Jonge huisartsen: hoe hen te verleiden tot een vaste praktijk?

mm
Michiel Hordijk
Redactioneel,
29 september 2021

Veel oudere huisartsen hebben moeite om een opvolger te vinden; jonge huisartsen blijven vaak lang als waarnemer werken en zijn huiverig om zich te vestigen. Wat zijn de oorzaken van deze praktijkbindingsangst en wat zijn mogelijke oplossingen? Scheidend praktijkhouder Huib Leijssen: “We moeten aankomende praktijkhouders meer gaan faciliteren.”

Na 37 jaar een huisartsenpraktijk te hebben gehad, besluit Huib Leijssen dit jaar zijn stethoscoop aan de wilgen te hangen. Een geschikte opvolger dient zich echter niet snel aan. “De afgelopen jaren zie je in Nederland een tekort ontstaan aan jonge huisartsen die praktijkhouder willen worden,” vertelt Leijssen. In een rapport van het Nivel uit 2018 valt inderdaad te lezen dat er veel openstaande vacatures voor huisartsen zijn. Dit zou kunnen leiden tot een tekort aan huisartsenzorg voor 2023 en 2028 in maar liefst 22 regio’s. “We moeten aankomend praktijkhouders meer gaan faciliteren,” stelt Leijssen. “Anders zie ik het somber in.”

Huisarts Huib Leijssen

Oplossing vinden voor ‘mismatch’


Het overnameproces bij Leijssen is uiteindelijk uitbesteed aan Buurtdokters. Deze organisatie heeft als missie een oplossing te vinden voor de mismatch tussen praktijkhouders oude stijl en de arbeidsvoorkeuren van jonge dokters. Sophie Brühl werkt twee dagen in de week als huisarts en werkt daarnaast voor Buurtdokters. “Ik heb zelf onderzoek gedaan naar de voorkeuren van jonge huisartsen,” vertelt Brühl. “Hieruit bleek dat het niet meer bij jonge huisartsen past om vijf dagen in de week negen uur open te zijn en daarnaast ook nog het personeelsbeleid te doen, de ict bij te houden, nascholing te volgen en diensten te draaien. De nieuwe generatie huisartsen is vaak niet de enige kostwinner en heeft ook andere rollen in het leven.”

“Steeds meer zorg wordt vanuit het ziekenhuis naar de huisarts geschoven. Daar komt bij dat je je aan allerlei richtlijnen en benchmarks van de verzekeraars moet houden, anders krijg je geen vergoedingen”

Huisarts Luud Neeskens

Met een headset naar de wc

Luud Neeskens (37 jaar) is aankomend praktijkhouder en hij noemt onder meer administratieve bezigheden als drempel om een eigen praktijk te beginnen. “Het huisartsenvak is de laatste jaren steeds ingewikkelder geworden,” aldus Neeskens. “Steeds meer zorg wordt vanuit het ziekenhuis naar de huisarts geschoven. Daar komt bij dat je je aan allerlei richtlijnen en benchmarks van de verzekeraars moet houden, anders krijg je geen vergoedingen. Het gevolg is dat huisartsen steeds minder patiënten in hun praktijk nemen, omdat ze daar gewoon de tijd niet meer voor hebben.” Met dit laatste is Brühl het roerend eens: “De verzekeraars willen kruisjes zien, zodat de praktijkassistente met een headset op naar de wc moet, omdat de telefoon tussen acht en vijf binnen twee minuten opgenomen moet worden.”

Huisarts Sophie Brühl

“Als waarnemer zie je dat praktijkhouders moe en ongelukkig zijn en dan denk je: waarom zou ik dat werk gaan doen?”

Huisarts Sophie Brühl

Wantrouwen en regeltjes

“Ik heb collega’s gezien die een praktijk overnamen en in de eerste drie jaar vijf keer een burn-out kregen,” vertelt Brühl. “Als waarnemer zie je dat praktijkhouders moe en ongelukkig zijn en dan denk je: waarom zou ik dat werk gaan doen? Moderne huisartsen zijn hun autonomie kwijtgeraakt. Ze zijn hoogopgeleid en komen vervolgens in een keurslijf terecht, wat een energielek creëert en burn-out in de hand werkt.” Ook Neeskens stelt dat het prettig zou zijn als verzekeraars wat meer vertrouwen in huisartsen hebben. “We staan in de top drie van de wereld qua huisartsenzorg. Waarom dan dat wantrouwen en al die verantwoording? Waarom kunnen we niet een contract met een verzekeraar afsluiten voor vijf jaar, in plaats van één jaar? Dan kan je iemand in dienst nemen en weet je zeker dat die persoon vijf jaar kan blijven en dat je haar niet na een jaar weer kwijtraakt omdat de regeltjes veranderd zijn.”

Huisarts Luud Neeskens

“Ik kijk er nu naar uit een vastere band op te bouwen met patiënten en assistenten”

Huisarts Luud Neeskens

Vastere band

Afgelopen jaar besloot Neeskens om zich toch te associëren in een duo-praktijk. “Ik heb acht jaar waargenomen,” vertelt Neeskens. “Ik kijk er nu naar uit een vastere band op te bouwen met patiënten en assistenten. Als waarnemer ben je toch vooral brandjes aan het blussen en dan ben je weer weg, dat is niet waarvoor ik ooit huisarts ben geworden.” Neeskens ziet om zich heen wel meer studiegenoten uit de huisartsenopleiding, die uiteindelijk toch een eigen praktijk nemen. “De huidige generatie neemt denk ook vaak laat kinderen. Ik heb zelf twee kleintjes waarvan de jongste net uit de luiers is. Misschien zijn wij overal wat later mee en schuift alles daardoor op.”

“Wij kunnen een praktijk efficiënter maken voor de aankomend arts”

Huisarts Sophie Brühl

Ontzorgen van de praktijkhouder

Brühl realiseerde zich tijdens haar onderzoek naar de voorkeuren van jonge huisartsen dat de huisartsgeneeskunde onder druk staat. “Dat was een belangrijke prikkel om voor Buurtdokters te gaan werken,” vertelt Brühl. “Als een oudere huisarts een intentieverklaring bij ons ondertekent, gaan wij op zoek naar een jonge huisarts die bij de praktijk en de populatie zou kunnen passen.”

Referenties: Buurtdokters , UNICUM Huisartsenzorg

Bron: Rapport | Balans in vraag en aanbod Huisartsenzorg. Nivel, 2018
, , , , , , ,
Deel dit artikel