DOQ

Meer aandacht voor serrated po­liepen kan het risico op darm­kanker ver­lagen

Het risico op metachrone darmkanker bij mensen met hoogrisico serrated poliepen is hoger dan verwacht. Dat concludeert arts-onderzoeker David van Toledo van het Amsterdam UMC op basis van data uit het Nederlandse bevolkingsonderzoek darmkanker. Hij analyseerde het risico op metachrone darmkanker voor verschillende soorten poliepen, waaronder hoogrisico adenomen, hoogrisico serrated poliepen en combinaties van beide. “Door meer aandacht te besteden aan serrated poliepen kunnen we het risico op darmkanker mogelijk verkleinen.”

David van Toledo bestudeerde de data van 253.833 mensen die tussen 2014 en 2020 een screeningscoloscopie ondergingen in het kader van het Nederlandse bevolkingsonderzoek darmkanker. Dit deed hij onder leiding van MDL-artsen Evelien Dekker en Joep IJspeert. Hij onderzocht het risico op metachrone darmkanker.1 Dat wil zeggen kanker die ontstaat nádat de poliepen tijdens de screeningscoloscopie verwijderd zijn. “Het is bekend dat, als iemand eenmaal een poliep heeft gehad, er makkelijk nieuwe poliepen kunnen ontstaan. Die kunnen op termijn weer leiden tot kanker. Ook kan er, als een poliep tijdens de screeningscoloscopie niet volledig verwijderd is, uit het achtergebleven weefsel alsnog kanker ontstaan.”

“De bijdrage van hoogrisico serrated poliepen aan metachrone darmkanker is groter dan verwacht.”

Arts-onderzoeker David van Toledo

Bijdrage groter dan verwacht

Van Toledo liet zien dat het risico op metachrone darmkanker het hoogst was bij mensen die, ten tijde van de screeningscoloscopie, een of meerdere hoogrisico serrated poliepen in de dikke darm hadden, al dan niet in combinatie met hoogrisico adenomen. De aanwezigheid van hoogrisico adenomen zónder hoogrisico serrated poliepen leidde niet tot een significant hoger risico op metachrone darmkanker. Ook deelnemers met enkel laagrisico poliepen hadden geen hoger risico op metachrone darmkanker dan deelnemers zonder poliepen.

“De bijdrage van hoogrisico serrated poliepen aan het ontstaan van metachrone darmkanker is groter dan we van tevoren hadden verwacht”, aldus Toledo. “Van hoogrisico adenomen is al heel lang bekend dat het hebben daarvan het risico op darmkanker verhoogt. Voor serrated poliepen werd lange tijd gedacht dat ze niet leidden tot darmkanker. Enkele decennia geleden verschenen de eerste studies die lieten zien dat ook deze poliepen een verhoogd risico geven. Maar tot nu toe zijn er nog maar weinig studies geweest die corrigeerden voor de aanwezigheid van verschillende soorten poliepen tegelijkertijd. Als je tijdens de screeningscoloscopie zowel hoogrisico adenomen als hoogrisico serrated poliepen vindt, moet je hier wel rekening mee houden bij je analyse. Je kunt het risico op darmkanker dan niet zomaar aan een van beide soorten toeschrijven.”

“Door artsen te trainen in het opsporen van serrated poliepen kun je het risico op metachrone darmkanker verlagen”

Zuivere inschatting

Van Toledo’s studie is een van de eerste die rekening houdt met verschillende soorten poliepen binnen één persoon. “Binnen het Nederlandse bevolkingsonderzoek darmkanker hebben we kwalitatief goede data om dit te onderzoeken. Dit komt allereerst doordat we alle poliepen die tijdens de screeningscoloscopie verwijderd worden nauwkeurig pathologisch onderzoeken en documenteren. Hierdoor weten we precies wat voor soort poliepen er bij een deelnemer zijn aangetroffen. Daarnaast moeten de MDL-artsen die deze screeningscoloscopieën uitvoeren voldoen aan strenge criteria. Zo moeten ze voldoen aan bepaalde eisen om de accreditatie te krijgen. Een van die eisen is bijvoorbeeld hoe goed zij in staat zijn om adenomen op te sporen. Dit meten we met behulp van hun adenoma detection rate (ADR). Hierdoor zijn ook de coloscopieën van hoge kwaliteit. Door de kwalitatief goede data in ons bevolkingsonderzoek kunnen we het risico op darmkanker voor de verschillende subtypen poliepen relatief zuiver inschatten.”

Meer aandacht voor serrated poliepen

Toledo en zijn collega’s vinden het belangrijk dat er meer aandacht komt voor serrated poliepen. Van Toledo: “Serrated poliepen zijn moeilijker te detecteren dan adenomen. Daarnaast zijn ze, mede doordat ze minder goed detecteerbaar zijn, ook lastiger te verwijderen. Tot slot is er minder kennis over dit soort poliepen dan over adenomen. Alles bij elkaar is meer onderzoek naar dit soort poliepen nodig én meer training van artsen in het opsporen en verwijderen ervan.”

“Dat een betere opsporing van serrated poliepen loont, blijkt uit een andere studie van onze onderzoeksgroep. Daarin laten we, ook op basis van data uit het bevolkingsonderzoek, zien dat MDL-artsen die heel goed zijn in het opsporen van serrated poliepen een lagere kans hebben dat bij de deelnemers die zij onderzochten, in de periode tussen de screening en de surveillance coloscopie, darmkanker ontdekt wordt.2 Het is dus zeker relevant om artsen hierin te trainen. Uiteindelijk verlaag je daarmee het risico van mensen om darmkanker te ontwikkelen.”

“Ik verwacht dat hoogrisico adenomen na langere periode ook een verhoogd risico zullen geven”

Ook adenomen goed blijven opvolgen

Van Toledo vond in zijn huidige onderzoek geen verhoogd risico op metachrone darmkanker bij deelnemers die alleen hoogrisico adenomen hadden, zonder hoogrisico serrated poliepen. Dit betekent echter niet dat hoogrisico adenomen géén verhoogd risico op darmkanker geven. ”De follow-upduur in onze studie was gemiddeld drie jaar na de screeningscoloscopie. Om een conclusie te trekken over het risico van hoogrisico adenomen op het ontstaan van metachrone darmkanker willen we de analyses herhalen na een periode van tien jaar follow-up. Ik verwacht dat hoogrisico adenomen, na die langere periode, ook een verhoogd risico zullen geven. Het is en blijft dus belangrijk om ook mensen met dit soort poliepen goed op te volgen.”

Referenties:

1. Van Toledo DEFWM, IJspeert JEG, Spaander MCW, et al. Colorectal cancer risk after removal of polyps in fecal immunochemical test based screening. EClinicalMedicine. 2023 Jul 5;61:102066.
2. Van Toledo DEFWM, IJspeert JEG, Bossuyt PMM, et al. Serrated polyp detection and risk of interval post-colonoscopy colorectal cancer: a population-based study. Lancet Gastroenterol Hepatol. 2022;7(8):747-754.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”


0
Laat een reactie achterx