DOQ

Minder diagnoses huidkanker door lockdown

Net als de meeste vormen van zorg, zette COVID-19 ook de zorg voor mensen met niet gediagnosticeerde huidkanker onder druk. Twee recente Nederlandse studies laten zien dat het aantal diagnoses van plaveiselcel-, basaalcelcarcinomen of melanomen tijdens de lockdowns stevig daalde. De gevolgen hiervan lijken echter mee te vallen.

Bij het Integraal Kankercentrum Nederland keek onderzoeker Ellis Slotman, samen met haar collega’s van het Erasmus MC, naar de incidentie van plaveiselcel- en basaalcelcarcinomen in de periode 2017 tot en met 2020. Uit de gegevens van 2017 tot en met 2019 extrapoleerde ze een trend die aangaf wat de verwachte incidentie in elke maand van 2020 zou zijn. Het blijkt dat tijdens de COVID-19 pandemie vooral in de periodes van lockdown het aantal nieuwe diagnoses het laagst was. Dit gold voor alle leeftijdsgroepen en voor de 80-plusser in het bijzonder. De onderzoekers corrigeerden hun data overigens voor de oversterfte als gevolg van COVID-19.

“Tijdens de eerste lockdown – van maart tot mei 2020 – ‘vingen’ huisartsen en dermatologen 29% minder plaveiselcelcarcinomen en 50% minder basaalcelcarcinomen”

Verwachting

Tijdens de eerste lockdown, van maart tot mei 2020, vingen huisartsen en dermatologen 29% minder plaveiselcelcarcinomen en 50% minder basaalcelcarcinomen dan verwacht. In de maanden erna steeg het aantal tot boven het verwachte aantal om weer de dalen bij de volgende lockdown. Al met al leverde 2020 1150 minder plaveiselcelcarcinomen op en 11767 minder basaalcelcarcinomen.
Slotman en haar collega’s vrezen dat de achterstallige diagnoses van beide typen huidkanker een flinke impact gaan hebben op de medische zorg voor de sowieso al grote en groeiende aantallen mensen met huidkanker. Zorgen zijn er vooral om de gemiste plaveiselcelcarcinomen. Een vertraagde diagnose kan progressie tot een ernstiger stadium met een hogere kans op uitzaaiingen betekenen.

Gevolgen

Gelukkig vallen de gevolgen van de vertraagde diagnoses vooralsnog mee, zo blijkt uit een tweede onderzoek. Bij mensen met een plaveiselcelcarcinoom blijkt geen significant verschil in de invasieve diepte of het stadium van plaveiselcelcarcinomen pre- en post COVID-19. Deze bevinding komt van promovendus Tobias Sangers van het Erasmus MC. Samen met collega’s van de universiteiten in Rotterdam, Utrecht Amsterdam en het IKNL keek hij naar de gevolgen van een vertraagde diagnose.
Sangers vergeleek tumorkarakteristieken voor en tijdens de COVID-19 pandemie (januari 2019 – juli 2021). Daarvoor analyseerde hij histopathologische gegevens van ruim 20.000 melanomen en ruim 68.000 plaveiselcelcarcinomen. Basaalcelcarcinomen groeien zo langzaam dat er geen invloed van de vertraagde diagnose te verwachten is, ze werden dan ook niet onderzocht.

“Alleen tijdens de eerste lockdown was er een geringe, ongunstige verschuiving in het stadium van het melanoom”

Melanoom

Net als bij de andere huidtumoren, daalde het aantal nieuwe diagnoses van melanomen tijdens de lockdowns tot onder het verwachte niveau. Pas na de tweede lockdown in 2021 steeg het aantal tot boven het verwachte niveau. Ook nu was er een leeftijdseffect zichtbaar. Mensen die tijdens de lockdowns een diagnose kregen waren jonger dan gebruikelijk. Alleen tijdens de eerste lockdown was er een geringe, ongunstige verschuiving in het stadium van het melanoom*. De Breslow-dikte van de tumoren – een maat voor de kans op metastasering – veranderde niet door de lockdown.

* Stadium tijdens eerste lockdown vs pre-COVID-19: pT1 52,3% vs. 58,6%, pT2 18,9% vs. 17,8%, pT3 13,2% vs. 11,0%, pT4 9,1% vs. 7,3% P = 0 001

Onverwacht

Al met al lijkt de vertraagde diagnose van plaveiselcelcarcinomen en melanomen geen ernstige gevolgen te hebben. Dit hadden de onderzoekers niet verwacht. Sangers houdt daarom nog een slag om de arm. Hoewel er na de lockdowns meer dan gebruikelijk huidkankers gediagnosticeerd werden, heeft de inhaalzorg nog niet alle tumoren gevangen. Er was immers een flink ‘tekort’ aan tumoren in 2020. Echt grote aantallen onontdekte agressieve tumoren verwachten de onderzoekers niet meer, daarvoor verstreek inmiddels te veel tijd sinds de eerste lockdown.

Referenties:

  1. Slotman E, Schreuder K, Nijsten TEC, et al. The impact of the COVID-19 pandemic on keratinocyte carcinoma in the Netherlands: Trends in diagnoses and magnitude of diagnostic delays. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2022;36(5):680-687.
  2. Sangers TE, Wakkee M, Kramer-Noels EC, et al. Limited impact of COVID-19-related diagnostic delay on cutaneous melanoma and squamous cell carcinoma tumour characteristics: a nationwide pathology registry analysis. Br J Dermatol. 2022; [Epub ahead of print]
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.