DOQ

Overdiagnostiek maagklachten: wanneer zijn PPI’s of gastroscopie terecht?

Zo’n 2,8 miljoen Nederlanders met maagklachten slikken sterke maagzuurremmers op recept. In het Zinnige Zorg Verbetersignalement Maagklachten schrijft het Zorginstituut Nederland (ZIN) dat deze zogeheten protonpompremmers (PPI’s) vaak onterecht worden voorgeschreven. Daarnaast stelt het ZIN dat een aanzienlijk deel van de mensen met maagklachten onnodig een gastroscopie krijgt. Het terugdringen van overdiagnostiek en overbehandeling bij maagklachten kan volgens het ZIN een besparing van 19 miljoen euro opleveren. Peter Siersema, MDL-arts en onderzoeker van het Radboudumc, licht dit toe.

Siersema onderschrijft de bevindingen van het ZIN. Zijn onderzoeksteam verzamelde de data waarop het ZIN haar signalement baseerde. “We zien dat bij veel patiënten die sterke maagzuurremmers (PPI’s) slikken, de arts het step-up beleid, ofwel de richtlijn voor de behandeling van patiënten met maagklachten, niet heeft gevolgd. Patiënten krijgen bijvoorbeeld PPI’s voorgeschreven, terwijl de richtlijn zegt dat je altijd start met milde maagzuurremmers, zoals H2-receptorantagonisten. Veel patiënten krijgen kortom PPI’s voorgeschreven zonder dat daar een geregistreerde of geaccepteerde indicatie tegenover staat.”

MDl-arts dr. Peter Siersema

Maagbescherming

Er zijn indicaties waarbij de arts wél meteen met PPI’s kan starten, benadrukt Siersema. “Bijvoorbeeld omdat de patiënt klachten of afwijkingen heeft die niet met milde maagzuurremmers te verhelpen zijn, of dat hij in zijn voorgeschiedenis een maagzweer heeft gehad of medicatie gebruikt die het risico verhoogt op maagbloedingen. Je kunt een PPI dan voorschrijven als maagbescherming, de zogenoemde gastroprotectie.” De richtlijn stelt dat je de PPI in dat geval voorschrijft voor een afgebakende periode, van zo’n zes tot acht weken. “Daarna stop je. Uit ons onderzoek blijkt echter dat artsen PPI’s vaak langer dan deze periode voorschrijven. Oók als het geneesmiddel waartegen de PPI in geval van maagprotectie zou beschermen allang is stopgezet.” Hoewel sterke maagzuurremmers vooral door huisartsen worden voorgeschreven, ziet Siersema dat het onterechte voorschrijfgedrag voorkomt bij álle artsen, dus ook bij medisch specialisten. “Vaak door voorschrijfroutines, of omdat de arts meegaat met de wensen van de patiënt. En ook doordat sommige H2-receptorantagonisten eenvoudig niet meer verkrijgbaar zijn, omdat de fabrikant ze niet langer produceert.”   

“We weten uit eigen onderzoek: als een patiënt onder de 60 jaar geen alarmsymptomen heeft, dan is de kans dat er een ernstige diagnose wordt gevonden minder dan 1,5 procent”

Alarmsymptomen

Het onderzoek van Siersema, waarop het ZIN haar bevindingen baseert, laat ook zien dat er voor veertig procent van de voorgeschreven scopieën geen geregistreerde indicatie is. “Dat de arts zonder indicatie toch een scopie voorschrijft, kan komen doordat de patiënt klachten heeft en daar onderzoek naar wil laten doen. Volgens de richtlijn zou de arts dan eerst in kaart moeten brengen of de patiënt alarmsymptomen vertoont zoals gewichtsverlies of bloed opgeven. Zijn die er niet, dan is de kans klein is dat je met een gastroscopie iets vindt. Dat weten we uit eigen onderzoek: als een patiënt onder de 60 jaar geen alarmsymptomen heeft, dan is de kans dat er een ernstige diagnose wordt gevonden minder dan 1,5 procent.” Siersema vermoedt dat artsen deze alarmsignalen niet altijd goed screenen. “Dat is ook lastig. Als een patiënt al drie keer op je spreekuur is geweest met de vraag om een scopie, dan moet je sterk in je schoenen staan om ook de derde keer te zeggen: dat heeft geen zin.”     

“Vergeet niet, jaarlijks komen er achthonderdduizend patiënten bij de huisarts met maagklachten. Dat zijn gigantische getallen”

Meer bewustwording

Siersema is blij met de aanbevelingen van het ZIN, maar bij adviseren alleen kan het volgens hem niet blijven. “Het is belangrijk dat we huisartsen en medisch specialisten helpen om zich beter aan de richtlijnen te houden. Vergeet niet, jaarlijks komen er achthonderdduizend patiënten bij de huisarts op basis van maagklachten. Dat zijn gigantische getallen. ”Helpen, dat betekent wat Siersema betreft vooral: werken aan meer bewustwording, bij arts én patiënt. “Of het nu gaat over maagzuurremmers of een echo maken bij een zere knie, het is belangrijk dat we ons blijven afvragen of wat we doen wel evidence based is. Want dat is wat artsen willen, evidence based zorg leveren aan patiënten.”

“In het Radboudumc werken we aan een app voor patiënten die onterecht PPI’s gebruiken. We willen hen daarmee helpen de PPI’s af te bouwen en er uiteindelijk mee te stoppen”

Apps en tools

Apps en andere tools kunnen die bewustwording bevorderen, stelt Siersema. “In het Radboudumc werken we aan een app voor patiënten die onterecht PPI’s gebruiken. We willen hen daarmee helpen de PPI’s af te bouwen en er uiteindelijk mee te stoppen. De app bevat opties waaruit patiënten kunnen kiezen: hoe snel wil ik stoppen, wat zijn alternatieven voor een PPI, enzovoort. We testen deze app nu in een ziekenhuissetting, maar we willen het ook uittesten bij huisartsenpraktijken. Hopelijk leidt dat ook bij huisartsen tot meer bewustwording, zo van: misschien moet ik eerst tot drie tellen voordat ik PPI’s voorschrijf. Of: laat ik voortaan een notitie maken dat ik de PPI na drie maanden stopzet.”

“Gedragsverandering gaat niet vanzelf, het vergt een gezamenlijke inspanning om dat voor elkaar te krijgen”

Gezamenlijke inspanning

Ja, het is dé kernboodschap van Siersema: voorkomen van overdiagnostiek en overbehandeling is goed, én bespaart kostbare zorgkosten. Maar het lukt alleen als we artsen en patiënten helpen om tot bewustwording en gedragsverandering te komen. “Bijvoorbeeld door de inzet van digitale tools zoals apps. Gedragsverandering gaat niet vanzelf, het vergt een gezamenlijke inspanning om dat voor elkaar te krijgen.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?

Zorgen voor en over AI bij zorgverleners

De beloftes van AI in de gezondheidszorg zijn groot. Maar AI kent ook nadelen en potentiële gevaren. Met haar theaterstuk ‘Zorgen voor AI’ wil Roanne van Voorst de discussie hierover stimuleren op de werkvloer. “In de praktijk valt de bespaarde tijd meestal tegen.”

Gelijke behandeling betekent niet altijd hetzelfde behandelen

Kinderarts Charlie Obihara schreef samen met zijn vrouw, psycholoog Dorian Maarse, het boek ‘Naar een inclusieve opleiding in de zorg’. “Als de opleiding niet meebeweegt met een steeds diverser wordende samenleving, loop je het risico dat je zorg tekortschiet.”

Aanvrager echo doet vaak geen lichamelijk onderzoek

In meer dan de helft van de gevallen hebben aanvragers van echografie vooraf geen lichamelijk onderzoek verricht. Andreea Pavel: “Wanneer het beschreven lichamelijk onderzoek bij meerdere polibezoeken identiek is, vraag je je af of het wel écht heeft plaatsgevonden.”