Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Een dokter is geen monteur
Pieter Barnhoorn, huisarts, seksuoloog en docent aan het LUMC, pleit voor bezielde en bezielende zorg. In de praktijk komt dat neer op aandacht voor zingevingsvragen en het aangaan van echt contact met de patiënt. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model en plaatst kanttekeningen bij het efficiëntiedenken in de zorg.
Tijdens ons gesprek draagt Barnhoorn een trui met daarop de tekst ‘Ik moet helemaal niks’. Want artsen vertellen elkaar graag het verhaal dat ze van alles moeten. En dat is onterecht, legt hij uit. Een huisarts is vrij om verder te kijken dan het strikt biomedische. En vrij om consulttijd te verlengen zodat er de ruimte is voor echte gesprekken. Gesprekken over zingeving bijvoorbeeld, die mogelijk uitmonden in bezielde en bezielende zorg.

“We gaan snel van diagnose naar behandeling om het probleem – technisch – te kunnen oplossen”
Huisarts Pieter Barnhoorn
Waarom is bezielde en bezielende zorg belangrijk? Mensen willen toch gewoon beter worden?
“Vanuit ons huidige model bekijken we de verhalen van patiënten vooral als een biologisch probleem, als het mee zit met een psychosociaal sausje. Maar we gaan snel van diagnose naar behandeling om het probleem – technisch – te kunnen oplossen. Die benadering gaat voorbij aan een andere dimensie: zingeving. Ofwel, aandacht voor hoe iemand in leven staat, en de waarden die voor hem of haar belangrijk zijn in het leven. Als je echt contact maakt met de patiënt, ontstaat er een relatie waarbij je deze lagen kunt aanboren. Die gesprekken zijn niet alleen zingevend voor de patiënt, maar net zo goed voor de zorgverlener zelf. Niemand gaat de zorg in om monteur te worden.”
Hoe ziet zingeving eruit in de spreekkamer: wat vraag of zeg je, hoe reageer je?
“Het begint met het bewustzijn dat niet iedere vraag die in de spreekkamer wordt gesteld, ook vanzelfsprekend een medisch technisch antwoord behoeft. Een voorbeeld: ik krijg vaak de vraag ‘heb ik ADHD?’ Dan kan ik natuurlijk verwijzen naar een ADHD-centrum, waar de ‘diagnose’ ongetwijfeld ADHD zal zijn. Maar ik kan ook mijn vak serieus nemen en in gesprek gaan: wat is jouw verhaal? Wie ben jij? Waar loop je tegenaan en hoe ga je daarmee om?’
Of als iemand zich na de diagnose kanker afvraagt ‘waarom ik?’ hoef je geen direct antwoord te geven. Sta eens stil bij de vraag zelf, en zie wat dat oplevert. Vragen bekijken door denkraam dat breder is dan het biomedische perspectief, kan de doorstroom naar tweedelijnszorg drastisch beperken.”
“Het geeft de mogelijkheid om met passie en bezieling te werken”
Past die benadering wel in een tijd van robotisering, aanmeldzuilen en zorg op afstand?
“Dat knelt inderdaad. Maar efficiëntie is ook maar een gekozen narratief. Waarom zouden we daarvoor kiezen? Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen in de zorg zijn gaan werken? Je kunt je niet verschuilen achter ‘dat alles tegenwoordig nu eenmaal snel, efficiënt en steeds onpersoonlijker moet’. We moeten helemaal niets, wij zijn helemaal vrij en daarmee ook helemaal verantwoordelijk voor onze keuzes.”
Is het realistisch artsen te vragen om tijd te besteden aan zingeving, gezien de volle agenda’s?
“Niet elk consult vraagt om diepgaande gesprekken. Maar door bewust minder patiënten te plannen, creëer je ruimte voor gesprekken die er echt toe doen. Dit betekent misschien dat je financieel iets inlevert, maar het geeft de mogelijkheid om met passie en bezieling te werken. En de burnout te voorkomen. Uiteindelijk gaat het om het stellen van prioriteiten.”
“We willen goede dokters, die kunnen levelen met de patiënt, dat is niet zomaar te vangen in competenties”
Zou er in de opleiding meer aandacht voor moeten zijn?
“Ja, en dan graag op de goede manier. Niet in de vorm van meer competenties. We willen goede dokters, die kunnen levelen met de patiënt, dat is niet zomaar te vangen in competenties. Wat nodig is, is ruimte voor gesprekken over: wat zijn voor jou belangrijke waarden, waarom werk je in de zorg, wat zijn je idealen, wat voor dokter wil je zijn? Dat zou je in de opleiding met elkaar moeten onderzoeken.”
Hoe zit dat bij jou, wat zijn jouw waarden?
“Ik wil als de dokter de ander echt ontmoeten, iets in zijn of haar leven betekenen. Ik probeer mezelf open te stellen en dat levert mooie en leerzame ontmoetingen op. Ik wil me laten raken.”
Referentie: Boek: Barnhoorn, P. Professionaliteit in de zorg. Reflecteren op je professie. BSL, 2021. ISBN 9789036825818
(NB: In 2025 verschijnt zijn tweede boek: Zingeving in de zorg.)