DOQ

Effecten van SGLT2-remming op cardiale en renale parameters

De placebogecontroleerde Empire HF-trial evalueerde de effecten van de SGLT2-remmer empagliflozine bij patiënten met hartfalen met een verminderde ejectiefractie (HFrEF). In JAMA Cardiology verscheen een analyse naar de effecten linkerventrikelvolumes, massa en functioneren en in The Lancet. Diabetes & Endocrinology een analyse van de renale uitkomsten.

In de afgelopen jaren hebben meerdere cardiovasculaire uitkomststudies aangetoond dat natrium-glucose cotransporter 2 (SGLT2)-remmers bij patiënten met type 2-diabetes mellitus (T2DM) de ontwikkeling van hartfalen kunnen voorkomen en de levensduur van patiënten zonder hartfalen kunnen verlengen. In vervolgonderzoek zijn vergelijkbare effecten gevonden bij patiënten met manifest hartfalen.

Het primaire doel was om het effect op het NT-proBNP te onderzoeken. Secundaire eindpunten waren onder meer cardiale biomarkers, functioneren en hemodynamica, metabole en renale parameters, niveau van dagelijks activiteiten en kwaliteit van leven.

(Foto: Pixabay)

Cardiale uitkomsten

Een verkennende post-hoc analyse evalueerde de uitkomsten van 190 patiënten. Van hen had 51,1% ischemische HFrEF en 12,6% had T2DM; de gemiddelde linkerventrikelejectiefractie was 29%. De behandeling met empagliflozine resulteerde in een significante afname van de linkerventrikel eindsystolische volume-index (-4,3 ml/m2; p = 0,04), de linkerventrikel eind-diastolische volume-index (-5,5 ml/m2; p = 0,03) en de linker atriale volume-index (-2,5 ml/m2; p = 0,04) in vergelijking met placebo na 12 weken. Er was geen verandering in linkerventrikelejectiefractie (1,2%; p = 0,32). Deze bevindingen waren consistent tussen subgroepen.

Renale uitkomsten

In de Empire HF Renal-studie zijn de effecten van empagliflozine op het geschatte extracellulaire volume, het geschatte plasmavolume en de gemeten glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) onderzocht bij patiënten met HFrEF. Van de 391 gerekruteerde patiënten werden 120 (31%) willekeurig toegewezen aan empagliflozine of placebo. 105 patiënten (88%) hadden geen diabetes.

Behandeling met empagliflozine resulteerde in een afname van het geschatte extracellulaire volume (gecorrigeerd gemiddeld verschil -0,12 liter; p = 0,00056), het geschatte plasmavolume (-7,3%; p <0,0001) en de gemeten glomerulaire filtratiesnelheid (-7,5 ml/min; p = 0,00010) in vergelijking met placebo. Veranderingen in het vloeistofvolume kunnen een belangrijk mechanisme zijn dat ten grondslag ligt aan de gunstige klinische effecten van SGLT2-remmers.

Vijf van de 60 patiënten (8%) in de empagliflozine-groep en drie van de 60 patiënten (5%) in de placebogroep hadden één of meerdere ernstige adverse events.

Conclusies

In bovengenoemde kleine kortetermijnanalyse ging empagliflozine gepaard met een bescheiden afname van het linkerventrikel- en linkeratriumvolume, maar er was geen effect op de ejectiefractie. De andere analyse toonde dat bij HFrEF-patiënten empagliflozine resulteerde in een afname van het geschatte extracellulaire volume, het geschatte plasmavolume en de gemeten GFR na 12 weken. Er moet nader onderzocht worden wat de effecten van SGLT2-remming zijn bij een langere behandelduur.


Referenties: Omar M, Jensen, Ali M, et al. Associations of Empagliflozin With Left Ventricular Volumes, Mass, and Function in Patients With Heart Failure and Reduced Ejection Fraction: A Substudy of the Empire HF Randomized Clinical Trial. JAMA Cardiol. 2021;e206827.doi: 10.1001/jamacardio.2020.6827. Online ahead of print. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33404637/, https://jamanetwork.com/journals/jamacardiology/article-abstract/2774809
Jensen J, Omar M, Kistorp C, et al. Effects of empagliflozin on estimated extracellular volume, estimated plasma volume, and measured glomerular filtration rate in patients with heart failure (Empire HF Renal): a prespecified substudy of a double-blind, randomised, placebo-controlled trial. Lancet Diabetes Endocrinol. 2021;9:106-116. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33357505/, https://www.thelancet.com/journals/landia/article/PIIS2213-8587(20)30382-X/fulltext

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?