DOQ

Jonge huisartsen: hoe hen te verleiden tot een vaste praktijk?

Veel oudere huisartsen hebben moeite om een opvolger te vinden; jonge huisartsen blijven vaak lang als waarnemer werken en zijn huiverig om zich te vestigen. Wat zijn de oorzaken van deze praktijkbindingsangst en wat zijn mogelijke oplossingen? Scheidend praktijkhouder Huib Leijssen: “We moeten aankomende praktijkhouders meer gaan faciliteren.”

Na 37 jaar een huisartsenpraktijk te hebben gehad, besluit Huib Leijssen dit jaar zijn stethoscoop aan de wilgen te hangen. Een geschikte opvolger dient zich echter niet snel aan. “De afgelopen jaren zie je in Nederland een tekort ontstaan aan jonge huisartsen die praktijkhouder willen worden,” vertelt Leijssen. In een rapport van het Nivel uit 2018 valt inderdaad te lezen dat er veel openstaande vacatures voor huisartsen zijn. Dit zou kunnen leiden tot een tekort aan huisartsenzorg voor 2023 en 2028 in maar liefst 22 regio’s. “We moeten aankomend praktijkhouders meer gaan faciliteren,” stelt Leijssen. “Anders zie ik het somber in.”

Huisarts Huib Leijssen

Oplossing vinden voor ‘mismatch’


Het overnameproces bij Leijssen is uiteindelijk uitbesteed aan Buurtdokters. Deze organisatie heeft als missie een oplossing te vinden voor de mismatch tussen praktijkhouders oude stijl en de arbeidsvoorkeuren van jonge dokters. Sophie Brühl werkt twee dagen in de week als huisarts en werkt daarnaast voor Buurtdokters. “Ik heb zelf onderzoek gedaan naar de voorkeuren van jonge huisartsen,” vertelt Brühl. “Hieruit bleek dat het niet meer bij jonge huisartsen past om vijf dagen in de week negen uur open te zijn en daarnaast ook nog het personeelsbeleid te doen, de ict bij te houden, nascholing te volgen en diensten te draaien. De nieuwe generatie huisartsen is vaak niet de enige kostwinner en heeft ook andere rollen in het leven.”

“Steeds meer zorg wordt vanuit het ziekenhuis naar de huisarts geschoven. Daar komt bij dat je je aan allerlei richtlijnen en benchmarks van de verzekeraars moet houden, anders krijg je geen vergoedingen”

Huisarts Luud Neeskens

Met een headset naar de wc

Luud Neeskens (37 jaar) is aankomend praktijkhouder en hij noemt onder meer administratieve bezigheden als drempel om een eigen praktijk te beginnen. “Het huisartsenvak is de laatste jaren steeds ingewikkelder geworden,” aldus Neeskens. “Steeds meer zorg wordt vanuit het ziekenhuis naar de huisarts geschoven. Daar komt bij dat je je aan allerlei richtlijnen en benchmarks van de verzekeraars moet houden, anders krijg je geen vergoedingen. Het gevolg is dat huisartsen steeds minder patiënten in hun praktijk nemen, omdat ze daar gewoon de tijd niet meer voor hebben.” Met dit laatste is Brühl het roerend eens: “De verzekeraars willen kruisjes zien, zodat de praktijkassistente met een headset op naar de wc moet, omdat de telefoon tussen acht en vijf binnen twee minuten opgenomen moet worden.”

Huisarts Sophie Brühl

“Als waarnemer zie je dat praktijkhouders moe en ongelukkig zijn en dan denk je: waarom zou ik dat werk gaan doen?”

Huisarts Sophie Brühl

Wantrouwen en regeltjes

“Ik heb collega’s gezien die een praktijk overnamen en in de eerste drie jaar vijf keer een burn-out kregen,” vertelt Brühl. “Als waarnemer zie je dat praktijkhouders moe en ongelukkig zijn en dan denk je: waarom zou ik dat werk gaan doen? Moderne huisartsen zijn hun autonomie kwijtgeraakt. Ze zijn hoogopgeleid en komen vervolgens in een keurslijf terecht, wat een energielek creëert en burn-out in de hand werkt.” Ook Neeskens stelt dat het prettig zou zijn als verzekeraars wat meer vertrouwen in huisartsen hebben. “We staan in de top drie van de wereld qua huisartsenzorg. Waarom dan dat wantrouwen en al die verantwoording? Waarom kunnen we niet een contract met een verzekeraar afsluiten voor vijf jaar, in plaats van één jaar? Dan kan je iemand in dienst nemen en weet je zeker dat die persoon vijf jaar kan blijven en dat je haar niet na een jaar weer kwijtraakt omdat de regeltjes veranderd zijn.”

Huisarts Luud Neeskens

“Ik kijk er nu naar uit een vastere band op te bouwen met patiënten en assistenten”

Huisarts Luud Neeskens

Vastere band

Afgelopen jaar besloot Neeskens om zich toch te associëren in een duo-praktijk. “Ik heb acht jaar waargenomen,” vertelt Neeskens. “Ik kijk er nu naar uit een vastere band op te bouwen met patiënten en assistenten. Als waarnemer ben je toch vooral brandjes aan het blussen en dan ben je weer weg, dat is niet waarvoor ik ooit huisarts ben geworden.” Neeskens ziet om zich heen wel meer studiegenoten uit de huisartsenopleiding, die uiteindelijk toch een eigen praktijk nemen. “De huidige generatie neemt denk ook vaak laat kinderen. Ik heb zelf twee kleintjes waarvan de jongste net uit de luiers is. Misschien zijn wij overal wat later mee en schuift alles daardoor op.”

“Wij kunnen een praktijk efficiënter maken voor de aankomend arts”

Huisarts Sophie Brühl

Ontzorgen van de praktijkhouder

Brühl realiseerde zich tijdens haar onderzoek naar de voorkeuren van jonge huisartsen dat de huisartsgeneeskunde onder druk staat. “Dat was een belangrijke prikkel om voor Buurtdokters te gaan werken,” vertelt Brühl. “Als een oudere huisarts een intentieverklaring bij ons ondertekent, gaan wij op zoek naar een jonge huisarts die bij de praktijk en de populatie zou kunnen passen.”

Referenties: Buurtdokters , UNICUM Huisartsenzorg

Bron: Rapport | Balans in vraag en aanbod Huisartsenzorg. Nivel, 2018
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: vrouw met aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”