DOQ

Waar ligt de grens? Rekenmethode bij keuzes rondom centralisatie van zorg

Voor zeldzame, risicovolle medische ingrepen kan het zinvol zijn om de zorg te centraliseren. Onderzoekers van het Maastricht UMC+ demonstreren een rekenmethode waarmee zij de relatie bepalen tussen het aantal ingrepen dat een ziekenhuis per jaar verricht en de klinische uitkomsten. Op die manier kunnen zij het optimale patiëntvolume voor een ingreep berekenen. De rekenmethode is gebaseerd op een meta-analyse en is toepasbaar voor weinig voorkomende, risicovolle cardiovasculaire interventies.

Centralisatie van de zorg krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. Het idee hierbij is dat als een ziekenhuis per jaar meer patiënten behandelt met een specifieke interventie de kwaliteit van de zorg mogelijk toeneemt. Onderzoekers van het Maastricht UMC+ demonstreren een rekenmethode om de relatie te bepalen tussen het aantal ingrepen dat een ziekenhuis per jaar verricht (patiëntvolume) en de uitkomsten van de zorg. Hiervoor gebruiken zij het ziektebeeld acute aortadissectie type A (ATAAD; een splijting in de wand van de aorta ascendens of aortaboog) als voorbeeld.

“De acute mortaliteit nam af naarmate het aantal behandelde patiënten toenam”

Literatuurreview en meta-analyse

De onderzoekers verrichtten een systematische literatuurreview en meta-analyse. Hierin includeerden zij 140 studies met in totaal 38.276 patiënten. Alle studies geven informatie over het aantal patiënten dat een operatie voor ATAAD onderging en de acute mortaliteit bij deze mensen (overlijden tijdens opname of in de eerste 30 dagen na diagnose).

Patiëntvolume en acute mortaliteit

Allereerst deelden de onderzoekers de studies in in kwartielen, gebaseerd op het patiëntvolume per jaar (Q1: 1-12 patiënten, Q2: 12-17 patiënten, Q3: 17-29 patiënten en Q4: 29-152 patiënten). Hierbij zagen zij dat in studies met het hoogste patiëntvolume (Q4) de acute mortaliteit het laagst was (Q4: 10,3% versus Q1: 16,2%).

Vervolgens analyseerden de onderzoekers de associatie tussen het patiëntvolume en de acute mortaliteit in meer detail. Hiervoor gebruikten zij een ‘restricted cubic spline model’ met 3 knopen. Dit is een methode om niet-lineaire associaties tussen variabelen te modelleren. Zij zagen dat de acute mortaliteit afnam naarmate het aantal behandelde patiënten toenam.

“Voor ATAAD ligt de grens bij ten minste 38 patiënten per jaar”

Elleboogmethode

Op basis van een plot van het patiëntvolume (X-as) tegen de acute mortaliteit (Y-as) bepaalden zij het optimale patiëntvolume. Hiervoor maakten zij gebruik van de zogenaamde ‘elleboogmethode’. Die methode geeft antwoord op de vraag vanaf welk patiëntvolume een verdere toename niet meer leidt tot een verdere afname van de mortaliteit. Zij stelden vast dat voor ATAAD deze grens lag bij ten minste 38 patiënten per jaar. Tot deze grens neemt de acute mortaliteit sterk af naarmate een ziekenhuis meer patiënten behandelt. Vanaf deze grens vlakt dit af. Het maakt dan voor de mortaliteit niet veel meer uit of er nóg meer patiënten behandeld worden.  

 “Onderscheid tussen laag- en hoog-volume centra kunnen op een objectieve manier worden benaderd”

Onderzoeker Michal Kawczyński

Objectieve benadering

Onderzoeker en eerste auteur Michal Kawczyński: “Centralisatie is een belangrijk thema binnen de gezondheidszorg maar er is een gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing voor volumenormen waaraan centra moeten voldoen om als hoog-volume centrum te worden bestempeld. In de huidige studie hebben we conventionele meta-analytische methoden toegepast om een afkapwaarde vast te stellen voor het optimale aantal procedures per jaar bij behandeling van Type A aortadissecties. Door toepassing van wetenschappelijke onderbouwingen voor volumenormen kan onderscheid tussen laag- en hoog-volume centra op een objectieve manier worden benaderd.”

Ook toepasbaar voor andere interventies

In de huidige studie gebruikten de onderzoekers ATAAD als voorbeeld voor hun berekeningen. Hun methode kan ook worden toegepast voor andere cardiovasculaire procedures waarbij centralisatie van de zorg ter sprake is.

Referentie: Kawczynski MJ, Van Kuijk SMJ, Olsthoorn JR, et al. Type A aortic dissection: optimal annual case volume for surgery. Eur Heart J. 2023 Aug 28;ehad551. doi: 10.1093/eurheartj/ehad551. Online ahead of print.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: jonge patiënt met heftige oorpijn

De 9-jarige patiënt voor u heeft de hele nacht heftige oorpijn gehad rechts. Zijn gehoor is beiderzijds goed en hij heeft geen koorts. Hij is een weinig snotterig. Wat is uw diagnose?

In Search of Stories brengt levens­verhalen tot leven

Het onderzoeksproject ‘In Search of Stories’, geleid door oncoloog Hanneke van Laarhoven, brengt verhalen van ongeneeslijk zieke patiënten tot leven. “De analyse van deze verhalen biedt inzichten die met traditionele methoden vaak over het hoofd worden gezien.”

‘Het preferentiebeleid gaat binnen nu en vier jaar op de schop’

Het preferentiebeleid is volledig doorgeslagen en moet hoognodig op de schop, vindt Aad de Groot, directeur van Zorgverzekeraar DSW. “Het is lastig te berekenen, maar we vermoeden wel dat door de lage prijzen juist andere kosten kunnen toenemen.”

‘Dokters voelen zelf de paradox van samen beslissen in de spreek­kamer’

Samen beslissen kan patiënten tijdelijk veel stress en onzekerheid bezorgen, blijkt uit onderzoek van Inge Henselmans. “Wij staan helemaal achter de beweging van samen beslissen, maar vonden dat er ook oog moest zijn voor de negatieve aspecten ervan.”

‘Het ziekenhuis kan ook zonder lachgas’

Nicolaas Sperna Weiland geeft inzicht in de duurzaamheid van lachgas. “Ik denk persoonlijk dat er ook andere pijnstilling voorhanden is om kortdurend comfort te geven. Vaak met betere pijnstillende effecten en minder nadelige milieueffecten.”

Stop met jezelf onder­mijnen: vijf stappen tegen het imposter syndroom

Bang om door de mand te vallen, prestatiegericht, conflictvermijdend? Veel jonge artsen hebben last van het imposter syndroom. Moniek de Boer geeft praktische tips. “Het ontwikkelen van een gezonde werk-privé balans en het accepteren van kwetsbaarheid is cruciaal.”

Casus: patiënt met huidkleurige papel op de rug

Een 54-jarige vrouw meldt zich bij de huisarts met een huidkleurige papel op de rug. Mevrouw heeft in haar voorgeschiedenis een basaalcelcarcinoom (BCC) gehad van het gelaat. In haar familie komt geen huidkanker voor. Wat is uw diagnose?

Waarom moet ik als arts aandacht hebben voor lhbtiq+?

Zichtbaarheid en veiligheid zijn belangrijk bij het omgaan met lhbtiq+-ers in de zorg, pleit longarts Karin Pool. Ze geeft praktische tips voor zorgverleners en zorginstellingen. “Met kleine aanpassingen, bijvoorbeeld in taalgebruik, maak je al een groot verschil.”

De overgang: hormoon­therapie helpt, maar is geen wonder­middel

Gynaecoloog Dorenda van Dijken promoot hormoontherapie bij overgangsklachten, maar noemt het geen wondermiddel voor de gezondheid op langere termijn. “We kunnen als artsen zeggen dat je de overgang moet omarmen, maar ik vind dat elke vrouw dat zelf bepaalt.”

Casus: man met opgezette en verkleurde gewrichten en zwelling linkeroor

Een 52-jarige man klaagt over pijnlijke en stijve handen. De gewrichten van beide handen en vingers zijn opgezet en blauw-paars verkleurd. Verder heeft hij klachten van moeheid en malaise. Hij heeft geen koorts. Wat is uw diagnose?


0
Laat een reactie achterx