Terminale thuiszorg aan COVID-19-patiënt: ‘Hoe lever je persoonlijke zorg met een pak aan, een masker over je neus en een bril op?’

mm
Gerben Stolk
Redactioneel,
23 april 2020

Kunnen jullie ’s nachts in de thuissituatie terminale zorg leveren aan een longkankerpatiënt van wie de man positief is getest op COVID-19? Die vraag, in maart gesteld door een andere thuiszorgorganisatie, luidde Gertjan van Wijngaardens eerste beroepsmatige kennismaking in met corona. Een monoloog over improviseren van de specialistisch verpleegkundige palliatief terminale zorg bij Allerzorg.

“Als verpleegkundige heb ik een coördinerende rol in de provincie Flevoland en een deel van de Veluwe. Mijn taken zijn onder meer de zorg goed inrichten, zorgplannen schrijven, de intake doen, de indicatie stellen en collega-verpleegkundigen aansturen. Een paar weken geleden kregen we een verzoek van een thuiszorgorganisatie die geen terminale zorg verleent in de nacht. Men had overdag een vrouw in zorg die vanwege longkanker in de terminale fase verkeerde. Nu was ze door haar echtgenoot besmet met COVID-19. De vraag aan ons: kunnen jullie ’s avonds en ’s nachts terminale zorg leveren? In dat geval konden mevrouw en meneer zo lang mogelijk samen thuis blijven.

specialistisch verpleegkundige palliatief terminale zorg Gertjan van Wijngaarden

Ik heb mezelf daarop een dag vrij gepland voor deze casus, mede omdat het de eerste coronacasus was voor mij. Natuurlijk, het coronateam van Allerzorg, met daarin bijvoorbeeld verpleegkundig specialisten, had ons al goed voorbereid. Zo was ik onder meer bekend met de protocollen van het RIVM. Er waren ook beschermende middelen beschikbaar. Maar nu werd ik voor het eerst geconfronteerd met de praktijk.”

“Ik bedacht dat we de bijkeuken de sluisfunctie konden geven waarin je beschermende kleding kunt aantrekken over je gewone kleren heen”

Bijkeuken als sluis

“Ik haalde beschermende kleding op en ging naar de woning van de mensen om de situatie in ogenschouw te nemen. Hoe zouden twee van onze verpleegkundigen hier goed en veilig hun werk kunnen doen? Ter plekke concludeerde ik: we zullen creatief moeten zijn. Het liefst zou je, net als in een ziekenhuis, een sluis willen hebben waarin je beschermende kleding kunt aantrekken over je gewone kleren heen en dat je vervolgens naar de cliënt kunt. De mensen hadden een niet al te grote tussenwoning. Via de achtertuin bereikte ik de bijkeuken. Daar kon ik me omkleden. Ik bedacht dat we de bijkeuken de sluisfunctie konden geven, want de bijkeuken was schoon en tussen bijkeuken en de rest van de woonruimte zat een deur die de cliënt en de verpleegkundige van elkaar scheidde.”

Dienst van twaalf uur

“Het was zaak nóg een geschikte ruimte te vinden. Waarom? Omdat we ons al snel realiseerden dat een verpleegkundige dienst telkens twaalf uur zou gaan duren. Een wijkverpleegkundige is vaak relatief kort bij een cliënt. Na bijvoorbeeld de cliënt te hebben gewassen, wondzorg te hebben verleend of medicatie te hebben toegediend, vertrekt een wijkverpleegkundige doorgaans weer. Terminale zorg is vaak anders. Deze vrouw had een longcarcinoom, had pijn, voelde zich dikwijls benauwd en moest worden geholpen met persoonlijke hygiëne. Zij had elk etmaal twaalf uur zorg nodig van ons.”

“Je kunt niet van een zorgverlener verwachten zó lang achter elkaar beschermende kleding te dragen. Soms wil je even je schort, handschoenen en mondmasker uittrekken”

Terugtrekken op vliering

“Maar je kunt niet van een zorgverlener verwachten zó lang achter elkaar beschermende kleding te dragen. Soms wil je even je schort, handschoenen en mondmasker uittrekken, soms wil je even tot jezelf kunnen komen en bijvoorbeeld iets eten en drinken. Daarom zocht ik naar een ruimte waar de verpleegkundigen zich af en toe konden terugtrekken. Bij latere cliënten maakten we bijvoorbeeld gebruik van een logeerkamer, die dan werd gelucht en daarna ontsmet met chloor, water en alcohol. Maar dit was zoals gezegd een relatief kleine woning. Voor ons doel was alleen een open vliering beschikbaar, op de eerste etage.

We hebben heel zorgvuldig gekeken: kan deze plek dienen als schone ruimte? We hebben het besproken met de familie en we hebben ook voorgelegd aan het RIVM en ons coronateam. Uiteindelijk besloten we: ja, we gaan het doen. De dienstdoende verpleegkundige liep de trap op naar de eerste etage, trok de beschermende kleding uit, ontsmette haar handen en stapte vervolgens over het afzetlint heen dat ik had gespannen en dat de schone ruimte markeerde. Niemand anders dan de verpleegkundigen mocht hier komen.”

“Ik had de verpleegkundigen filmpjes gestuurd over de volgorde van aankleden”

Filmpje aankleden

“Bij terminale zorg is het extra belangrijk dat de cliënt niet telkens een ander gezicht voor zich heeft. Wij hebben daarom gekozen voor een klein en herkenbaar team: twee zzp’ers. Voordat zij voor de eerste keer naar dit echtpaar gingen, heb ik geprobeerd ze zo goed mogelijk voor te bereiden op wat ze zouden aantreffen en hoe ze moesten handelen. Eerst de auto parkeren, dan de achtertuin ingaan, vervolgens bij de gesloten deur roepen dat je er bent, daarna omkleden. Ik had filmpjes gestuurd over de volgorde van aankleden.”

Trots

“Bij alles stond veiligheid voorop. Daarom hadden we deze zorg liever niet 24 uur per dag willen leveren, als dat aan ons was gevraagd. Dat zou té zwaar en belastend zijn geweest voor de twee verpleegkundigen. Het had misschien tot foutjes kunnen leiden. In deze tijd is het niet alleen essentieel scherp te zijn op het welzijn van de cliënt, zoals gebruikelijk, maar ook extra alert te zijn op je eigen welzijn. Een van de verpleegkundigen werd een keer naar beneden geroepen door de cliënt. Terwijl ze op de trap liep, realiseerde zij zich haar spatbril te hebben vergeten. Ze heeft dat meteen gecorrigeerd, maar het voorval maakt duidelijk hoe snel iets mis kan gaan bij hoge werkdruk. Ik wil overigens benadrukken hoe trots ik ben op onze zzp’ers die coronapatiënten helpen; hun durf en inzet zijn groot. Daarmee zeg ik niets ten nadele van de andere zzp’ers: een aantal behoort zelf tot de risicogroep of heeft een familielid dat daarbinnen valt.”

“In deze tijd is het niet alleen essentieel scherp te zijn op het welzijn van de cliënt, maar ook extra alert te zijn op je eigen welzijn”

Persoonlijke band

“Tot dusver heb ik vooral gesproken over hoe je coronazorg praktisch vormgeeft. Hoe ga je om met de richtlijnen van het RIVM in een woning van een cliënt? Maar er is een andere component: binnen de palliatief terminale zorg is het uitermate belangrijk een band op te bouwen met de cliënt. Je bent bij iemand die heel kwetsbaar is, iemand die spoedig overlijdt. Dat betekent dat je ook heel persoonlijke zorg levert. Maar hoe doe je dat met een pak aan, een masker over je neus en een bril op? De verpleegkundigen zaten regelmatig naast de patiënt, bijvoorbeeld om te troosten, maar hoe laat je de persoon achter die kleding zien?”

Zwaaien voor raam

“Ik vind het treffend dat de twee verpleegkundigen en ik onafhankelijk van elkaar voor dezelfde oplossing hebben gekozen. Achteraf, toen mevrouw was overleden, hoorden we dat pas van elkaar. Zowel de verpleegkundigen na hun dienst als ik, na mijn huisbezoeken, deden eerst de beschermende kleding uit in de bijkeuken om daarna de handen te ontsmetten en ‘Tot de volgende keer!’ te roepen. Vervolgens liepen we naar de voortuin en gingen voor het raam staan om even te zwaaien. Zo zag mevrouw tóch ons gezicht. Het lijkt een gemeenschappelijke eigenschap van verpleegkundigen palliatief terminale zorg te zijn om te laten zien: ‘Kijk, ik ben degene die voor u zorgt’.”

, , , ,
Deel dit artikel