Anderhalvelijnszorg: het gevoel van urgentie groeit

mm
Frank van Wijck
Redactioneel,
25 juni 2021

Anderhalvelijnszorg is in het Nederlandse zorglandschap al lang geen onbekend begrip meer. “Het gevoel van urgentie om op deze manier zorg buiten het ziekenhuis te leveren groeit”, stelt Esther van den Bogaart, PhD en inmiddels Projectleider Zorgvernieuwing bij Elkerliek ziekenhuis. Zij promoveerde aan de universiteit van Maastricht op onderzoek naar anderhalvelijnszorg.

“Toen ik ruim vijf jaar geleden bij de Academische Werkplaats Duurzame Zorg, verbonden aan de universiteit van Maastricht, ging werken, bestond daar ook al de proeftuin Blauwe Zorg”, aldus van den Bogaart. “Inmiddels zien we ook in andere regio’s verschillende vormen van anderhalvelijnszorg ontstaan. Mooi, want iedere regio heeft zijn eigen context. In Maastricht is gekozen voor een anderhalvelijnscentrum waar de medisch specialisten patiënten zien. In andere gevallen zie je dat medisch specialisten worden ingezet in huisartspraktijken, dat anderhalvelijnspoli’s in ziekenhuizen ontstaan of dat de anderhalvelijnszorg digitaal wordt vormgegeven.”

PhD Esther van den Bogaart

Oplossing per regio

Is er een optimale vorm? “Optimaal weet ik niet”, zegt Van den Bogaart. “Maar het mooie van de in Maastricht gekozen vorm is in ieder geval dat het de medisch specialist, door de omgeving waarin hij werkt, dwingt om meer als een huisarts te kijken naar welke zorg de patiënt nodig heeft. Critici kunnen zeggen: je moet er wel weer een nieuw centrum voor opzetten. Dat is natuurlijk ook zo. Voor de Maastrichtse regio is het een goede oplossing. Maar voor de regio Helmond, waar ik nu werk en waar één ziekenhuis is met een regiofunctie, kan zo’n stadspoli teveel zijn en zou een digitale oplossing dus beter zijn. De medisch specialist in de huisartspraktijk halen kan natuurlijk ook. Maar dan moet men wel ervoor waken dat de huisarts niet de medisch specialist overal voor consulteert, want dat is ook niet de bedoeling.”

“De coronacrisis maakte het ineens noodzakelijk om de zorg anders in te richten”

Gevoel van urgentie

Het concept ‘anderhalvelijnszorg’ gaat niet meer weg, verwacht Van den Bogaart. “Ziekenhuizen voelen met de druk van het hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg – dat een rem zet op hun groei – steeds meer de noodzaak om zorg te verplaatsen naar buiten het ziekenhuis”, zegt ze. “Je moet wel alle partijen mee hebben. Niet alleen het ziekenhuis en de huisartsengroep, maar ook de zorgverzekeraar en de patiëntenorganisatie.” Wat ook nodig is volgens Van den Bogaart  is een gevoel van urgentie. “Wat dat betreft was de coronacrisis interessant, omdat die het ineens noodzakelijk maakte om de zorg anders in te richten. Ook de stijgende zorgkosten zullen bijdragen aan het gevoel van urgentie. En de meerjarenafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders, die steeds vaker tot stand komen, faciliteren de ontwikkeling van anderhalvelijnszorg. In de afspraken die daarin worden gemaakt speelt het anders inrichten van de zorg immers een belangrijke rol.”

“Zowel voor de ziekenhuizen als voor de huisartsen moet er sprake zijn van de juiste prikkels. Daar ligt een rol voor de zorgverzekeraars”

Kritische vragen

“Natuurlijk is er ook weerstand”, zegt Van den Bogaart. “Tijdens voordrachten die ik over het onderwerp houd, hoor ik enthousiasme, maar ook kritische vragen. Bijvoorbeeld of het niet tot meerzorg leidt. Op de korte termijn kan dit inderdaad het geval zijn. Het vraagt om duidelijke afspraken over welke zorg in de anderhalve lijn kan worden geboden en voor welke patiënten precies. Bovendien moet de zorg die in het ziekenhuis wegvalt niet weer door andere zorg worden opgevuld. Om die laatste reden is het gemakkelijker om dit soort initiatieven te starten bij ziekenhuizen waar de medisch specialisten in loondienst zijn dan bij maatschappen. Sowieso moet zowel voor de ziekenhuizen als voor de huisartsen sprake zijn van de juiste prikkels. Daar ligt een rol voor de zorgverzekeraars. Die moeten experimenteerruimte bieden en meedenken over andere dan de gangbare manieren om de zorg te financieren. Nu is vaak nog sprake van gefragmenteerde financiering op basis van de schotten die in de zorg bestaan.”

Gevolg en effect

Het voordeel voor patiënten van anderhalvelijnszorg is dat zij niet voor alle zorg naar het ziekenhuis hoeven, stelt Van den Bogaart. “Een mooi voorbeeld daarvan in Limburg is het zorgpad artrose in de proeftuin ‘Anders Beter’. Daar probeert men verwijzingen van artrosepatiënten naar het ziekenhuis te voorkomen. Zorgverzekeraar CZ heeft dit in latere instantie toegevoegd aan de Zuid-Limburgse proeftuinen.

“De huisartsen moeten goed worden meegenomen in het gedachtegoed van anderhalvelijnszorg; voor hen is nog niet altijd duidelijk op welke patiënten dit van toepassing kan zijn”

Goed samenwerken

Wat betekent anderhalvelijnszorg voor de medisch specialisten en de huisartsen? Van den Bogaart: “Voor de medisch specialisten betekent het dat ze niet altijd meer in het ziekenhuis hun werk uitoefenen en meer samenwerken met de huisartsen. De huisartsen moeten goed worden meegenomen in het gedachtegoed van anderhalvelijnszorg, want voor hen is nog niet altijd duidelijk op welke patiënten precies dit van toepassing kan zijn. De hoop is natuurlijk dat gaandeweg bij de huisartsen een leereffect optreedt van de samenwerking met de medisch specialisten. Waardoor ze bij een volgende patiënt denken: die hoef ik niet meer te verwijzen, dit kan ik zelf wel. Goede samenwerking is natuurlijk essentieel om dit effect te bereiken. En daarover moeten zeker afspraken worden gemaakt als de medisch specialist niet in de huisartspraktijk komt te werken, maar in een anderhalvelijnscentrum.”

, , , ,
Deel dit artikel