruik, maak je al een groot verschil.”

De overgang: hormoon­therapie helpt, maar is geen wonder­middel

Gynaecoloog Dorenda van Dijken promoot hormoontherapie bij overgangsklachten, maar noemt het geen wondermiddel voor de gezondheid op langere termijn. “We kunnen als artsen zeggen dat je de overgang moet omarmen, maar ik vind dat elke vrouw dat zelf bepaalt.”

Casus: man met opgezette en verkleurde gewrichten en zwelling linkeroor

Een 52-jarige man klaagt over pijnlijke en stijve handen. De gewrichten van beide handen en vingers zijn opgezet en blauw-paars verkleurd. Verder heeft hij klachten van moeheid en malaise. Hij heeft geen koorts. Wat is uw diagnose?


0
Laat een reactie achterx