Peter Verhaak: ‘Meer polyfarmacie bij ouderen met een depressie’

mm
Brenda Kluijver
Redactioneel,
11 april 2019

Ouderen met een depressie vereisen specifieke aandacht van huisartsen, stelt psycholoog Peter Verhaak, bijzonder hoogleraar GGZ in de huisartsenvoorziening. Door polyfarmacie lopen deze ouderen verhoogd risico op bijwerkingen. Daarnaast vermindert hun therapietrouw bij langdurig gebruik. “Maak van elk herhalingsrecept van antidepressiva een bespreekmoment met de oudere.”

Psycholoog Peter Verhaak, bijzonder hoogleraar GGZ in de huisartsenvoorziening, is verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen waar hij een promotieonderzoek* leidt naar polyfarmacie en multimorbiditeit bij depressieve ouderen. Voor het onderzoek zijn duizenden geanonimiseerde dossiers van 60-plussers uit 400 huisartsenpraktijken en apotheken geanalyseerd. Conclusie: “Ouderen met een gediagnosticeerde depressie gebruiken meer medicatie dan mentaal gezonde ouderen en ouderen met een andere psychische stoornis, en dat is een vervelend beeld. Polyfarmacie verhoogt immers de kans op interferentie en bijwerkingen, maar vermindert volgens het onderzoek ook de therapietrouw”, aldus Verhaak.

Psycholoog Peter Verhaak, bijzonder hoogleraar GGZ in de huisartsenvoorziening

Herhalingsrecept als bespreekmoment

Hoewel Verhaak beseft dat tijdgebrek een probleem is binnen de huisartsenzorg, adviseert hij om de zaak niet als afgedaan te beschouwen na het voorschrijven van een recept en het verstrekken van herhalingsrecepten. “Er sluipen vaak routines en automatismen in het voorschrijven van medicatie. Plan voor de groep ouderen met een depressie minstens één keer per jaar een farmacotherapeutisch overleg met de apotheker en kijk welke medicijnen er wellicht af kunnen”, zegt Verhaak. “Maak van elk herhalingsrecept van antidepressiva een bespreekmoment met de oudere, om te zien hoe het met de depressieve klachten gaat. Misschien is het tijd om de medicatie te gaan afbouwen?”

Bang om te stoppen

Uit een onderzoek dat Verhaak begin dit jaar afrondde, blijkt dat veel mensen die antidepressiva gebruiken dat veel langer doen dan de richtlijnen voorschrijven. “Van de patiënten die antidepressiva krijgen voorgeschreven door de huisarts, slikt 42 procent die na vijf jaar nog steeds. Terwijl de richtlijn stelt dat je na 165 dagen moet gaan afbouwen. Een depressie is heel naar om mee te maken, dus ik snap dat mensen bang zijn om te stoppen met de medicatie. Uit onze interviews blijkt dat afbouwen lastig is als je eenmaal begonnen bent. Maar je weet ook niet wat de schadelijke effecten van langdurig gebruik zijn.”

Terughoudend bij ouderen

Het überhaupt voorschrijven van antidepressiva bij patiënten, ouderen in het bijzonder, zou volgens Verhaak niet de eerste stap moeten zijn als iemand zich bij de huisarts meldt met depressieve klachten. “Kijk altijd hoe terughoudend je hiermee kunt zijn, zeker bij ouderen bij wie sprake is van comorbiditeit en polyfarmacie. Regelmatig contact met de patiënt, of het inzetten van de POH-ggz is een goed begin, antidepressiva kunnen altijd nog. Uit het promotieonderzoek blijkt dat depressieve ouderen hun antidepressiva wel ophalen, maar op termijn minder medicatietrouw zijn. Schrijf je die voor, dan vraagt dat dus echt om regelmatige begeleiding.”

  


Ouderen en depressie
Ongeveer één op de tien ouderen die de huisarts bezoeken, heeft een depressie. De huisartsenpraktijk is in de meeste gevallen de plek waar de behandeling daarvoor plaatsvindt. De meest toegepaste behandeling: het voorschrijven van antidepressiva. De NHG-Standaard Depressie raadt dit niet als eerste keuze aan.

Bron: Huisarts & Wetenschap

 *Floor Holvast promoveert woensdag 17 april aan de Rijksuniversiteit Groningen

 

 

 

, , , , , , , , ,
Deel dit artikel